Glenda Jackson, Labourkandidaat; 'Zeggen dat ik bang ben voor vuile handen zou inhouden dat ik bang ben voor mezelf'

Met de Engelse verkiezingen in zicht speelt actrice Glenda Jackson haar laatste rollen. Britain's queen of stage and screen beeindigt haar carriere om voor de Labour-partij zitting te nemen in het parlement. De verbale zweep van een karakterspeelster: 'Thatcher was een kokende pap waarin de slechtste aspecten van ons nationale karakter kwamen bovendrijven.'

'Zal ik je vierendelen, zal ik je met mes en vork fileren, zal ik je langzaam wurgen of zal ik je simpelweg doodschieten?' Haar spot daalt vanuit die brede mond met scherpe hoektanden op me neer, en terwijl ze schatert om mijn schrik herinner ik me een zinsnede van John Sweeney (The Observer): ''Ze heeft iets van een man-etende tijger. Haar uitstraling is wild, gevaarlijk, maar ook verrukkelijk opwindend. Je krijgt het gevoel dat ze je zal bespringen en doodknagen - wat geen onaangenaam einde kan zijn.''

Glenda Jackson (54) confronteert bezoekers die zinspelen op haar angstaanjagende reputatie graag met wat venijn. Als journalisten dan toch prat willen gaan op het manmoedig tegemoet treden van een feeks-op-niveau (''Jullie zijn minstens zo druk bezig met het creeren van je eigen imago als met het schrijven van stukken''), kunnen ze maar beter hun messen slijpen.

'Britain's queen of stage and screen' (The Times) oogt als de schoonmaakster van het Citizens' Theatre in Glasgow waar we elkaar ontmoeten. Vaal t-shirt, joggingbroek, sigaret in een mondhoek, vette lokken, zweet op het doorgroefde, make up-loze gelaat. Maar wat een majesteitelijke schoonmaaktster. Passie en common sense moeiteloos verenigd, merkte schrijver Ian Woodward al op, en hij gaf zijn biografie van de actrice de ondertitel 'Een studie in vuur en ijs'.

Die mix dunkt menigeen te machtig. Talloze toneelschrijvers, cineasten en acterende collega's hebben laten weten nimmer meer met deze 'intimiderende, verpletterende' vrouw te willen werken. Regisseur Oliver Reed constateerde een frappante overeenkomst tussen omgang met Glenda Jackson en overreden worden door een Bedford-truck.

''Misschien ben ik ook wel een beetje bazig'', sprak ze eens mild. Maar vandaag, terwijl ze haar voeten naast me op het bureau legt, verklaart de anti-vedette de striemende reacties op haar persoon liever door te wijzen op de rollen die ze pleegt te spelen. ''Dark ladies. Monumentale, wilskrachtige vrouwen. Ze laten hun temperament en hun drift tegen muren en plafonds opspatten.'' Elizabeth I, Lady Macbeth, Sarah Bernhardt, Cleopatra, Mary Stuart, Moeder Courage: het is een onafzienbare reeks die haar behalve het etiket Stonewall Jackson ook een Emmy Award, twee Oscars, een ridderorde en wereldwijde faam opleverde.

Ruim een kwart eeuw acteren. Waarom eigenlijk? ''Ik heb nooit een bevredigend antwoord op die vraag kunnen formuleren. Misschien is het de uitdaging een onmogelijk vak te beheersen. Je kunt je de techniek van het acteren meester maken, maar wat je spel soms het extra van een performance geeft blijft duister, geheimzinnig. Dat je ondertussen al vijfduizend keer op het podium hebt gestaan maakt geen verschil. Ervaring helpt niet; iedere voorstelling is de eerste die je geeft. Acteren leer je nimmer.''

'Ik ben verslaafd aan het doen alsof', bekende u jaren geleden. Is dat het niet: dat u simpelweg verslingerd bent aan het kruipen in de huid van een ander?

Zuchtend: ''Fout. Fout, my dear. Acteren heeft niets te maken met het aantrekken van huiden en pruiken. Acteren is juist huiden uittrekken.

Ontpellen. Je probeert de emotie, de gevoelens van het door jou te spelen karakter in jezelf bloot te leggen. In die speurtocht naar het universele - en tegelijkertijd volledig particuliere - schuilt wellicht de aantrekkelijkheid van deze professie.''

Als dochter van een metselaar en een hulp in de huishouding te Birkenhead, Cheshire begon Jackson op haar zestiende met acteren. Haar stijl was van meet af aan sober, direct, wars van sentiment maar emotioneel geladen - alsof er onder de distinctie continu iets catastrofaals schemerde. Op de Royal Academy of Dramatic Art kreeg ze te horen dat de eerstkomende twintig jaar geen toneelgezelschap interesse in haar zou tonen ('Ik heette een karakterspeelster, wat wilde zeggen dat ik niet het gezicht van een sekssymbool had - een overigens moeilijk weerlegbare vaststelling'').

Jackson belandde als verkoopster van laxeermiddelen achter de toonbank van Boots, een Hema-Engelse-stijl. ''Slechts doordat zich plots een revolutie in het Britse theater voltrok kwamen 'inhoudelijke' actrices als ik in beeld. Ik ontsnapte aan de verveling. Niet aan echt werk, zoals sommigen smalen. De opvatting dat acteren geen arbeid is vind ik grievend. Je doet het niet voor de lol of het genot; acteren is sheer bloody hard work, het theater een hoogst gedisciplineerde omgeving.

Anders dan in de bedrijven die ik tijdens periodes van werkloosheid van binnen zag, nemen mensen er niet vrijaf vanwege mysterieuze ziekten en bij dozijnen te begraven familieleden die waarschijnlijk nimmer hebben bestaan.''

Verantwoordelijkheid en sociaal bewustzijn: voor de geboren socialiste Glenda Jackson zijn het geen holle begrippen. Vanachter een glas Guinness, vloeibare turf, mag ze graag de draak steken met 'schertsfiguren' als schrijver Kingsley Amis en hoofdredacteur Auberon Waugh van de Literary Review, die ze 'charmant doch fascistisch'

noemt. Intellectuelen hebben een Taak: de wereld verbeteren. In de loop der jaren wierp ze zich dan ook op als vakbondsorganisatrice, feministe, pro-abortusactiviste, anti-apartheidsstrijdster en belangenbehartigster van het proletariaat. Toch bleef Jackson onvoorspelbaar als een tornado. Zo verscheen zij, de strijdster tegen de exploitatie van vrouwen, tot ontsteltenis van seksegenoten zeer naakt voor de camera - waarop Engelse zondagsbladen haar gretig The First Lady of Flesh doopten.

Jacksons presence doet denken aan die andere feminiene grootheid van de Britse buhne: Vanessa Redgrave, de actrice-trotskiste die tijdens de Golfoorlog het Westen hekelde en de 'imperialistische machten'

opriep zich uit het Midden-Oosten terug te trekken. ''Vanessa heeft gekozen voor een benadering waarbij ik me niet prettig zou voelen'', zegt Jackson. ''Ze is extreem pro-Palestijns, noemt zichzelf anti-zionistisch... ik bewonder haar radicale ideeen niet, ik weiger zelfs ze te accepteren, alleen: die energie! Het lijkt me wat overdreven om te verklaren dat Groot-Brittannie middels een bloedige revolutie dient te worden bevrijd en hervormd - zoals haar Socialist Workers Party doet - maar het vereist lef op die manier je nek uit te steken.''

Zelf zal ze het establishment van binnenuit en full time (''Wil ik het goed doen, dan moet ik stoppen met acteren'') te lijf gaan. Bij de volgende algemene verkiezingen is Glenda Jackson Labour-kandidate voor de Lagerhuiszetel van het Londense kiesdistrict Hampstead en Highgate.

Haar stap, opper ik, is des te opmerkelijker daar velen zich in dit tijdsgewricht juist van de politiek afwenden. ''Typisch een opmerking van een vasteland-Europeaan'', reageert ze. ''Bij jullie mogen desinteresse en apathie dan hoogtij vieren, hier ligt het anders. Als Margaret Thatcher een verdienste heeft - ik zeg als -, dan is het dat politiek veel nadrukkelijker op de denkagenda van mensen in dit land is komen te staan dan voor haar tijd. Thatchers bewieroking van het eigenbelang, haar survival of the fittest-mentaliteit en haar pogingen de verzorgingsstaat te vernietigen hebben een klimaat geschapen waarin niemand het zich kan veroorloven politiek de rug toe te keren.

''Ik ben vervuld van schaamte over de ruinering, de teloorgang. Ik kan het niet langer aanzien, moet me actief verzetten. Thatcher was een kokende pap waarin de slechtste aspecten van het Engelse nationale karakter kwamen bovendrijven, en we kunnen alleen maar hopen dat die giftige sappen ons leven niet ook de komende tien jaar zullen vergallen.''

Dat klinkt als theatraal vormgegeven woede. Onderkoeld: ''In mijn ogen is het perfecte analogie. Elf jaar lang veranderde deze vrouw deugden in verdorvenheden.''

U meent het allemaal? ''Het was haar oprechte intentie, zoals ze zelf zei, het individu te verlossen van de staat. Maar wat feitelijk gebeurde was dat burgers en buren tot elkaars vijanden werden gemaakt. Het verheerlijken van de vrije markt en het zegenen van de 'prestatiebevorderende' competitie leidde tot een maatschappij waarin het ellebogenwerk prevaleerde.

''Het heette dat de 'afhankelijkheidscultuur' moest verdwijnen. Dat mensen weer moesten leren vechten voor zichzelf. In wezen kwam de regeringspropaganda erop neer dat je een meedogenloze uitbuiter moest zijn om succes te boeken: neem anderen te grazen voordat ze jou te pakken nemen. Natuurlijk voltrekt zich dan een slachting onder de meest kwetsbaren.''

Op den duur, stipuleert Jackson, streefde Thatcher naar het creeren van een 'mini-Amerika'. ''Het maken van winst kreeg het hoogste aanzien, verder bestonden er nauwelijks waarden. Laten we eerlijk zijn: de markteconomie steunt op het idee dat mensen proberen zoveel mogelijk te verdienen door zo weinig mogelijk te investeren - liefst niks. Lonen zijn lastige verplichtingen. In theorie is de slavernij afgeschaft; in de praktijk steunt deze samenleving op een sophisticated vorm ervan.''

Maar... ''Laat me dit afmaken. Minstens zo weerzinwekkend was de manier waarop Thatcher haar macht misbruikte: autocratisch, dictatoriaal. Ze veranderde de grenzen van kiesdistricten zodanig dat marginale Tory-zetels werden veiliggesteld en wankelende Labour-zetels ten onder zouden gaan. Ze liet de definitie van werkloosheid dertig keer veranderen om de cijfers te drukken en uitkeringsgerechtigden geld te ontzeggen. Ik heb het over oneerlijkheid, corruptie.''

Subtiliteit blijkt niet de meest kenmerkende trek van Jacksons idioom. Van de 'miserabele' poll tax tot de 'afbraak' van het onderwijs, van de 'uitverkoop' der staatsbedrijven tot de 'schandalige aanval' op de gezondheidszorg: gedurende het uur dat we van gedachten wisselen hanteert de actrice een verbale zweep. Haar relaas culmineert in een tirade tegen het huisvestingsbeleid - Jacksons specialisme. ''Ooit stond ik namens de hulporganisatie Shelter bij premier Heath op de stoep met een petitie waarin de Coronation Street-achtige woonomstandigheden van miljoenen Britten werden gelaakt. Twintig jaar later zijn we er alleen maar op achteruit gegaan: drie miljoen daklozen. Londen is een grote slop. Tienduizenden jongeren slapen in portieken, onder Theems-bruggen, in kartonnen dozen. Geestelijk gestoorden dwalen over Picadilly Circus, moeders sjouwen rond met verwaarloosde kinderen... elke straathoek heeft z'n bedelaar. Het is walgelijk, het is ongelofelijk, maar het is Groot-Brittannie anno 1991.''

Uw schets heeft een simplificerende ondertoon: alsof het Thatcher puur te doen was om uitbanning van verworvenheden.

''In de loop van mijn leven heb ik afgeleerd me teveel te verdiepen in de motieven van mensen. Het zijn hun handelingen en de effecten daarvan die tellen. Idealisme of niet, wat Thatchers 'radicale transformatie' heeft opgeleverd is een Engeland dat financieel aan de grond zit, een Engeland met een economie die niets meer voortbrengt, een Engeland dat niets meer verkoopt aan de rest van de wereld.

Engeland is veranderd in West-Europa's eerste Derde Wereld-land. Ik heb me vaak ingezet voor Oxfam, Save the children en andere instanties die actief zijn in ontwikkelingsgebieden. Tot mijn verbijstering werken ze nu ook in het Verenigd Koninkrijk.''

Al betogend wekt Jackson de indruk zich reeds thuis te voelen in de politiek. De kans dat ze daadwerkelijk House of Commons-lid wordt is groot: de actrice neemt het op tegen Oliver Letwin, een bankierende Conservatief die als grondlegger van de poll tax niet veel populariteit kan hebben vergaard. ''Wat ik moeilijk vind'', zegt ze, ''is dat ik straks iedereen in mijn district dien te vertegenwoordigen - ook mensen die niet op me stemmen. Zij hebben net zoveel rechten als mijn trouwste aanhangers. Ik weet niet of het me zal lukken. Als je die gapende kloof tussen have's en have nots ziet... het is toch evident waaraan ik moet werken? Jaar na jaar besteedt de regering gigantische bedragen aan snelwegen. Naar het openbaar vervoer gaat niets, straten in woonwijken zijn slecht verlicht, stoepen verkruimelen, rioleringen barsten, als je op de metro staat te wachten dansen de ratten op de neuzen van je schoenen.''

Vergeef me, maar op uw gezicht tekent zich zowaar een glimlach af. ''Niet uit cynisme. Cynisme is een groteske vorm van zelfvoldaanheid.

Ik lach juist om mezelf. Ik hoor Glenda Jackson oreren, en ik weet dat je lezers me niet geloven, of maar half geloven. De Conservatieven zijn er de afgelopen jaren in geslaagd het beeld van dit land naar hun hand te zetten, te orkestreren. De impressie die het grote publiek heeft van Groot-Brittannie is miljoenen mijlen verwijderd van de werkelijkheid. Teveel journalisten trokken als een magneet naar de IJzeren Dame. Teveel media laten zich begoochelen door Westminster. Ze zouden hun neus in de Britse goot moeten steken om de stinkende uitkomst van het beleid op te snuiven. Aan de overkant van het Kanaal ruikt en voelt het anders, ruikt en voelt het naar een toekomst. Die ontbreekt hier.''

Dat de sociaal-democratie zichzelf overbodig heeft gemaakt, zoals wel in Nederland wordt beweerd, moet u vreemd in de oren klinken.

''Belachelijk. Het mag kloppen voor Holland, misschien voor het voormalige West-Duitsland en tot op zekere hoogte voor Frankrijk, maar het klopt absoluut niet voor mijn land. Come and see for yourself, boys.''

Conservatieve kritici verwijten Labour een gebrek aan grote ideeen. ''Als je nagaat wat de Tories onder grote ideeen verstaan, bekruipt je het gevoel dat ze politieke travestie op die twee woorden toepassen.

De inhoud vloekt met het etiket. Thatchers beslissing om de inkomstenbelasting met een paar dubbeltjes te verlagen - een duidelijke move om de verkiezingen te winnen - kreeg in hun kringen het aureool van een groot idee. Ons streven naar structurele rechtvaardigheid niet. Grappig, vindt u niet?

''Premier Major heeft zijn eigen variant van bedrog: hij laat Thatchers harde principes deels los maar komt daar niet voor uit, hij neemt een aantal van onze voorstellen over maar draait daar omheen.

Bluffen en liegen om te overleven, aan de macht te blijven. Major is een jongleur die tien ballen in de lucht houdt en de controle begint te verliezen. Hij heeft de moed niet het volk te vragen wat het van zijn act vindt. Diep in zijn hart weet hij hoe de keus zal luiden.''

Spuwt de woorden uit haar mond: ''John Majors regering is verdoemd.''

Wat u zegt over de verderfelijke lijn van de Conservatieven is geen eye-opener. Vraagt u zich weleens af wat u kunt toevoegen aan het politieke steekspel?

''Luister, ik heb maar een ambitie: Labour aan de meerderheid helpen. De rest is bijzaak - zij het niet onbelangrijk. Zo heeft ons parlement, dat absurd lang en vruchteloos vergadert, een goede kleuterleidster nodig. Iemand die de jongens uitlegt wat effectieve omgangsvormen zijn, hoe je een dag indeelt. Als er meer vrouwen in The House of Commons komen is het vanzelf afgelopen met ouderwetse gewoonten.''

''Volksvertegenwoordigers die dadelijk wagen van mening te verschillen met Glenda Jackson lopen het risico te eindigen als een hoopje botten in een hoek van het parlement'', schreef een Britse verslaggever onlangs. De actrice zegt verhevener doelen voor ogen te hebben. ''Ik wil de verbeelding terugbrengen in de politiek. Acteurs bestaan bij de gratie van de verbeelding; in de politiek is het een miskende, verachte kracht. De grootste wijsheid van dit tijdperk luidt dat ideeen die geen rekening houden met de realiteit - wat dat ook moge zijn - geen geldigheid hebben. Dingen moeten 'realistisch' zijn. Mijn god! Het betekent gewoon dat iets profijtelijk moet blijken wil het bestaansrecht hebben. De kortzichtigheid, de armoedigheid van zo'n visie... Is het niet zo dat de belangrijkste doorbraken in de wetenschap, in de kunst, in het hele menselijk bestaan zijn voortgevloeid uit de moed een sprong in het donker te maken? Zulke successen hebben we toch niet te danken aan cententellerij en Realpolitiker? Zinnetjes als 'Misschien kunnen we...' of 'Stel je voor dat we...' zijn waardevoller dan cijfers.''

Bent u bestand tegen de mores van het politieke bedrijf, het gesjoemel, de compromissen?

''Dat compromissen besmet zijn, acht ik geen pertinente waarheid. En zeggen dat ik bang ben voor vuile handen zou inhouden dat ik bang ben voor mezelf. Welnu, in dit opzicht ben ik beslist niet bang voor mezelf.''

Politieke partijen tolereren zelden dat prominente leden hardop de eigen club beschimpen. Tegenover intimi zegt u dat Labour 'walgelijk sterk' op mannen is georienteerd.

Lakoniek: ''Zo je wilt maak ik daar in het openbaar evenmin een geheim van. Mijn partij gedraagt zich nog steeds paternalistisch tegenover vrouwen, chauvinistisch zelfs. Labour meent dat het opzetten van een Ministerie voor Vrouwen een goed voornemen is. Ik niet. Het getuigt in essentie van dezelfde neerbuigende mentaliteit: alsof wij een aparte diersoort zijn, alsof wij niet deel uitmaken van dezelfde samenleving waarin mannen leven.''

Veel feministen worstelden met het feit dat de eerste vrouwelijke minister-president in Groot-Brittannie een Conservatief was - 'the devil in disguise'. Zat het u dwars?

''Niet in het minst. Margaret Thatcher presenteerde gewoon een slecht rolmodel voor vrouwen, klaar uit. Als een gladiator met een blinkend zwaard zocht ze voortdurend de confrontatie, niet de samenwerking.

Mijn ervaring is dat vrouwen heel goed in staat zijn persoonlijke meningsverschillen te vergeten om een probleem op te lossen.

Vervolgens draaien ze elkaar netjes de rug toe. Thatcher bracht dat niet op. Tijdens haar oorlog tegen alles wat geciviliseerd was ontwikkelde ze zich tot een Shakespeariaanse karikatuur die zichzelf even geweldadig ophing als ze anderen had bestreden - wat haar verdiende loon was.''

U moet in staat zijn een grandioze Thatcher neer te zetten. ''Ik vat dat op als een diepe belediging. Ik haat het om fantasieloze vrouwen te spelen. Hoe violent Thatcher ook optrad, in wezen was ze nooit gevaarlijk - de opperste zonde. De kern van gevaar is onberekenbaarheid, verrassing.''

Factoren die u typeren en in de ogen van veel mannen bedreigend maken. ''Ach, ik zou willen dat ze sterker waren, tegenspel boden.'' Haar sarcasme is nu tastbaar. ''Je hoort vrouwen dikwijls zeggen dat een meid die haar kousen waard is iedere man kan krijgen waar ze hem hebben wil. Is dat dan het einde, is dat heerlijk? Ik vind het een curieuze wens. Wie verlangt er nou naar iemand die zo gemakkelijk te manipuleren is?''

'Tegenover mezelf ben ik pijnlijk eerlijk', beweert u. Hoe luidt de beste grap over Glenda Jackson?

''Een Amerikaanse radiojournalist omschreef me eens als de vrouw met het gezicht dat duizend beerputten opentrok. I like that one. Maar goed, je wilt dat ik mezelf verwijten maak. Ik ben lui, lui, lui. Ik heb mijn mond vol over de noodzakelijkheid van hard werken, maar ik moet mezelf kastijden om te presteren. En aangezien ik altijd maximaal wil presteren...''

''Als Glenda voor de misdaad had gekozen'', merkte haar ex-man Roy Hodges ooit op, ''was ze Jack the Ripper geworden. Zou haar keuze op de politiek zijn gevallen, dan had ze het tot premier geschopt.'' In de omgeving van het echtpaar Kinnock - de oppositieleider en diens vrouw zijn huisvrienden van Jackson - fluistert men dat de actrice na een eventuele verkiezingsoverwinning van Labour wordt opgenomen in een socialistisch kabinet. Geconfronteerd met de geruchten zegt ze, zich verslikkend in sigaretterook: ''Ik koester geen wens in die richting - vergeet het maar.''

Kunstenaars die kiezen voor de politiek worden vaak minister van cultuur: Melina Mercouri, Jorge Semprun.

''Interesseert me niet. Ik heb jarenlang gevochten voor een behoorlijk gefinancierde culturele sector - inmiddels ook gedecimeerd - maar niet met het oog op de positie van schilders, musici, beeldhouwers. De ware creatieve geesten overleven toch wel, in elk klimaat, onafhankelijk van klopjes op de schouder of schoppen onder hun kont. Mijn zorg gaat uit naar burgers die kennis moeten nemen van hun artistieke produkten.

Ik wil dat het beste bereikbaar is voor de meesten, voor mensen wier existentiele basis wordt bedreigd. Dat is waar het subsidieren van kunst om zou moeten draaien. Het theater waar we nu zitten is een perfect voorbeeld: hoogste toegangsprijs vijf pond, studenten een pond, werklozen en gepensioneerden gratis entree.''

In uw nieuwe bestaan zullen de decepties zich opstapelen. ''De mogelijkheid, nee, de waarschijnlijkheid dat ik de wereld niet zal veranderen ontslaat me op geen enkele manier van de verplichting het te proberen.''

U declameert die zin. Is dat een vernislaag waaronder twijfel schuilgaat, of...?

''Het zijn grote woorden! Laat ze dus maar nadruk krijgen. Als ik twijfels heb, dan zijn het twijfels of ik zal voldoen aan mijn eigen maatstaven. Ik heb last van tunnelvisie. Aan de ene kant is het effectief je power op een doel te concentreren, aan de andere kant zie je dingen over het hoofd. Ik ben soms een heel eind onderweg voordat ik besef dat ik de foute afslag heb genomen.''

Ik herken dat wel: het is moeilijk toe te geven dat je een verkeerde beslissing nam.

Bestraffend: ''Oh, dat is trots, dat is persoonlijk, dat is jouw probleem.''

En u, maakt u de goede keuze door de politiek in te gaan? 'Slechts een hoogstenkele politicus speelt een mooie rol in onze dromen', las ik deze week in een Engels dagblad. Goede actrices lopen een grotere kans mensen gelukkig te maken.

''Maar wat heb ik daaraan? Maakt actrice zijn mij gelukkiger? Nee. Een poosje terug kreeg ik een brief van een Amerikaanse onderwijzeres die met veertig leerlingen door Europa had gereisd: 'Als Elisabeth I in de beroemde tv-serie maakte u grote indruk op me, maar toen ik mijn meisjes meenam naar een theaterstuk in Londen en u het woord neuken hoorde gebruiken was ik ontzet.' Het was een waardevolle les die regels te lezen. Je werkt voor jezelf. Je legt alleen aan jezelf verantwoording af. Je moet nimmer de gevangene worden van opinies die anderen over je hebben. Ik, Glenda Jackson, weiger dat.''

Tot 27 april speelt Glenda Jackson in Eugene O'Neills familiedrama Elektra in het Citizens' Theatre te Glasgow, Schotland (09-44414290022)