Gevaarlijke combinatie van twee heethoofden en een fax

“Twee heethoofden en een fax vormen een gevaarlijke combinatie”, aldus het Britse dagblad The Guardian gisteren. De twee, Patrick Robertson en Alan Sked, secretaris en medewerker van de Brugge-groep, hebben de Britse Conservatieven ruim twee weken voor de plaatselijke verkiezingen een lelijke poets gebakken.

Afgelopen woensdag gaven ze een verklaring uit waarin ze zware kritiek uitoefenden op de Britse premier Major. Impliciet verweten ze hem dat zijn opstelling in de oorlog tegen Irak geleid heeft tot de dood van duizenden Iraakse shi'ieten en Koerden. Onder Thatcher zou het niet zover zijn gekomen. Hun actie schaadt echter niet alleen de regerende Conservatieven. Het dynamische tweetal haalt tegelijkertijd de bodem weg onder zijn eigen levenswerk.

De 22-jarige Patrick Robertson, student te Oxford, is oprichter van de Brugge-groep. Uit ongenoegen over het streven naar verdergaande Europese integratie richtte hij drie jaar geleden, na overleg met de historicus professor Norman Stone, de groep op. Hij wist zich de steun te verwerven van een groot aantal parlementsleden, onder wie prominente figuren als de Conservatieven Norman Tebbit, Nicholas Ridley en Labour-afgevaardigde Peter Shore. De groep ontleent haar naam aan de toespraak die mevrouw Thatcher op 20 september voor het Europa College in Brugge hield. Daarin haalde zij genadeloos uit naar de voorzitter van de Europese Commissie, Jacques Delors, die had voorspeld dat in het jaar 2000 tachtig procent van de sociaal-economische wetgeving van de leden van de EG in Brussel zal worden gemaakt. “Pogingen om het nationale karakter te onderdrukken en macht te concentreren in het centrum van een Europees conglomeraat zou hoogst schadelijk zijn en zou de doeleinden die we nastreven in gevaar brengen”, aldus Thatcher. De Britse premier proclameerde toen dat het Verenigd Koninkrijk flink afstand zou houden van alle overdreven Europese integratie.

Het ledenbestand van de Brugge-groep is geheim, maar volgens de leiding zouden tenminste honderd van de bijna vierhonderd Conservatieve Lagerhuisleden tot de groep behoren. Zonder dat ze daarop bedacht was, werd mevrouw Thatcher begin dit jaar tot ere-voorzitter benoemd. De voorzitter van de groep, Lord Harris of High Cross, had de oud-premier schriftelijk gevraagd of ze het ere-voorzitterschap zou willen accepteren en haar secretaris, John Wittingdale, had bevestigend geantwoord zonder zijn baas daarin te kennen. Volgens vrienden van de oud-premier wijst dit erop dat ze weinig belang hechtte aan de functie en die in ieder geval niet als basis wilde gebruiken voor een campagne tegen het beleid van haar opvolger, die een veel vriendelijker koers tegenover het verenigde Europa volgt.

Met de ongehoord harde kritiek op premier Major lijkt de Brugge-groep nu haar eigen graf te hebben gegraven. Niet alleen mevrouw Thatcher heeft zich gedistantieerd van de kritiek, maar ook de voorzitter, Lord Harris, was ombarmhartig over de verklaring die het tweetal uitgaf: “Kletskoek.” Kennelijk is die uitgegeven na een feestje, omdat Roberston net uit India terug was, zo voegde hij daaraan toe.

Toch had de aanval op premier Major niet op een ongelukkiger moment kunnen komen, kort voor de lokale verkiezingen op 2 mei, die de eerste echte populariteitstest voor premier Major worden. Labour-leider Kinnock scoorde dan ook voor open doel. Major heeft deze aanval aan zichzelf te danken, zei hij. “Hij is een dilettant. Zolang hij geen greep op de zaak krijgt, zal hij geconfronteerd worden met deze aanvallen op zijn stijl.”

Gevolg van deze actie is wel dat de Brugge-groep het verder ook wel kan vergeten dat zij nog serieus wordt genomen in haar bestrijding van het Europese federalisme. Vanuit dat perspectief kunnen de aanhangers van het verenigde Europa Roberston en Sked alleen maar dankbaar zijn.

Ze hebben de federalisten, die op het Britse continent toch al in opmars waren, onbedoeld een enorme dienst bewezen.