De verschrikkelijke twijfel over John Demjanjuk

The Trial of Ivan the Terrible. The State of Israel vs John Demjanjuk door Tom Teicholz 354 blz., St. Martin's Press 1990, f 47,75 ISBN 0 312 01450 3

Onlangs verscheen een boek van de Amerikaanse jurist en journalist Tom Teicholz over het proces tegen John Demjanjuk, die ervan werd beschuldigd Iwan de Verschrikkelijke te zijn, de man die de gaskamers in Treblinka bediende. Teicholz is ervan overtuigd dat Demjanjuk inderdaad Iwan was. Op de flap wordt vermeld dat dit het 'definitieve relaas over deze controversiele zaak is'. Maar dat is onmogelijk: de zaak is nog steeds in behandeling bij het Israelische Hooggerechtshof.

En de mate waarin de zaak controversieel is, blijkt wel uit het feit dat Demjanjuk in eerste aanleg is veroordeeld in april 1988. Nu, drie jaar later, is er nog steeds geen uitspraak in hoger beroep.

De premature verschijning van zijn boek is voor Teicholz geen bezwaar. Het is een betoog, geen geschiedschrijving. Hij betuigt zijn geloof in Demjanjuks schuld, net zoals een openbare aanklager dat doet, voorafgaande aan het vonnis. Daarbij gebruikt hij dezelfde methode die een aanklager ook graag gebruikt: selectie en rangschikking van feiten om de tenlastelegging maximaal te ondersteunen. Daaraan is op zichzelf niets oneerlijks; het is aan de verdediging om de weggelaten feiten naar voren te brengen, en om aan het geheel een rangschikking te geven die een ander licht op de zaak werpt. Maar de lezer zou wel gewaarschuwd moeten worden dat Teicholz schrijft in zijn capaciteit als advocaat, niet als journalist.

Hier is een klein voorbeeld van wat een handige ordening van de feiten vermag. Een van de overlevenden die Demjanjuk heeft herkend, is Sonia Lewkowicz. Als zij in Kamp 1 de was ophing, kon zij zien hoe Iwan in Kamp 2 zijn gruwelijke misdaden beging. Edoch: de rechtbank heeft het zogenaamde Danylchenko-document aanvaard, waarin wordt betoogd dat Demjanjuk vanaf maart 1943 niet ter plaatse aanwezig was. De reconstructie van de rechtbank is dat Demjanjuk tot februari 1943 in Treblinka was, waar hij bekend was als Iwan de Verschrikkelijke, en vanaf maart 1943 in Sobibor. Sonia Lewkowicz arriveerde pas in Treblinka in maart 1943. Toen heeft ze Iwan nog gezien. Dat kan dus niet Demjanjuk zijn geweest. Hoe heeft ze dan Demjanjuk kunnen herkennen als Iwan?

OPSTAND

Daarbij komt nog dat een aantal getuigen heeft verklaard dat Iwan in Treblinka was tot aan de opstand in augustus 1943. De getuige Rosenberg heeft in 1945 beschreven hoe hij zelf had gezien dat Iwan bij de opstand werd vermoord. Sonia Leskowicz weigerde te getuigen, en kon dus nooit over deze details worden ondervraagd. Het idee dat Iwan na februari 1943 niet meer in het kamp was, kwam pas op in maart 1988, lang nadat de overlevenden van Treblinka waren gehoord. Die konden dus door de verdediging niet met deze tegenstijdigheid worden geconfronteerd. In hoger beroep worden geen getuigen gehoord, zodat we over dit detail nooit de waarheid zullen horen; zelfs een jurist zou dat toch onbevredigend moeten vinden.

Teicholz vermeldt de diverse brokstukken van dit verhaal wel, maar verspreid over vele hoofdstukken, zodat de lezer nooit ontwaart dat er een probleem is. Hetzelfde doet hij met betrekking tot het onderwerp waarover ikzelf in Jeruzalem heb getuigd: de procedures die bij de herkenning door overlevenden zijn gevolgd. Over deze kwestie debiteert Teicholz een cocktail van halve waarheden.

Zo laat hij in het hoofdstuk 'A Memory Problem' de twee belangrijkste argumenten weg voor twijfel aan de geheugens van overlevenden. Het eerste argument is dat in een vergelijkbare zaak, die van Frank Walus, elf overlevenden zich aantoonbaar vergisten toen ze Walus herkenden als de beul van Kielce. Het gaat om een vergelijkbare situatie: oorlogsmisdaden, getuigen die de dader lange tijd hadden meegemaakt, dezelfde herkenningsprocedures uitgevoerd door dezelfde politieambtenaren. Het tweede argument is dat niet alle overlevenden van Treblinka Demjanjuk hebben herkend. Uit de stukken is duidelijk dat de getuigen Teigman, Kudlik, Greenspan, Freiberg, Cohen, Seiss en Helman, allen overlevenden van Treblinka, Demjanjuks foto niet herkenden.

Speciaal Helman vormt een groot probleem, want hij was degene die het langst in Treblinka aanwezig was, terwijl zijn werk hem steeds op ongeveer een meter van Iwan bracht. Aan zijn geheugen kan het niet hebben gelegen, want hij kon Iwan wel beschrijven en hij herkende een andere kampbewaker, Fedorenko.

DOCUMENTEN

Na de sluiting van het officiele proces kwam uit Amerika informatie over een groot aantal tot dan toe verzwegen herkenningspogingen. De documenten daarover hadden berust bij het Office of Special Investigations (OSI), de instantie die de zaak Demjanjuk aan het rollen heeft gebracht. De verdediging vermoedde het bestaan van deze documenten, maar kon er niet aankomen. Pas in maart 1988 werd OSI door een Freedom of Information Act-procedure gedwongen de documenten vrij te geven. Zoals vermoed, betrof het een groot aantal getuigen die Demjanjuk niet hadden herkend. Tenminste vijftien van deze getuigen hadden evenveel gelegenheid gehad Iwan bezig te zien als de vijf die voor de rechtbank in Jeruzalem hebben getuigd.

Waarom hield OSI deze getuigenissen geheim? Waarom heeft Teicholz daar geen kritiek op? Waarom zegt hij nergens dat er slechts vijf positieve herkenningen waren uit zevenentwintig pogingen? De brokstukken van de Walus-zaak en de niet-herkenningen zijn overal door het boek verspreid, zodat je nooit het gehele verhaal kunt reconstrueren. In het hoofdstuk over het geheugen van getuigen wordt er met geen woord over gerept.

Teicholz doet wel uitgebreid verslag over de tactiek die de aanklager gebruikte om van mijn verklaring over de kwestie van het herkennen af te komen. Ten eerste door te beweren dat er geen probleem is.

Vervolgens door vast de stellen dat, zelfs als er een probleem is, de experimentele psychologie niet geacht kan worden een oplossing te bieden, aangezien het geen serieuze wetenschap is. Vervolgens door aan te tonen dat, zelfs als de experimentele psychologie serieus is, het toch geen antwoord kan geven op de vragen waarover het in dit proces gaat. Ten slotte door te betogen dat, zelfs als de experimentele psychologie wel antwoorden zou hebben, ene Wagenaar uit Nederland natuurlijk niet goed genoeg is om daarover een verklaring af te leggen. Als tactiek in een juridisch steekspel is het in discrediet brengen van een getuige volstrekt normaal. Maar voor een boek is het niet goed genoeg. Daarin moet je toch eerst uitleggen wat de vraag is, voordat je kunt beargumenteren dat de vraag niet correct is beantwoord. En Teicholz legt niet uit wat de vraag is, om begrijpelijke redenen.

Het in discrediet brengen van de deskundige is juist met betrekking tot het probleem van de herkenningsprocedures nogal onnozel, omdat zelfs een oppervlakkige beschouwing leert dat het probleem geen geavanceerde wetenschap of topexpert vraagt. Iedereen met wat logisch verstand kan inzien dat de procedures niet deugden. Ik begrijp wel dat Teicholz geen ruimte had om aan allerlei details aandacht te geven.

Maar in wezen draaide het hele proces om het geheugen van de ooggetuigen, en de rechtbank heeft dat ook met zoveel woorden vastgesteld. Zou er dan niet een enkele alinea aan de herkenningsprocedures gewijd mogen worden?

Over de bij dit proces gehanteerde herkenningsprocedure heb ik al eerder betoogd dat de test zo suggestief was dat iedere buitenstaander met groot gemak had kunnen aanwijzen wie van de getoonde mensen Iwan zou moeten voorstellen. Een eenvoudige proefneming van mij met een suggestieve fotoserie die aan wildvreemden werd voorgelegd, toonde dat ook aan. Dat betekent niet dat de getuigen zich vergisten toen ze Demjanjuk aanwezen, alleen maar dat hun aanwijzing niets bewijst.

De openbare aanklager vroeg mij tijdens het proces natuurlijk of er onderzoek was waarin proefpersonen gerecruteerd zijn uit overlevenden van vernietigingskampen. Het antwoord is dat psychologen gelukkig nooit op dat idee zijn gekomen. Teicholz combineert deze twee zaken, en concludeert dat mijn proefneming dus geen enkele relatie tot het probleem heeft. Maar die conclusie doet geen recht aan een eenvoudig logisch inzicht: wanneer wildvreemden met gemak Demjanjuk in de fotoserie aanwijzen, bewijst het dus niets wanneer overlevenden dat ook kunnen.

KRITISCH TOETSEN

De openbare aanklager in Jeruzalem heeft natuurlijk uitgebreid betoogd dat het niet nodig was om het geheugen van getuigen kritisch te toetsen. Wanneer overlevenden zeggen iemand te herkennen, moet je dat volgens hem eenvoudigweg geloven. De rechtbank heeft dit argument aanvaard, zodat ze zonder meer mijn bezwaren tegen de gebruikte testprocedure van tafel konden vegen. Dat is hun eigen verantwoording, en ik zal daarop geen commentaar leveren. Maar Teicholz had, wanneer hij objectief had willen zijn, wel moeten vermelden dat de politie er kennelijk anders over dacht; anders waren ze nooit aan een kritische test begonnen. En eveneens had hij moeten weergeven wat mijn bezwaren tegen de gebruikte procedure eigenlijk waren, zodat de lezer zelf kan beoordelen of die bezwaren irrelevant zijn.

Soms is Teicholz' weergave van de gang van zaken tijdens het proces volstrekt onjuist. Bijvoorbeeld: Rechter Tal vroeg mij hoe groot de kans is om bij toeval de verdachte aan te wijzen, wanneer er acht mannen op een rij staan. Het antwoord is natuurlijk een op acht. 'En is de kans,' vroeg rechter Tal, 'dat vijf getuigen bij toeval de verdachte aanwijzen niet eenvoudig een achtste tot de vijfde macht?'

Het antwoord is dat die kans veel groter is. Wanneer er een reden is om gokkenderwijs de verdachte uit te kiezen, bestaat diezelfde reden voor alle getuigen. Zij zullen waarschijnlijk allemaal dezelfde gok maken. Teicholz geeft dit weer als: 'With some misgivings, Wagenaar agreed.' Agreed? Wat zullen we nou hebben? De stelling van Tal is onjuist, en dat heb ik hem ook uitgelegd!

Nog steeds in het hoofdstuk over 'A Memory Problem' zegt Teicholz dat de verdediging een strategie van lik op stuk voerde: 'If the prosecution had called two experts; he would call two - and claim his 'experts' were more 'expert' than theirs, his experts were more prestigious, regardless of the content of their testimony.' Maar dit is nu juist niet waar wanneer we het over geheugenproblemen hebben. De aanklager heeft geen getuige kunnen produceren die beweerde dat er geen geheugenprobleem was, dat er geen kritische geheugentest nodig was, of dat de herkenningstests volgens de regels der kunst waren uitgevoerd.

Integendeel: de aanklager werd bijgestaan door twee eminente psychologen van de Universiteit van Haifa. Dat was de reden dat hij zo welbeslagen ten ijs kon komen. Maar deze twee collega's vertikten het om zelf in de getuigenbank te verschijnen en te verklaren dat ik ongelijk had; dat de herkenningsprocedures juist een toonbeeld van betrouwbaar politie-onderzoek vormden, en dat men in de toekomst beslist wederom van zulke procedures gebruik moest maken. De gebruikelijke manier om twijfel te zaaien aan de verklaringen van een wetenschappelijke getrainde getuige-deskundige is door een andere deskundige te engageren. De aanklager durfde dat niet aan, of kon niemand vinden. Maar voor zijn boek had Teicholz toch wel meer kunnen doen dan de buitenwetenschappelijke argumenten van de aanklager te herhalen?

WAARHEID

Uiteindelijk kan het boek van Teicholz niet als serieus worden geschouwd. Het is vooringenomen en pretendeert de waarheid te geven in een zaak waarover de definitieve uitspraak nog niet is gedaan, waarin ieder argument voorzien is van een tegenargument, waarin steeds weer nieuwe informatie opduikt, en waarin het totaal van gegevens meer tegenspraak dan bevestiging bevat.

De waarheid van Teicholz volgt niet uit de feiten, maar omgekeerd: de feiten worden geselecteerd en gerangschikt om zich naar zijn waarheid te voegen. Een simpel voorbeeld. Het persoonsbewijs dat Demjanjuk gebruikt zou hebben om in en uit Treblinka te lopen (hetgeen hij vrijwel dagelijks gedaan zou hebben), bevat de verkeerde naam, en de verkeerde standplaats. De aanklager doet dit probleem af met een tamelijk ongeloofwaardige verklaring: de verantwoordelijke administrateurs zouden die fouten hebben gemaakt 'doordat Duitsers nu eenmaal bekend slordig zijn'. Bovendien zouden de schildwachten van het kamp daarover niet moeilijk hebben gedaan omdat, zoals bekend, die lui het niet zo nauw namen. Zou een goede journalist zich over deze kwestie niet wat meer zorgen hebben gemaakt? Hier ligt nu een prachtig spoor voor echt detectivewerk, met een open geest, en niet aan de leiband van de aanklager.

Ben ik er, in tegenstelling tot Teicholz, van overtuigd dat Demjanjuk onschuldig is? Absoluut niet. Ten eerste omdat het voor iemand die daar de laatste jaren geen dagwerk van heeft gemaakt, praktisch onmogelijk is al het bewijsmateriaal te overzien. En dat argument betreft niet alleen mijzelf, maar ook al diegenen die de laatste jaren hebben geprobeerd mij te overtuigen van Demjanjuks schuld: het is onmogelijk dat zij de relevante feiten kennen. Ten tweede omdat de feiten die ik wel ken in grote mate tegenstrijdig zijn. Demjanjuk ontkent, maar heeft geen goed alibi. Er is een belastend document, maar met dat document is bijna alles mis wat er mis kan zijn. Er zijn getuigen die hem herkennen, maar dit is een minderheid, terwijl de herkenningsprocedures uitermate suggestief waren.

Ik ben in zo'n geval blij dat ik niet op de stoel van de rechter zit. Het lijkt me verstandig om het oordeel van de rechter te aanvaarden, hoe het ook uitvalt, maar om daarop niet vooruit te lopen. Hetgeen Teicholz doet.

foto: Fotomontage van 'Demjanjuk de Verschrikkelijke': linker helft zou Ivan de Verschrikkelijke voorstellen in het krijgsgevangenkamp Trawniki (1942); rechter helft is Demjanjuk bij aankomst in Israel in 1987