DE MOORD OM HET REGENWOUD

De man van het regenwoud. De moord op Chico Mendes en het Braziliaanse regenwoud door Alex Shoumatoff 411 blz., Anthos 1990, f 39,50 ISBN 90 6074 663 5 Chico Mendes en de dood van het regenwoud. Biografie van de strijder voor het behoud van het Amazonegebied door Andrew Revkin 271 blz., Bruna 1990, f 41,50 ISBN 90 229 7921 0 Kap ermee. Het tropisch regenwoud en zijn perspectieven door Leo Cnossen en Gertjan Janszen (red.) 151 blz., Novib-Mets 1990, f 25,-- ISBN 90 5330 004 X De laatste regenwouden. Beheer, bescherming en behoud van 's werelds meest waardevolle ecosystemen door Mark Collins (red.) 208 blz., geill., Zomer & Keuning 1990, f 59,90 ISBN 90 2100 0088 1

Het was een combinatie van onwaarschijnlijke bondgenoten: een Braziliaanse vakbond en de Amerikaanse milieubeweging vonden elkaar in de bescherming van het Amazone-oerwoud en steun aan de stijd van primitieve rubbertappers. Deze coalitie was mogelijk dank zij het natuurlijke politieke inzicht van Chico Mendes, leider van de beweging van rubbertappers in het verre westen van het Braziliaanse Amazonegebied.

Chico Mendes, die in december 1988 vermoord werd door veeboeren, werd een symbool in de strijd voor de redding van het regenwoud. Hij was nooit naar school geweest - zijn kennis van lezen, schrijven en politiek had hij te danken aan een communist die in zijn streek was 'ondergedoken' - en hij had zijn leven lang gewerkt als rubbertapper in Acre. Met hulp van de katholieke kerk was hij in de jaren zeventig een vakbond begonnen ter verdediging van de belangen van de arme rubbertappers. Zijn plan om 'exploitatie-reservaten' aan te wijzen, waarin de lokale bevolking op traditionele wijze de natuurlijke rijkdommen van het oerwoud benut, werd eind jaren tachtig overgenomen door de internationale milieubeweging als alternatief ontwikkelingsmodel voor het Amazonegebied.

In zekere zin had Chico Mendes zijn internationale beroemdheid te danken aan het broeikaseffect, waarover in het Westen - vooral in de VS - in 1988 grote bezorgdheid ontstond. Dat was het jaar ''waarin de natuur protesteerde'' en het noordelijk halfrond in de zomer geteisterd werd door langdurige hitte en droogte. Als een van de oorzaken werd de ontbossing van het Amazone-gebied aangewezen. En daar, diep in het tropische regenwoud, bleken arme rubbertappers te leven, die zich omwille van hun broodwinning verzetten tegen de kaalslag en het platbranden van het oerwoud ten behoeve van veeboeren.

De vernietiging van het Amazone-oerwoud vindt in een duizelingwekkende vaart plaats. Niemand kent precies de omvang, maar het gemiddelde van een groot aantal wetenschappelijke schattingen is een ontbossing van 27,33 hectare per minuut, veertigduizend hectare per dag en een oppervlakte zo groot als vier keer Nederland per jaar.

Tot het midden van de jaren zeventig was Acre een vergeten uithoek van Brazilie. Rond de eeuwwisseling speelde dit gebied een rol als leverancier van latex, het sap van rubberbomen, dat gebruikt wordt als grondstof voor de rubberindustrie. Maar met het einde van de Braziliaanse rubber-'boom' door de opkomst van de rubberplantages in Achter-Indie, raakte het gebied weer vergeten en verwaarloosd. De nakomelingen van de rubbertappers voorzagen in hun levensonderhoud door noten te verzamelen en de rubberbomen die verspreid in het oerwoud staan, te blijven aftappen.

In de jaren zeventig begon de toenmalige militaire Braziliaanse regering, met hulp van de Wereldbank en de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank, het Amazone-gebied open te leggen. Dat gebeurde door de aanleg van wegen door het tropische oerwoud. Een weg door het regenwoud is wat een AIDS-diagnose voor mensen is: het begin van het einde. Want met de wegen kwamen de arme kolonisten en de handige zakenlieden die belangstelling voor de grond hadden. De kolonisten waren veelal verjaagd van hun grond in andere delen van Brazilie. De zakenlieden werden tot het Amazonegebied aangetrokken door grondspeculatie en belastingvoordelen. In twintig jaar heeft de Braziliaanse overheid anderhalf miljard dollar aan belastingfaciliteiten verstrekt om het Amazonegebied commercieel aantrekkelijk te maken. Acre werd een smeltkroes van alle mogelijke mensen en belangen: de rubbertappers met hun primitieve verzameleconomie, de veeboeren in het tropische Wilde Westen, de grootgrondbezitters en de kolonisten, de indianen, de overheid, het leger en de politie, avonturiers en voortvluchtigen, radicale priesters, drugshandelaren en uiteindelijk de milieu-activisten.

Tegen deze achtergrond en in een decor van bedreigd tropisch oerwoud vond eind 1988 de moord op Chico Mendes, de vakbondsleider van de rubbertappers, plaats. Alex Shoumatoff is auteur van De man van het regenwoud, een boek dat zowel Chico Mendes als het Amazone-oerwoud tot onderwerp heeft. Dezelfde onderwerpen worden beschreven in Andrew Revkins boek Chico Mendes en de dood van het regenwoud. Zowel Revkin als Shoumatoff is Amerikaan; beiden hebben ter plaatse minutieus onderzoek verricht naar het leven van Chico Mendes, naar de omstandigheden van de moord en naar de vernietiging van het oerwoud.

Shoumatoff is stafmedewerker van het tijdschrift The New Yorker; Revkov wordt omschreven als milieuverslaggever. Alletwee kunnen ze uitstekend schrijven, en hanteren ze de in de VS vaak gebruikte stijl van gedramatiseerde reconstructies.

CHAOTISCHE SFEER

De gegevens in de twee goed gedocumenteerde boeken stemmen met elkaar overeen; toch zijn het twee verschillende boeken geworden. Shoumatoff springt van de hak op de tak en hanteert de stijl van een reporter: zijn boek is een soort dagboek van de gebeurtenissen die hij meemaakt op zoek naar de waarheid achter de moord op Chico Mendes. Hij heeft zijn boek in de ik-vorm geschreven en dat versterkt voor een lezer het gevoel dat hij het Amazone-avontuur meebeleeft. Dit roept heel authentiek de chaotische sfeer van Brazilie op, maar het wekt ook de indruk dat Shoumatoff zijn aantekeningenboekjes heeft uitgeschud.

Revkin heeft gekozen voor een samenhangend verhaal, waarin de gebeurtenissen en de beschrijving van de socio-economische werkelijkheid organischer in elkaar overlopen. Zijn boek is een gedramatiseerde sociografie van het leven van de rubbertappers in het Amazonegebied. Het is een kwestie van smaak, maar persoonlijk ging mijn voorkeur uit naar Revkins aanpak. Tegenover de opgewonden 'flashes' die Shoumatoff hanteert, geven de hoofdstukken bij Revkin het lome gevoel van de tropische sfeer aangrijpend weer.

Tussen de twee boeken is ook een verschil in invalshoek. Shoumatoff, de Brazilie-kenner, legt een grotere nadruk op de ongewisheid van de Amazone-samenleving en op de politieke intriges in Brazilie. Hij is ook nauw betrokken bij een film die Steven Spielberg over Chico Mendes zal maken, met Robert Redford in de hoofdrol. Revkin heeft meer aandacht voor de politieke alliantie die tot stand komt tussen de Amerikaanse milieubeweging en de rubbertappers, met Chico Mendes als verbinding. Dankzij de inspanningen van een Braziliaanse antropologe, een Britse cineast, een Britse medewerker van de hulporganisatie Oxfam en een Amerikaanse antropoloog kreeg Chico Mendes twee internationale milieuprijzen en reisde hij enkele keren naar Washington. Daar slaagde hij erin het beleid van de Wereldbank en de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank ten aanzien van het Amazonegebied te veranderen.

De koppeling van milieu-activisme aan vakbondsactivisme was doeltreffend. Zoals Revkin schrijft: ''Het bestaan van de rubbertappers betekende een geweldige steun voor de Amerikaanse milieubeweging die zich bezighield met het Amazonegebied: nu hadden ze mensen om voor te vechten, niet alleen vogels en bomen.''

De lobbyisten in Washington die actie voerden tegen het milieu-vijandige beleid van de Wereldbank, ontbrak het aan een alternatief ontwikkelingsbeleid; de rubbertappers waren in staat om dat alternatief aan te dragen, maar het ontbrak hun aan steun. Ze vonden elkaar in een gemeenschappelijk doel, het Amazonegebied behouden voor de mensen die er woonden. De stem uit het oerwoud van Chico Mendes gaf de milieu-activisten een rechtvaardiging voor hun protesten. En wat de rubbertappers betrof: als anderen uit milieu-overwegingen hun strijd wilden steunen, dan vonden ze dat best.

Al in 1989 kwam (in een gezamenlijke uitgave van Jan Mets en EPO- NOVIB) een Nederlandse vertaling uit van een interview dat een Braziliaanse socioloog met Chico Mendes had gehouden. Red het Amazonewoud bevat fragmenten uit dit interview. In dit 'testament'

vertelt Mendes in zijn eigen, simpele woorden zijn levensverhaal (besproken in Zaterdags Boekenbijvoegsel 27-1-90).

Vorig jaar organiseerde de medefinancieringsorganisatie Novib een campagne voor het behoud van het tropische regenwoud onder het motto 'Kap ermee'. Dit is ook de titel van een boekje dat ter begeleiding van deze actie uitkwam. Het gaat voor een groot deel, maar niet uitsluitend over het Amazonegebied. Ook de ontbossingen in Zuid-Oost Azie, waar wegens de Japanse vraag naar hardhout de tropische regenwouden worden gedecimeerd, krijgen aandacht. Verder bevat de bundel kritische hoofdstukken over het omstreden Actieplan voor het tropische regenwoud van de Verenigde Naties en de Wereldbank.

Veel fraaier uitgevoerd en beter gedocumenteerd is De laatste regenwouden, dat onder redactie van Mark Collins is uitgegeven door de Internationale Unie voor het Behoud van de Natuur (IUCN). Dit boek geeft gedetailleerde toelichting op de biologische en klimatologische omstandigheden in tropische regenwouden. Het bevat verhelderende tekeningen en overzichtelijke kaarten van de laatste grote tropische regenwouden in Latijns Amerika, Afrika en Azie. Verder is het geillustreerd met adembenemend mooie foto's van de flora, de fauna en de mensen die de oorspronkelijke oerwoudbewoners zijn. Wie met eigen ogen wil zien waarom de vernietiging van de ongekende natuurlijke rijkdom van de regenwouden gestopt moet worden, heeft met dit foto- en tekstboek het beste argument in handen.

    • Roel Janssen