Begemann wordt concern: nu synergie en zelfstandigheid

BREDA, 13 APRIL. Grafieken die de ontwikkeling van de Koninklijke Begemann Groep in de afgelopen zes jaar illustreren, vertonen allemaal eenzelfde patroon. Ze beginnen ergens bij het nulpunt: iets erboven, iets eronder. Om vervolgens schuin omhoog te schieten. Zijn er voor Begemann dan geen grenzen aan de groei?

Zes jaar geleden was Begemann met zijn rijke historie bijna op sterven na dood. Een surseance van betaling leek een einde aan een lange lijdensweg te maken. Totdat Joep van den Nieuwenhuyzen zich als reddende engel opwierp.

Van den Nieuwenhuyzen heeft zich inmiddels met zijn flair, zijn successen, zijn publiciteitsgerichtheid en zijn onconventionele optreden een grote faam verworven. Maar zes jaar geleden was hij nog een kleine, vrijwel onbekende ondernemer met ogenschijnlijk te grote ambities. Een aasgier, zeiden sommigen. Een opkoper van noodlijdende bedrijven, die daar met harde hand weer winst uit wist te persen.

De overname van Begemann, in 1986 bezegeld door een akkoord met de schuldeisers, betekende de definitieve doorbraak voor Joep van den Nieuwenhuyzen. Sindsdien heeft hij bewezen dat hij geen eendagsvlieg is maar een gedegen imperiumbouwer. Zonder daarbij de winstgevendheid uit het oog te verliezen. Het rendement op het eigen vermogen lag al die jaren boven de twintig procent.

Op alle terreinen ging het crescendo met de Begemann Groep. Het aantal bedrijven steeg van 8 tot 127, met vestigingen in 25 landen. De omzet groeide van 41 miljoen gulden in 1986 tot 1351,6 miljoen vorig jaar.

De nettowinst schoot omhoog van 5 tot 73,5 miljoen. Tegelijkertijd vermeerderde zich ook het groepsvermogen, dat in 1985 nog negatief was, via 12 miljoen gulden in 1986 tot 412 miljoen gulden vorig jaar.

Een smetje op de financiele resultaten was in de ogen van critici, dat ze meer te danken waren aan handig koopmanschap dan aan ondernemerskunde. Nog in 1988 bedroeg het bedrijfsresultaat maar een schamele 6 miljoen gulden. Het transactieresultaat, de winst op verkoop van deelnemingen, was met 14 miljoen gulden ruim twee keer zo hoog.

Maar die verhouding heeft zich inmiddels drastisch gewijzigd. In 1989 overtrof het bedrijfsresultaat van 38,3 miljoen gulden al de transactiewinst van 31 miljoen gulden. Ook vorig jaar bleef de transactiewinst met 52 miljoen gulden achter bij het bedrijfsresultaat van 70 miljoen gulden. En dit jaar zal het bedrijfsresultaat aanzienlijk stijgen, terwijl de transactiewinst daalt.

Die gewijzigde winstopbouw toont dat de Begemann Groep een nieuwe fase is ingegaan. In de startperiode ging het erom tegen zo laag mogelijke kosten zoveel mogelijk ondergewaardeerde maar levensvatbare bedrijven te vergaren. Die expansie was nog vrij ongericht. Maar inmiddels heeft de Groep een omvang bereikt die dwingt tot concentratie en samenhang.

Daarom heeft Begemann haar werkterrein onderverdeeld in vijf kerngebieden, “sectoren met internationale groeimogelijkheden op lange termijn”. Dat zijn: Energie (44 procent van de omzet), Voeding (20 procent), Milieu (12 procent), Transport (12 procent) en Diensten (12 procent). Van den Nieuwenhuyzen: “We hebben het afgelopen jaar geconsolideerd en gestructureerd om een platform te vormen voor verdere groei.”

De werkmaatschappijen zijn inmiddels ondergebracht in groepsmaatschappijen “teneinde optimaal gebruik te kunnen maken van synergetische effecten”. Het bedrijf wordt een concern. Schaalgrootte en samenwerking zullen de winstgevendheid van de komende jaren bepalen.

Maar Begemann moet nog bewijzen dat het ook voor deze nieuwe fase is toegerust. Belangrijk is namelijk om tegelijkertijd de zelfstandigheid en de marktgrichtheid van de werkmaatschappijen, nu nog de kracht van Begemann, intact te laten. Volgens Van den Nieuwenhuyzen is dat zeker de bedoeling. Ter geruststelling wist hij te melden dat de holdingstaf niet is uitgebreid.