ANATOMIE VAN EEN RACISTISCHE REL

Outrage. The Story Behind The Tawana Brawley Hoax redactie Robert D. McFadden, Ralph Blumenthal, M. A. Farber, E. R. Shipp, Charles Strum & Craig Wolff 408 blz., Bantam Books 1990, f 45,65 ISBN 0 533 05756 1

In de eerste week van december 1987 deed de Nederlandse acteur Jules Croiset in Belgie aangifte van ontvoering. Hij verklaarde te zijn ontsnapt uit een woning in Charleroi, waar hij was vastgehouden door twee mannen en een vrouw, leden van een groep die zich de Nederlandse Fascisten Jongeren Organisatie noemde. Ze hadden hem volgens zijn verklaring geblinddoekt vastgebonden in een rioolbuis en een hakenkruis op zijn borst geschilderd.

Twee weken eerder had Croiset zich krachtig laten horen tijdens de opwinding rond het toneelstuk Het vuil, de stad en de dood van Fassbinder. Hij was een van degenen die meenden dat het stuk antisemitisch was en niet mocht worden opgevoerd. Dat zou het toch al toenemende fascisme en antisemitisme alleen maar verder aanwakkeren.

Zijn ontvoering leverde de prompte bevestiging van zijn gelijk. Minister van justitie Korthals Altes zei in het NOS-journaal geschokt te zijn en de aanstelling van een speciale officier van justitie voor de bestrijding van antisemitisme te overwegen.

In dezelfde week verschenen er in de Amerikaanse pers ook berichten over een stuitend geval van racisme. Het slachtoffer was een zwart meisje dat in een rustige wijk van een stil stadje in de staat New York was aangetroffen in een vuilniszak. Haar lichaam en kleren waren besmeurd met stront en beklad met kreten als 'NIGGER', 'BITCH' en 'KKK' (Ku Klux Klan). Ze was in leven, maar klaarblijkelijk niet in staat tot praten. Via gebaren wist ze te suggereren dat ze was ontvoerd en verkracht door een groep blanken, onder wie minstens een politieman.

Haar naam was Tawana Brawley en ze was vijftien jaar. Bijna een jaar lang zorgde haar verhaal, verspreid door kranten en tv, voor verhitte gemoederen in de Verenigde Staten. In de opwinding waren feit en fictie spoedig niet meer te scheiden, maar in Outrage. The Story Behind the Tawana Brawley Hoax wordt de kluwen van feiten, leugens, misverstanden en halve waarheden ontrafeld door zes journalisten van de New York Times. Het is een fascinerend boek over vooroordelen, bewogenheid, politiek cynisme en de macht van de media.

RACISTISCH GEWELD Het verhaal van Tawana Brawley wekte vooral veel afschuw en verontwaardiging omdat het niet op zichzelf leek te staan. Op het moment dat kranten en tv het oppikten, was juist de zogenaamde Howard Beach-zaak prominent in het nieuws. Daarin ging het om een voorval van een jaar eerder: in de Newyorkse wijk Howard Beach was een groep zwarten aangevallen door met knuppels gewapende blanke jongeren. Een van hen was een drukke weg opgejaagd en daar overreden. In het proces beschuldigden de advocaten van de zwarten de autoriteiten ervan dat zij de blanke daders beschermden, zoals altijd in gevallen van racistisch geweld. Eerder waren blanke politiemannen vrijgesproken nadat ze bij opstootjes zwarten hadden neergeschoten.

De zaak-Tawana Brawley leek een nieuw teken van bruut racisme. Om te voorkomen dat er nog meer heisa zou ontstaan was de autoriteiten er veel aan gelegen om snel klaarheid in de zaak te brengen, maar dat was niet eenvoudig. Tawana kon niet veel zeggen en onderzoek leverde aanvankelijk geen enkel aanknopingspunt op. Het duurde niet lang of de autoriteiten werden ervan beschuldigd dat ze ook deze zaak probeerden te verdoezelen. Die beschuldiging werd geuit door hetzelfde team dat ook in het Howard Beach-proces ageerde: de advocaten Maddox en Mason en de burgerrechten-activist Al Sharpton. Zodra het drietal er lucht van had gekregen had het zich op de Brawley-zaak gestort. Maddox en Mason hadden zich opgeworpen als juridische adviseurs, Sharpton zorgde voor publiciteit.

De overheid kon niets beginnen zolang Tawana Brawley zelf geen getuigenverklaring gaf, maar Maddox en Mason stelden zich op het standpunt dat de overheid niet te vertrouwen was en weigerden medewerking aan het onderzoek. Ze eisten dat er een speciale openbare aanklager werd aangesteld die zou worden belast met gevallen van racisme. In het gewone justitiele systeem viel voor een zwarte volgens hen geen recht te halen. Hun eis was voor de autoriteiten uiteraard onacceptabel, maar het gevolg was dat er in het onderzoek geen vooruitgang werd geboekt en dat maakte hen kwetsbaar voor beschuldigingen van cover up-activiteiten. Maddox, Mason en Sharpton maakten daarvan meedogenloos gebruik. Vooral Sharpton was een meester in het bespelen van pers en publiek. Hij organiseerde voortdurend persconferenties en massale bijeenkomsten, waarbij hij zich wist te verzekeren van de steun van een radicale black power-beweging als de Nation of Islam (financieel ondersteund door de Lybische leider Gaddafi. Uitspraken als ''New York is het Mississipi en Alabama van de jaren tachtig'' werden door kranten en televisie gretig overgenomen.

'MOTHERFUCKER!' De meeste publiciteit haalden Sharpton en de zijnen toen ze er vlak voor Kerstmis in slaagden tijdens het spitsuur in Manhattan een verkeerschaos te organiseren. Een paar honderd demonstranten wisten door het blokkeren van wegen lange files te laten ontstaan, niet alleen op straat, maar ook ondergronds. Door deuren open te houden en aan de noodrem te trekken, veroorzaakten ze opstoppingen op de perrons en in de tunnels van de subway. In samenwerking met de familie Brawley introduceerde het driemanschap telkens nieuwe elementen in het verhaal over de ontvoering van Tawana: de Ku Klux Klan zou ermee te maken hebben, en er werden zelfs namen van politie-agenten genoemd.

Het onderzoek bracht intussen geen gegevens aan het licht die deze verdachtmakingen steunden. Behalve de oorspronkelijke suggesties van Tawana Brawley was er in feite niets dat op een misdrijf wees. Alle pogingen om het meisje tot medewerking te bewegen, liepen op niets uit. Zelfs een zwarte afgezant van de justitie kreeg in huize Brawley geen greintje medewerking: ''You're a motherfucker!'', schreeuwde haar stiefvader hem toe, ''What the fuck are you doing here? You fuck!''

Ook dagvaardingen sorteerden geen effect. Ten slotte werd toegestemd in de benoeming van een speciale openbare aanklager, die de kwestie tot de bodem zou uitzoeken. Maar ook die kreeg geen enkele medewerking. Na een aantal waarschuwingen werd uiteindelijk de moeder van Tawana Brawley wegens weigering voor het gerecht te verschijnen, veroordeeld tot een maand gevangenisstraf. De straf kon echter niet ten uitvoer worden gelegd omdat zij met haar familie, de advocaten en een groep medestanders asiel had gevonden in een kerk. Omdat het met het oog op de publieke opinie onverstandig zou zijn om haar door de politie met geweld de kerk uit te laten slepen, liet de overheid haar met rust. Ongestoord kon ze op het dak van de kerk in de zon zitten en haar aerobics-oefeningen doen. Vervolgens wist ze uit de staat New York te ontsnappen.

Voor de buitenwereld leek het alsof de zaak-Tawana Brawley was verzand in een steekspel tussen politici en advocaten, en mensen die begaan waren met haar lot besloten zelf tot actie over te gaan. Een van hen benaderde Bill Cosby, die besloot een beloning uit te loven voor een beslissende tip. Dat lokte een reactie uit van Mike Tyson, de wereldkampioen boksen. ''Man, how come you let Bill Cosby jump out there with this girl and didn't let me?'' informeerde hij verongelijkt bij Sharpton. Hij was vastbesloten Cosby te overtroeven en liet een ontmoeting met Tawana Brawley arrangeren. Reeds de volgende avond reed zijn limousine bij de familie Brawley voor. De wagen stond nog niet stil of Tawana kwam naar buiten rennen. Ademloos vroeg ze of ze even in de auto mocht zitten: ''I always wanted to sit in a limo''. Binnen wisselden ze handtekeningen uit en bij het vertrek deed Tyson haar zijn gouden Rolex-horloge ter waarde van 35.000 dollar cadeau.

Dit alles wordt prachtig beschreven in Outrage. Maar op dit punt in het verhaal komen pas de ware helden van het boek naar voren: de auteurs zelf. Zij werden als team op de zaak-Brawley gezet nadat iemand uit het justitiele apparaat de befaamde investigative reporter M. A. Farber opmerkelijke informatie had doorgespeeld. De pers werd ingeschakeld omdat de in gerechtelijke- en politiekringen al langer bestaande scepsis ten aanzien van het verhaal van Tawana Brawley in het openbaar niet kon worden uitgesproken: scepsis werd onmiddellijk geinterpreteerd als racisme.

ROZE OVERHEMD In klassieke new journalism-stijl (''in het donker bleef een van Farbers gepoetste schoenen steken in iets drassigs...!'') wordt verteld hoe het team van de New York Times langzamerhand achter de waarheid in de zaak-Tawana Brawley kwam. Hier en daar is die stijl wel een tikje gewild, maar in het algemeen werkt hij goed. Er zijn passages bij die niet zouden misstaan in All the President's Men. Zo wordt beschreven hoe Farber een afspraak arrangeerde met een ambtenaar die betrokken was bij het onderzoek. Ze zouden elkaar ontmoeten in een bar. De man zou een roze overhemd dragen en als codenaam 'Oscar'

gebruiken. Hoewel Farber eerst in een verkeerd etablissement ging zitten en 'Oscar' bij nader inzien toch geen roze overhemd had aangetrokken, wisten ze elkaar toch te vinden, waarna 'Oscar' onthulde dat getuigen Tawana Brawley zelf in een vuilniszak hadden zien kruipen.

De vroegere lijfwacht en chauffeur van Al Sharpton verklaarde dat de zaak-Brawley een mystificatie was en uitsluitend de politieke doeleinden van Sharpton en zijn kameraden diende. Een bewakingsbeambte beweerde dat hij beschikte over banden waarop was te horen dat een van haar advocaten het verhaal van Tawana als verzonnen beschouwde. Toen hij met de banden op de proppen kwam, bleek er echter niets op te staan.

Naarmate er in de pers meer scepsis doorsijpelde, sloegen Sharpton en de zijnen een steeds fellere toon aan. In een televisiedebat werd Scharpton zo grof dat hij door een beledigde gesprekspartner tegen de grond werd geslagen. In een poging het tij te keren verzon hij nieuwe publiciteitsstunts: een ontmoeting met James Brown, de 'godfather of soul', en een mars naar het graf van Martin Luther King, waar de familie Brawley voorging in het zingen van 'We Shall Overcome'.

De New York Times werd intussen benaderd door een ambtenaar die verzocht om een vertrouwelijk gesprek met een van de journalisten. In dat gesprek onthulde hij een aantal resultaten van het gerechtelijk onderzoek, waaruit bleek dat Tawana Brawley in elk geval niet was verkracht. Alles wees er bovendien op dat zij zelf de racistische leuzen op haar lichaam en kleren had geschreven. Op basis van zijn verhaal kon genoeg informatie worden verzameld om een artikel te schrijven waarin het verhaal van Tawana Brawley overtuigend werd weerlegd. Het eindigde met een getuigenverklaring van een van de buren, die haar moeder had horen zeggen: ''Ze weten dat we liegen, ze komen erachter en dan pakken ze ons.''

Toen dat verhaal was verschenen (het vulde op 27 september 1988 een groot deel van de voorpagina), werd spoedig het officiele onderzoeksrapport openbaar gemaakt. De conclusie luidde dat niets wees op een misdrijf en er werd besloten het onderzoek niet voort te zetten.

Na tien maanden was de zaak-Brawley voorbij. De media die de ballon hadden opgeblazen, hadden hem ten slotte ook doorgeprikt. Jules Croiset was al veel eerder ontmaskerd. Hij had in januari bekend dat hij zijn ontvoering had verzonnen en dat hij bovendien verantwoordelijk was voor valse bommeldingen en dreigbrieven aan joodse gezinnen. Hij karakteriseerde zijn actie als een wanhoopsdaad, bedoeld als een krachtige waarschuwing tegen het antisemitisme, en tevens als artistieke uiting en als poging om zijn joodse identiteit te onderstrepen.

STIEFVADER Maar wat bezielde Tawana Brawley? Ook dat wordt door de journalisten van de New York Times in dit boek onthuld. Niet dat Tawana zich tegenover verslaggevers heeft uitgesproken. De familie Brawley houdt met een slinkende schare supporters de mythe nog altijd in stand. Maar een vriendje dat ze in vertrouwen had genomen, heeft de zaak wel uit de doeken willen doen. Tawana had problemen met haar stiefvader, die tamelijk gewelddadig kon worden en al eens in de gevangenis had gezeten wegens moord. Nadat hij haar weer eens had geslagen omdat ze had gespijbeld en te laat thuis was gekomemn, was ze van huis weggelopen. Ze durfde niet terug te keren, maar ze belde wel haar moeder op, en samen maakten ze een plan. Tawana zou doen alsof ze was ontvoerd. Een vriendin van Tawana had het ook al eens zo geprobeerd, maar haar verhaal was onmiddellijk ontzenuwd door de politie.

Tawana Brawley zou het slimmer aanpakken, zij zou de politie er buiten houden. De maskerade was uitsluitend bestemd om haar stiefvader te misleiden, en die zou, gezien zijn verleden, niet snel naar de politie lopen. Tawana zou zich toetakelen en haar moeder zou haar zogenaamd vinden. Op het afgesproken tijdstip kroop Tawana, besmeurd met hondepoep (maar wel met proppen in haar neus tegen de stank) en voorzien van leuzen, in haar vuilniszak en ging liggen in de tuin van het leegstaande pand waarin ze zich had schuilgehouden. Maar haar moeder kwm iets te laat. Toen zij op de afgesproken plek arriveerde, zag zij haar dochter omringd door buren en in de verte klonk reeds de sirene van een politieauto.

Luuc Kooijmans is historicus