WVC-topambtenaar laakt houding andere ministeries; 'Belang van Buchmesse miskend'

RIJSWIJK, 12 april - Dat niet alleen het Nederlandse bedrijfsleven, maar ook de ministeries van buitenlandse zaken en economische zaken niet mee willen betalen aan een Nederlandse presentatie op de Frankfurter Buchmesse wijst er volgens de directeur-generaal culturele zaken van WVC, drs. J. Riezenkamp op, dat het belang van de boekenbeurs in Frankfurt miskend wordt.

De uitstraling van het evenement zou volgens hem van grote betekenis zijn voor de Nederlandse economie, omdat het de export en het toerisme bevordert. Om die reden zou Economische Zaken volgens hem meer dan de toegezegde drie ton moeten bijdragen.

Ook de medewerking die de Vlamingen aan de beurs wilden geven bood geen oplossing voor de financiele problemen. In juni vorig jaar besloten de Vlamingen onder de bezielende leiding van Cultuur-minister Patrick Dewael een kwart (2,5 miljoen) van alle kosten die in Frankfurt werden voorzien voor hun rekening te nemen, maar het hielp niets. De samenwerking in Frankfurt zou een van de eerste bewijzen moeten zijn dat Vlaanderen en Nederland in het buiteland hun gemeenschappelijke belangen zagen. Logische consequentie zou zijn dat het programma in Vlaamse richting werd bijgesteld.

Sinds de brief naar Frankfurt twee weken geleden in Nederland bekend werd, waarin Riezenkamp schreef dat de presentatie mogelijk van de baan is, is er een hausse aan kritiek op het buitenlandse culturele beleid losgebarsten. Riezenkamp bestrijdt echter dat zijn ministerie de afgelopen twee jaar op enige wijze tekort is geschoten. “Wij zijn de enigen geweest die zich in deze zaak met financiele middelen hebben ingezet en die in nijverheid en vlijt naar oplossingen hebben gezocht.

Maar nu alles waarschijnlijk niet doorgaat, krijgen uitgerekend wij van alles de schuld. Success has many fathers, but failure is an orphan.''

Het idee voor een Nederlandse presentatie in Frankfurt is afkomstig van Fred Racke, cultureel attache op de Nederlandse ambassade in Bonn.

Nadat hij in 1988 had laten weten dat Nederland waarschijnlijk themaland zou kunnen worden op een van de volgende boekenbeurzen, werd op WVC een stuurgroep geformeerd die een omvangrijk programma opstelde. Het plan was Nederland te presenteren als een land van 'transito' en vrijdenkers, waar altijd een grote grafische bedrijvigheid heeft geheerst.

Riezenkamp, die zich bewust van de onvoltooid toekomende tijd bedient, somt enkele elementen op die op de tentoonstelling een plaats zouden krijgen: toonaangevende hedendaagse auteurs, exil-literatuur, kinder- en jeugdboeken, educatieve uitgaven, feministische boeken, drukkwaliteit en vormgeving, grafiek, technologie, high-tech-projecten, een taaldrukwerkplaats, automatisch vertalen, pers, radio en tv. Daarnaast waren er plannen voor een anthologie van Nederlandstalige literatuur (in het Duits, Engels, Frans en Spaans), een Holland-special-tijdschrift, literaire debatten, een Duitstalig boekenweekgeschenk in een grote oplage en een gecombineerde literaire bijlage van NRC Handelsblad, Volkskrant, Frankfurter Allgemeine en Die Zeit.

“Naarmate het dichter tegen de literatuur en het boek aanzit zijn de plannen wat gedetailleerder dan de zaken eromheen, zoals podiumkunsten. Het heet toch de Buchmesse, nietwaar.”

De verwijten dat de voorbereidingen veel te laat op gang zijn gekomen vindt Riezenkamp onzinnig. Hij vertelt dat Peter Weidhaas, de directeur van de Buchmesse, tijdens een bezoek aan Nederland in mei vorig jaar, juist verbaasd was over de snelheid waarmee de Nederlanders alles al hadden opgezet. Andere landen die in het verleden Schwerpunkt waren namen de voorbereiding meestal veel later ter hand. Weidhaas schreef het toe aan de Nederlandse degelijkheid.

De financiering van alle plannen is steeds het grootste probleem geweest. De stuurgroep die vanaf het begin nauwe contacten onderhield met de uitgeversbond KNUB is er van uit gegaan dat als er eenmaal een goed plan op tafel lag, het geld vanzelf zou komen. Dat bleek een misrekening. Nadat in mei vorig jaar met Weidhaas overeenstemming was bereikt over het programma, is er gewerkt aan de oprichting van een onafhankelijke organisatie, bij voorkeur een stichting die de daadwerkelijke voorbereiding op zich zou nemen. Het plan om een dergelijke organisatie op te zetten strandde echter. Niemand, aldus een uitgever die bij de onderhandelingen betrokken was, bleek de organisatie van zoiets groots op zich te willen nemen zolang niet zeker was dat er een financiele dekking was. En die kwam er niet. De KNUB bleek niet in staat de kapitaalkrachtige uitgevers in Nederland voor het plan te winnen, en WVC al evenmin. Voor het bestuur van de op te richten stichting circuleerden bekende namen zoals Frits Becht en Orlandini, maar de stichting kwam niet van de grond. 'Iemand als Becht heeft geen zin om na het financiele debacle met Openbaar Kunstbezit nog eens op zijn bek te gaan' zo weet een insider te melden. '

Toen de zaak in de tweede helft van het afgelopen jaar nog steeds niet altijd goed op gang was gekomen, ondernam Riezenkamp een laatste reddingspoging. Hij benaderde persoonlijk enkele topmensen 'op het niveau Raad van Bestuur' bij Elsevier, Philips en andere bedrijven, maar hun enthousiasme bleef gering. Hij wijst met nadruk op een brief van Elsevier-topman Van Vollenhoven in het lijvige dossier die schrijft dat zijn onderneming geen cent voor een Nederlandse presentatie in Frankfurt over heeft.

Op dat moment begreep Riezenkamp dat de zaak misschien zou moeten worden afgeblazen. Op 25 januari liet hij al tegenover de Vlamingen weten dat het er in Nederland “niet zo goed” uitzag, herinnert E.

Frans zich, adjunct-kabinetschef van de Vlaamse cultuurminister Dewael. “Riezenkamp zei dat hij zelf geen beslissing kon nemen over het doorgaan van de presentatie op de Buchmesse - dat was volgens hem een zaak van de politiek verantwoordelijken - maar hij voegde er wel aan toe dat het zonder medewerking van de uitgevers een heel kunstmatige bedoening zou worden. Dat konden wij ons goed voorstellen”.

Begin februari kwam de Riezenkamp met een collega voor een afrondende vergadering bijeen met het voltallige KNUB-bestuur in het kantoor van de KNUB in Amsterdam. 'Gelast het maar af, zeiden ze daar, wij zien ook geen andere mogelijkheden, laat maar zakken', aldus Riezenkamp.''

Op dat moment vond Riezenkamp het tijd de zaak op de agenda van de ministerraad te zetten. Daar is het echter nog niet behandeld. Wel zou er in de marge van de raad over het onderwerp gesproken zijn. Zo kreeg d'Ancona van collega's suggesties waar misschien nog wat geld te halen viel. Die tips worden momenteel op hun waarde onderzocht. Riezenkamp: “Maar ik moet de eerste gulden nog op m'n giro aantreffen”. Om te voorkomen dat de organisatoren van de Buchmesse de plannen voor de terugtrekking uit de krant moesten vernemen, schreef hij op 19 maart 'correctheidshalve' naar Frankfurt “over de stand der dingen”.

Mocht Nederland toch themaland worden, en daar wordt nog altijd naar gestreefd, dan is er volgens Riezenkamp nog ruimschoots tijd om het evenement te organiseren. “Als je eenmaal het budget bij mekaar hebt, is een organisatiebureau zo te vinden. Die staan te dringen.”

Cultureel attache Racke, die laat weten het “niet redelijk” te vinden om nu WVC als schuldige aan te wijzen, heeft de ontwikkelingen sinds hij de Buchmesse aan Den Haag heeft overgedragen op afstand gevolgd. Met lede ogen heeft hij moeten toezien hoe de zaak vastliep.

Vanaf het begin had hij daar naar eigen zeggen rekening mee gehouden, maar gezien het enthousiasme waarmee zijn idee werd begroet, in de culturele wereld en bij de overheid en de uitgevers, had hij toch vertrouwen gehad in een goede afloop. “Iedereen stond er achter. Maar in Nederland is het moeilijk iets nieuws op poten te zetten, zeker als het bestaande claims op subsidies in gevaar brengt.”