Van polarisatie in de psychiatrie is weinig meer over; Klassieken en alternatieven vinden elkaar op congres

AMSTERDAM, 12 april - “Bent u wel eens in een opvanghuis geweest? Hebt u wel eens gezien hoe het daar is? Dacht u dat u daar geestelijke gezond bij bleef?” In een internationale paneldiscussie over daklozen, gisteren in de RAI in Amsterdam, laaide opeens weer even de oude confrontatie op tussen de 'alternatieve' sociaal gerichte psychiatrie en de 'klassieke', vooral op medische leest geschoeide psychiatrie.

In levendige bewoordingen verdedigde de Engelse Dorothy Lott de visie dat het daklozenprobleem in de eerste plaats een maatschappelijk en politiek vraagstuk is, terwijl de Weense psychiater Heinz Katschnig stelde dat met name schizofrenen alleen al door hun ziekte makkelijk het spoor bijster raken en aan het zwerven slaan. Maar de zaal liet zich niet meer van de wijs brengen. In beide opvattingen zit iets waars, zo luidde de algemene stemming in de wandelgangen. De polarisatie, die jarenlang internationale psychiatrische congressen kenmerkte, leek begraven en vergeten .

Onder auspicien van de Wereld Gezondheidsorganisatie confereerden de afgelopen drie dagen ruim driehonderd deskundigen en beleidsmakers over het thema 'Veranderende geestelijke gezondheidszorg in de steden van Europa'. Werkgroepen uit bijna alle grote Europese steden, inclusief een opvallend grote vertegenwoordiging uit Oosteuropese landen, discussieerden over grootstedelijke vraagstukken als individualisering, drugs- en alcoholverslaving, dakloosheid en de problemen rond hulp aan etnische minderheden.

Ondanks de veelheid aan onderwerpen kwamen in de lezingen en de werkgroepen drie algemene tendenzen telkens terug.

In de eerste plaats is er de neiging tot decentralisering. Het afgelopen decennium blijkt overal in Europa een zekere mate van overeenstemming te zijn gegroeid over de nadelige effecten die grote, geisoleerde psychiatrische inrichtingen kunnen hebben op de patienten.

Al in de jaren zeventig begon Italie sterk verouderde inrichtingen te sluiten, maar dat gebeurde zo hals-over-kop dat men ijlings op zijn schreden moest terugkeren. Andere landen leerden veel van deze ervaringen; bijvoorbeeld dat een opsplitsing in te kleine eenheden ook ongewenst is, omdat dan te veel vakkennis wordt versnipperd. In Amsterdam wordt nu een aantal grote instellingen rondom de stad ontmanteld, opgesplitst en overgebracht naar de stedelijke gemeenschap. In veel andere Westeuropese steden hebben op dit moment soortgelijke processen plaats.

Een tweede, algemeen waarneembare tendens is het naar elkaar toegroeien van de zogenoemde ambulante en intramurale zorg. De hulpverlening op het spreekuur en de hulpverlening in de psychiatrische ziekenhuizen worden steeds meer als een geheel gezien.

Beide sectoren werken, bijvoorbeeld op het gebied van de nazorg, veel nauwer met elkaar samen dan tien jaar geleden.

De derde opvallende tendens was van negatieve aard: aan de 'lichte' gevallen voor psychotherapie - tien jaar geleden nog volop in de aandacht - werd geen woord meer gewijd. Voor de deskundigen van de grote steden tellen nog slechts de echt 'zware' gevallen: de schizofrenen, de mensen met wanen, degenen die op alle fronten zijn vastgelopen. Of, zoals staatssecretaris Simons (volksgezondheid) het in zijn inleiding op de eerste congresdag zei: “Het staat vast dat een groot deel van de druk op de activiteiten in de geestelijke volksgezondheid niet wordt veroorzaakt door mensen met een herkenbare psychische problematiek.” In gewoon Nederlands: te veel geld gaat op dit moment naar mensen die het 'alleen maar' moeilijk hebben met het gewone leven.

Hoe weinig er op deze conferentie van de vroegere polarisatie over was bleek vooral gisteravond tijdens de grote forumdiscussie. Nog geen decennium geleden zou een dergelijke bijeenkomst onvermijdelijk zijn uitgelopen op een felle confrontatie tussen voor- en tegenstanders van de 'klassieke' psychiatrie. Nu deelde zelfs Franca Basaglia, de weduwe van de grondlegger van de nieuwe Italiaanse psychiatrie, in de vrede.

“Het verschijnsel geestesziekte verliest langzamerhand haar bedreigende beeld. Het wordt meer en meer beschouwd als een levenservaring, die zowel de betrokkene als zijn of haar naasten onder ogen zullen moeten zien”, zo verklaarde de 'grand old lady' van de alternatieve psychiatrie. Ze oogstte een beschaafd applaus. Er was geen mens meer in de zaal die haar tegensprak.