TE GAST II

Ik vertel verder over mijn dag in Artis met Maarten en Yvonne in het roofdierenhuis.

Vorige keer heb ik over de onderduikers in de hooizolder geschreven.

Op die hooizolder liggen grote voorraden stro en twee soorten hooi, het ene is heel kruidig en het andere ken ik van mijn konijn. Als een dier zich niet lekker voelt wordt er een bedje met stro voor hem klaargemaakt. We gingen naar het magazijn om het eten te halen voor de logees in het roofdierenhuis, vogeltjes, aapjes, de maffe eekhoorn en de papegaai, bananen, appels, prei, Chinese kool, droogvoer, sinaasappels, pinda's en zaagsel.

Eerst ging ik alle etensbakjes afwassen, niet met zeep, alle bakjes neerzetten in de volgorde van de hokken. De aapjes kregen rauwe theeblaadjes en meelwormen erbij (meelwormen zijn beestjes die apen levend opeten), in de bak van de meelwormen liepen al een paar meeltorretjes (want meelwormen veranderen een tijdje later in torretjes) rond. Die meelwormen vinden het wel lekker in die etensbakjes terecht te komen. Ze beginnen meteen te eten van een banaan of appeltje maar voordat ze hun tweede stukje appel op hebben zijn ze zelf al opgegeten.

Ik had mijn nieuwe zakmes meegenomen, daar heb ik de appels mee geschild. Later kwam het mes nog een keer van pas. Er was een vogeltje van wie de snavel was scheefgegroeid, er moest een stukje van zijn snavel afgeknipt en daarna met mijn nagelvijltje bijgevijld. Daarna naar de artisslager voor het vlees voor de roofdieren. Hele grote stukken vlees hingen daar aan haken op een rek met wieletjes. Met een soort naaimachine met een ijzerzaag er in werd het in kleinere stukjes gezaagd. Hij was een echte liefhebber van bloot vlees, want er hingen allemaal playboyplaatjes aan de muur geprikt.

Op de terugweg naar het roofdierenhuis vertelde Maarten heel veel: dat het stuk grond achter het roofdierenhuis nu gekocht is, maar voor het bouwen daarop is weer geld nodig. Dat het nachtdierenhuis tijdelijk gesloten is, sommige nachtdieren logeren in het huis bij de wolven en de beren, sommige nachtdieren (de gordeldieren) zijn tijdelijk dagdieren geworden in het kleine-zoogdierenhuis. Dat de vervoerskist van de olifant een omgebouwde container is (een vervoerskist is een kist waar een beest in kan vervoerd worden, bijv. een hert dat per vliegtuig naar Denemarken moet), die van de giraffe heeft een uitschuifdak. Een maand voordat een beest vervoerd wordt met zo'n kist wordt de kist in zijn hok gezet, dan kan hij er een beetje aan wennen.

Terug in het roofdierenhuis gingen we het eten klaarmaken; de pezen wegsnijden want sommige dieren gaan daar van braken. Daarna werden de stukken vlees gepaneerd met vitamines, die ze normaal binnen krijgen als ze de ingewanden van hun prooi opeten. Hier krijgen ze dat niet.

We maakten ook het vlees klaar voor de volgende dag (op een dag maken ze vlees voor twee dagen, dus op maandag voor maandag en dinsdag, op woensdag voor woensdag en donderdag, enz.), dat ging in de vriezer. In alle binnenhokken legden we een stuk vlees en een dode cavia. Bij dat laatste hebben ze zelf ook wat te doen, ze moeten hem zelf plukken. Op donderdag krijgen ze als extra lekkernij een kip, die plukken ze ook zelf. Allemaal krijgen ze een vis, behalve Jan de leeuw en de sneeuwpanters, want die houden niet van vis.

Dan trekken we de schuiven open en ieder komt op zijn eigen manier binnen: de Siberische tijger kwam woest en brullend naar binnen en nam het vlees naar buiten; best een enge gedachte, dat ik net nog in dat hok stond. Voor Jan de leeuw moest ik het vlees vlak voor de schuif leggen; hij komt niet binnen, maar grist het met een beweging van zijn poot naar buiten. Bij de zwarte panter ging iets verkeerd: buiten zitten ze samen maar binnen heeft ieder zijn eigen hok met eigen schuif. Het mannetje wilde in het hok van het vrouwtje en het vrouwtje in het hok van het mannetje. Door middel van de tussenschuif van de binnenhokken is het toch nog goed gekomen.

Het jonge leeuwtje kreeg extra vlees, hij was afgevallen. Het kleine leeuwtje is een jaar. Yvonne (de assistente van Maarten) heeft een speciale band met het leeuwtje; zij is er ook bijna een jaar.

Tussendoor zijn wij gaan schaften, ik had een zelfgebakken cake meegenomen, die hebben we toen opgegeten. Toen ik naar huis wilde gaan, hoorde ik de olifanten beuken tegen de schuiven en trompetteren.

Was het hun etenstijd? Hele broden gingen er naar binnen, kruidig hooi. Met hun slurf probeerden ze drie appeltjes tegelijk naar hun mond te brengen. Dat werd in plaats van grazen knikkeren geblazen.

    • Willem-Jurphaas van Rietschoten