Skien op de 196ste verdieping; Drie projecten voor verticale steden in Japan

Nog is de top van de Fuji met 3776 meter het hoogste punt van Japan. Maar op de tekentafel van het Japanse bouwbedrijf Taisei ligt een plan voor een 'verticale stad' van vierduizend meter hoog, die een miljoen inwoners moet herbergen. Ook twee andere firma's presenteerden, onder druk van de grondschaarste in Tokio, onlangs ontwerpen voor een luchtstad.

'Een monument voor Japans gebrek aan creativiteit' is Tokyo Tower wel genoemd, want zozeer lijkt de 333 meter hoge constructie op de Parijse Eiffeltoren. De in 1958 opgeleverde stalen toren, bedoeld om het naoorlogse Tokio een modern gezicht te geven, staat nu symbool voor een periode waarin Japan blindelings probeerde aansluiting te vinden bij het westen. Tokyo Tower is dertien meter hoger dan het Parijse origineel en rood met wit geschilderd. Uiterst magere toevoegingen als je bedenkt dat de Eiffeltoren bijna tachtig jaar eerder is gebouwd.

Inmiddels heeft Japan zijn reputatie als notoire kopieerder achter zich gelaten. Dat geldt niet alleen voor de produktontwikkeling, maar ook voor de architectuur. Een aantal Tokiose bouwfirma's heeft nu zelfs projecten op de tekentafel liggen die een aanslag betekenen op de conventionele notie van architectuur.

'Sky city' is de naam die de firma Takenaka heeft gegeven aan haar geesteskind, een duizend meter hoge 'verticale stad', opgebouwd uit veertien 'schotels' met elk veertien verdiepingen. Dit is nog het meest bescheiden voorstel. Takenaka's concurrent Taisei schetst een concept voor een vierduizend meter hoge 'luchtstad' die een miljoen inwoners gaat herbergen. Hiertussenin zit de 'driedimensionale stad'

van de firma Shimizu Corporation, die 2004 meter hoog moet worden. De eerste in het oog lopende overeenkomst tussen de drie mega-bouwsels zijn de technische hoogstandjes, wellicht een onvermijdelijk gevolg van ambities in de hoogte. Wat op kleine schaal een architect kan doen, vergt nu de kennis van gespecialiceerde ingenieurs die zich, behalve over de constructie van het gebouw, over transportsystemen, watertoevoer, vuilverwerking, energievoorziening, brandpreventie, gevolgen voor het milieu, informatievoorziening en aardbevingbestendigheid. Bij alle drie bedrijven is dan ook een speciaal team opgezet dat voortdurend van samenstelling wisselt om de verschillende aspecten van hun respectievelijke geesteskinderen te ontwikkelen. De vraag wie de architect is, is hier niet meer relevant.

Misschien ligt hier een verklaring waarom deze mega-projecten juist in Japan ontwikkeld worden. Traditioneel is in Japan de individuele prestatie ondergeschikt aan die van de groep. Het eindresultaat telt, en dat reflecteert op ieder die tot de groep behoort. Deze mentaliteit is uitermate vruchtbaar voor grootschalige projecten die van velen een anonieme bijdrage vergen.

Bovendien is Japan een van de dichtstbevolkte landen ter wereld, met een extreem grote concentratie in het gebied rond Tokio, waar dertig miljoen mensen, een kwart van de bevolking, op een kluitje zitten. Dit heeft geleid tot zo'n enorme stijging van de grondprijs dat de gemiddelde Tokiose 'salariman' zijn droom ooit een eigen huis te bezitten in de omgeving van Tokio wel kan vergeten. De enorme schaarste aan grond en de exorbitante prijzen waar dat toe heeft geleid maken het in Tokio, meer dan waar ook ter wereld, noodzakelijk om grond zo efficient mogelijk te gebruiken.

VERBAZING

Het was de firma Takenaka die de eerste schreden zette op het gebied van de 'verticale stadsplanning'. In 1987 presenteerde het bedrijf een rapport dat 'Suggestie voor een verticale stadsgemeenschap in de 21ste eeuw' heette. Het simpele uitgangspunt was hoe de schat aan ongebruikte ruimte in de hoogte aangewend kon worden. De kegelvormige 'superwolkenkrabber' die Takenaka hiervoor schetste heeft op de grond slechts een diameter van vierduizend meter, maar bergt wel woonruimte voor 35.000 bewoners en kantoorruimte voor honderdduizend mensen.

De presentatie van het plan maakte veel los, zowel bij de pers als bij de overheid, het gewone publiek en uiteraard bij andere bouwfirma's.

De blauwdrukken gingen op tournee: op symposia, exposities, markten en braderieen, aan leken en aan specialisten deed Takenaka haar 'Sky City' uit de doeken. “Overal waar we kwamen waren open monden van verbazing ons deel”, zegt Masato Ujigawa, op dit moment sub-leider van Takenaka's 'Sky City' team. “Meestal sprak het idee het gewone publiek niet aan. De meesten zeiden liever in een gewoon huis te willen wonen. Dat komt denk ik doordat het wat moeilijk is om het concept van een verticale stad letterlijk op te vatten. Toch zit daar de kneep. Zo vervult de lift de functie van de bus of de trein. Er zijn 'intercity'-liften, die in elke schotel een stop maken, en er zijn 'lokale' liften, die op elke verdieping binnen de schotel stoppen. Je moet er ook een kaartje voor kopen, of een abonnement.”

Ujigawa noemt de schotels, waaruit Sky City wordt opgebouwd 'space plateaus'. Veertien plateaus komen te hangen in zes steunkolommen, die eruit zien als een omgekeerde Y, met twee poten op de grond die halverwege de toren samenkomen. Op deze manier ontstaat een open structuur, zodat zon en wind kunnen doordringen op elk plateau, dat aan de randen bebouwd is en in het midden ruimte laat voor parken en sportvelden. Dit atrium is te vergelijken met de openbare ruimte in een gewoon dorp, de bebouwde kom op de rand van de schotel biedt plaats aan alle stadsfuncties, zoals woningen, kantoren, scholen, ziekenhuizen, winkels en bioscopen.

“Ik denk dat het een heel natuurlijke reactie is om in eerste instantie weerstand te voelen tegen zo'n kunstmatige omgeving”, zegt Ujigawa. “Maar je moet een stap verder denken. Er blijft zo een heleboel natuur behouden die te gronde zou zijn gegaan als je dezelfde faciliteiten horizontaal had gebouwd.”

FUJI

Taisei, een van Takenaka's concurrenten, geeft ruiterlijk toe dat Sky City de aanleiding was voor het ontwerp van 'X-Seed 4000'. Het grootschaligste project waar Taisei's ingenieurs aan werkten toen Takenaka voor het eerst Sky City presenteerde, was een conventionele, 208 verdiepingen tellende wolkenkrabber die 850 meter hoog moest worden. “In aanmerking genomen dat Tokyo Tower ook nu nog het hoogste bouwsel in Japan is, was dat ook een ambitieus project, maar Sky City deed ons inzien dat we voor het echte grensverleggende werk nog veel verder moesten gaan”, zegt Yasutsugu Shimizu, hoofd van de afdeling technische ontwikkeling en planning van Taisei en een van de architecten van X-Seed.

De titel van het project, een woordspeling op 'exceed' (overtreffen) geeft al aan dat Taisei Sky City wilde overtroeven. “We besloten tot het uiterste te gaan. We namen de berg Fuji als uitgangspunt. Die is met 3776 meter het hoogste punt in Japan. Tegelijkertijd staat de Fuji symbool voor Japan en voor schoonheid. Met onze vierduizend meter steken we dus boven de Fuji uit, maar we hebben ons ook laten inspireren door haar ideale vorm. Er zijn natuurlijk ook critici die vinden dat we de goden tarten door de natuur te willen overtreffen.”

De ondertitel van X-Seed 4000 luidt 'met het hoofd in de wolken'. Het duidt zowel op de weersomstandigheden op 4000 meter hoogte, als op het enigszins onrealistische karakter van het project. “Je moet ons ontwerp eigenlijk niet beoordelen vanuit een praktisch perspectief”, vindt Shimizu. “Het is meer bedoeld om te prikkelen, als een uitdaging om onze ideeen over het aanzien van een stad te herzien.

Voor ons als ingenieurs betekent het een enorm beroep op onze creativiteit, omdat je genoodzaakt wordt om alle consequenties van bouwen op zo'n grote schaal zorgvuldig door te denken en oplossingen te verzinnen voor alle problemen die je tegenkomt.''

Zelfs de kosten van dit project zijn al berekend. Het prijskaartje voor deze futuristische stad, die dertig jaar neemt om te bouwen en die een miljoen mensen kan herbergen, komt op 2 triljoen gulden. De grondprijs is hierop niet van invloed, want Taisei voorziet in de zes vierkante kilometer die deze artificiele Fuji in beslag neemt met een drijvend eiland. “Ideaal gesproken zou het mogelijk zijn om de stad in zijn geheel te verplaatsen. Op die manier daagt X-seed zelfs ons idee van een natie of nationaliteit uit. De meest voor de hand liggende plek om het eiland te verankeren is natuurlijk de baai van Tokio, ter verlichting van de overconcentratie in de stad.”

Ook technisch gezien is een drijvende basis makkelijker dan het aanleggen van solide funderingen voor een constructie die 400 miljoen ton weegt. Het is het principe van de houten schaal die je met een kopje erop in bad laat drijven. Als de totale constructie maar zwaar genoeg is, is het geheel ook onkwetsbaar voor aardbevingen, verzekert Shimizu.

Taisei's X-Seed heeft een aantal karakteristieken van Sky City overgenomen, zoals de open structuur en het transportsysteem. Er zijn heliports gepland en er kunnen waterinstallaties, energievoorzieningssystemen en een airconditioner worden geinstalleerd. Ook worden de mogelijkheden onderzocht om er een ski-oord aan te leggen dat het hele jaar sneeuwzeker is. Taisei kampt echter met specifieke problemen in de hoogte, want boven de tweeduizend meter valt niet te wonen.

“Dit is moeilijk. Hoe meer high tech je toepast, hoe lastiger het is om een balans met de natuur te bewaren. Aan de andere kant stuiten we misschien op oplossingen voor milieuproblemen waar we nu geen weg mee weten. In ieder geval bieden we een stad van hoge kwaliteit zonder dat er natuur voor hoeft te wijken.”

IMAGE

Om niet achter te blijven heeft ook de firma Shimizu Corporation (geen relatie) haar visie op een futuristische stad gepresenteerd. Het is het jongste en minst uitgewerkte project, dat in hoofdzaak zijn bestaansrecht vindt in het 200-jarig jubileum van de firma in 2004.

TRY 2004, zoals het is gedoopt, moet 2004 meter hoog worden. De troefkaart van Shimizu Corporation zit hem niet zozeer in het concept, als wel in de toepassing van nieuwe materialen en experimentele bouwtechnologie. Het illustreert misschien het beste hoe de technicus de overhand krijgt over de architect. De woordvoerder van Shimizu Corporation haast zich te melden dat de constructie niet perse 2004 meter hoog hoeft te worden. “De schaal kan worden aangepast aan de wensen van de opdrachtgever. TRY 2004 is meer bedoeld om de aandacht te vestigen op ons uiterste kunnen.”

Ook bij Taisei speelde het publiciteitsaspect een rol. “X-Seed draagt bij aan het speelse image dat we als bedrijf willen uitstralen. Het is een project voor een volgende generatie. Het concept is verfrissend, omdat het voor de verandering eens niet om economie draait, zoals alles de afgelopen eeuw, maar juist fantasie als uitgangspunt heeft.

Dat het wellicht nooit wordt gerealiseerd, is misschien wel een van de leukste kanten van het project. We profileren ons ermee als een een creatieve firma waar plaats is voor dromen, waar het leuk is om te werken.''

Bij Takenaka, de firma die met Sky City de toon zette, leeft wel degelijk de ambitie haar project ook te realiseren. Enig optimisme is gerechtvaardigd, omdat het MITI, het ministerie voor internationale handel en industrie, zich anderhalf jaar geleden heeft ontfermd over Sky City. MITI heeft een 'stimuleringscommissie' opgezet bij een van haar instituten om de haalbaarheid te onderzoeken en te kijken op welke punten het ontwerp nog verbeterd kan worden.

“We zijn erg verguld met MITI's steun”, zegt Ujigawa. “Het maakt onderzoek mogelijk op een veel grotere schaal dan waar we zelfs maar van konden dromen. Voor elk detail schakelt MITI een gespecialiseerd laboratorium of bedrijf in, meestal de koplopers op hun gebied.”

Maar zelfs als alle technische hindernissen uit de weg zijn geruimd, blijven er nog onberekenbare factoren over. Zo is er de vraag wie er gaat wonen. Zullen er 35.000 mensen te vinden zijn die in deze futuristische toren willen wonen, als zelfs zijn warmste pleitbezorgers, de ontwerpers, reserves blijken te hebben? “Misschien als tweede huis”, zegt Ujigawa. “Het uitzicht is er ongetwijfeld fantastisch.”

Tenslotte is er nog de kwestie waar de toren moet komen te staan. In de buurt van Tokio ligt het meest voor de hand, omdat daar de nood het hoogst is. Maar de grondschaarste in Tokio zal ook het struikelblok vormen voor de realisering. De kans is dus klein dat Japans nieuwe generatie ingenieurs nog deze eeuw Tokyo Tower in de schaduw zal zetten.

    • Elbrich Fennema