Rapport Rekenkamer; Overheid mist greep op dure behandelingen

DEN HAAG, 12 april - Trage besluitvorming op het ministerie van WVC leidt ertoe dat de overheid de toepassing van dure geneeskundige behandelingen en onderzoeken niet kan sturen.

Dat is een van de conclusies in een vandaag verschenen rapport van de Algemene Rekenkamer over de regulering van de zogenoemde topklinische zorg.

De Rekenkamer stelt dat WVC niet zoals in het verleden kan volstaan met het volgen van ontwikkelingen maar dat de sturing wezenlijke inhoud moet worden worden gegeven. Tot nu toe heeft het beleid te veel gebreken vertoond en zijn de wettelijke mogelijkheden onvoldoende benut.

WVC kan zeer kostbare verrichtingen en dure apparatuur in ziekenhuizen aan een vergunning binden. Dit stelt het ministerie in staat de spreiding over het land, de kosten en de kwaliteit centraal te reguleren. Ook medisch-ethische redenen kunnen aanleiding zijn een voorziening aan een vergunning te binden, bijvoorbeeld bij reageerbuisbevruchting.

Op grond van vooral de kosten en de kwaliteit van bepaalde verrichtingen en apparatuur wordt per voorziening beslist of een vergunning nodig is. Volgens de Rekenkamer gebeurt dat niet consequent en dienen er uniforme en duidelijk vastgelegde criteria te komen. Zo is voor de niersteenvergruizer geen vergunning vereist, omdat het ministerie van WVC ervan uitging dat de hoge kosten (4,5 miljoen gulden per apparaat) verdere verspreiding zou verhinderen. Andere voorzieningen zijn vanwege de hoge kosten weer wel aan een vergunning gebonden.

WVC heeft vaak jaren nodig om te besluiten of voor een voorziening een vergunning nodig is. Advisering daarover door de Gezondheidsraad en het College voor Ziekenhuisvoorzieningen werkt sterk vertragend, waardoor het gevaar bestaat dat de adviezen uit het veld verouderd zijn op het moment van besluitvorming, aldus de Rekenkamer.

Ziekenhuizen halen intussen in versneld tempo voorzieningen binnen. Ook het daarna vaststellen van de behoefte aan een voorziening en de gewenste spreiding over het land vergt vaak jaren. Deze planningsbesluiten neemt WVC na meer dan tien jaar nadat het veld voor het eerst om advies is gevraagd.

Het maken van produktie-afspraken over verrichtingen wordt volgens de Rekenkamer volledig aan het veld overgelaten. WVC heeft daardoor geen greep op de kostenontwikkeling. Het departement heeft ook geen inzicht in de werkelijke exploitatiekosten van topklinische voorzieningen (naar schatting 900 miljoen gulden per jaar). Door het ontbreken van deze informatie is het voor WVC nagenoeg onmogelijk de Tweede Kamer zodanig te informeren dat deze topklinische en andere medische voorzieningen goed tegen elkaar kan afwegen.

In zijn reactie op het rapport verwijst staatssecretaris Simons (volksgezondheid) naar een recente wijziging van de Wet Ziekenhuisvoorzieningen en naar zijn beleidsnotitie klinische zorg, die maandag in de Kamer wordt besproken. Maar volgens de Rekenkamer bieden deze ontwikkelingen geen oplossing voor alle gesignaleerde problemen, vooral waar het de trage besluitvorming en de informatie over de financiele gevolgen betreft.