Pensioenfonds beticht van discriminerende regels voor vrouwen

DEN HAAG, 12 april- De Commissie Gelijke Behandeling van Mannen en Vrouwen heeft een 30-jarige vrouw uit Houten in het gelijk gesteld, die in geweer was gekomen tegen discriminerende bepalingen in het Pensioenfonds voor de Detailhandel.

Tot voor kort gold dat vrouwen pas op 27-jarige leeftijd mochten toetreden tot dit pensioenfonds. Mannen konden al op hun 23-ste een pensioen opbouwen. Bovendien mochten gehuwde vrouwen geen deel uitmaken van het fonds. Vrouwen die in het huwelijk traden mochten wel op vrijwillige basis aan de pensioenregeling blijven deelnemen, maar moesten dan zelf het werkgeversdeel van de premie betalen. Per 1 januari van dit jaar heeft het pensioenfonds zijn bepalingen aangepast. Nu mogen ook gehuwde vrouwen toetreden, en de leeftijd is voor mannen en vrouwen gelijk getrokken naar 25 jaar. De Commissie oordeelde echter dat ondanks de aanpassing sprake blijft van discriminatie, omdat vrouwen niet dezelfde pensioenrechten hebben kunnen opbouwen als hun mannelijke collega's.

De vrouw uit Houten werkt sinds 1 mei 1986 bij een werkgever die is aangesloten bij het pensioenfonds voor de Detailhandel. Toen ze in mei 1887 haar 27-ste verjaardag vierde trad ze toe tot het fonds. Twee jaar later trouwde ze, en moest weer uit het fonds. De uitspraak die de Commissie Gelijke Behandeling gisteren deed is, zoals al haar uitspraken, niet bindend. Toch vindt de Stichting Landelijke Ombudsvrouw dat er met de uitspraak van de Commissie Gelijke rechten een “belangrijke overwinning is geboekt die van belang is voor tienduizenden vrouwen”. De vrouw uit Houten kan nu, met de uitspraak van de Commissie Gelijke Rechten in de hand, naar de rechter stappen om de pensioenpremies alsnog met terugwerkende kracht van haar werknemer op te eisen. In 1987 besloot de Hoge Raad dat de rechter in principe niet af mag wijken van uitspraken van de Commissie Gelijke Behandeling. Doet hij dat toch, dan moet hij dat motiveren.

De Stichting Ombudsvrouw wijst erop dat niet alleen het pensioenfonds voor de Detailhandel discriminerende bepalingen hanteert, of heeft gehanteerd. Zo sluit het pensioenfonds voor de Textielreiniging bijvoorbeeld nog steeds gehuwde vrouwen uit van deelname aan het fonds, evenals een groot aantal kleinere bedrijfspensioenfondsen. Ook de meer indirecte discriminerende bepalingen vormen volgens de Stichting Ombudsvrouw nog steeds een groot probleem. Zo worden in veel pensioenfondsen deeltijdwerkers uitgesloten. Het grootste deel van de deeltijdwerkers in Nederland bestaat uit vrouwen. Hetzelfde geldt voor thuiswerksters en administratief personeel. Thuiswerksters kunnen helemaal niet deelnemen aan een pensioenregeling, en in een aantal pensioenfondsen is administratief personeel uitgesloten.