Paul Theroux: Chicago Loop. De Arbeiderspers, 193 ...

Paul Theroux: Chicago Loop. De Arbeiderspers, 193 blz. Prijs (f) 32,90.

Michael Carson: Woestijnrozen. Uitg. Veen, 255 blz. Prijs (f) 29,90.

Amy Homes: De veiligheid der dingen. Contact, 156 blz. Prijs (f) 26,90.

Julian Barnes: Een geschiedenis van de wereld in 101-2 hoofdstuk. Uitg. De Arbeiderspers, 312 blz. (f) 49,90.

Emily Dickinson: Brieven. Uitg. De Prom, 71 blz. Prijs (f) 24,90. Ik vind vervoering in het leven. Uitg. Kwadraat. Prijs (f) 22,50.

Bij alle opwinding over het omstreden nieuwe boek van Brett Easton Ellis, met uitgebreide beschrijvingen van de gruweldaden die een Amerikaanse psychopaat pleegt, zouden we haast vergeten dat ook Paul Theroux pas zo'n boek geschreven heeft. Met dit essentiele verschil dat Theroux intoomt waar Ellis zich begint te verlustigen. In Chicago Loop, een razend spannende roman met wat zwakke plekken, vraagt de op gezond eten en bewegen gefixeerde hoofdpersoon zich af of hij de Wolveman is waar alle kranten over schrijven. Heeft hij een van zijn contactadvertentievriendinnen de strot afgebeten? 't Kan, want hij houdt er zonderlinge fantasieen en seksuele gewoontes op na - hij doet het alleen nog met zijn mooie eigen vrouw als ze zich vermomt als non, verpleegster, padvindstertje of man bij hem aandient in een vreemde hotelkamer. Hij boet zwaar voor de misdaad die hij wellicht begaan heeft; door junkfood te gaan vreten en weer uit te kotsen, door - wel erg plotseling - vrouw en kind te verlaten en als travestiet te gaan leven in de akeligste buurt van Chicago. Zijn zelfopgelegde straf is: de opdringerigheden van mannen zoeken, hun gedachte wreedheden kennend: “Mannen voelden zich vernederd wanneer je gaf waarom ze vroegen. In plaats daarvan moest je ze geven wat ze echt wilden, en dat was jou vernederen: praten, knijpen, vloeken, spuwen en de smerigste taal uitslaan.” De ruige foto's van Robert Mapplethorpe spelen een belangrijke rol in dit boek, waarin wreedheden meer gesuggereerd worden dan beschreven. Tineke Davids' vertaling loopt wel, maar een one-night stand is geen 'standje voor een nacht'.

Paul Theroux: Chicago Loop. De Arbeiderspers, 193 blz. Prijs (f) 32,90.

In de 'jongensreeks' van uitgeverij Veen met appetijtelijke halfnaakte knapen op de omslagen verscheen na Zuurtjes nu ook Woestijnrozen van Michael Carson, 'een humoristische fabel' waarin in weerwil van het omslag geen enkele mooie vent voorkomt. Wel overmatig religieuze fanatici in een jonge steenrijke Arabische oliestaat, maar twee Engelse gastarbeiders worden niet zoals de flaptekst wil 'op heterdaad betrapt bij het bedrijven van sodomie'. De Minister ter Onderdrukking van de Zedeloosheid en ter Bevordering van de Deugd, een bekeerde Ierse katholiek, treft de twee middelbare heren gewoon luid snurkend in elkaars armen aan. Hoewel Veen de zaken dus wilder voorstelt dan ze zijn blijft er in Woestijnrozen nog wel wat over om van te genieten, vooral op het humoristische vlak. Met bijna tot sjablonen aangescherpte tegenstellingen tussen rijk en arm, lui en idealistisch, sociaal bewogen en onverschillig, katholiek en mohammedaans fanatiek en parodierend op de Engelse detectiveroman schetst Carson iets als een Koeweit van fundamentalisme en oliedollars. Na de Rushdie-affaire lijkt Carsons tekening van Islamitische geloofsijver een beetje roekeloos, maar een Britse nicht mag kennelijk meer dan een gevallene uit het eigen nest.

Michael Carson: Woestijnrozen. Uitg. Veen, 255 blz. Prijs (f) 29,90.

De jonge Amerikaanse Amy Homes komt uit het nest - hoewel je hier niet van zo iets huiselijks kunt spreken - van het tijdschrift C&D: sex, speed, lichte aberraties en eenzaamheid, meestal middenin de grote stad. Daarmee bevindt ze zich in een groeiend legertje van cynische jonge schrijvers wier werk uiteindelijk misschien belangrijker zal blijken voor sociologen en cultureel-antropologen dan voor letterkundigen. Homes zet haar verhalen vakkundig in elkaar, de tien in haar debuutbundel De veiligheid der dingen bewijzen dat. De nadruk valt in de titel op dingen; mensen zijn bij Homes niet zo heel veilig voor hun omgeving, of voor zichzelf.

In het openingsverhaal zoekt een getrouwd stel met huis, kinderen en stationcar een nieuwe kick in een leuk experimentje met crack.

Origineler is de vondst van het slotverhaal, waarin een jongen verliefd wordt op de Barbiepop van zijn zusje. “Hoe elegant ik ook probeerde te zijn, ik likte steeds haar hele gezicht. Aan mijn tong in haar oor of diep in haar mond stoppen hoefde ik niet te denken, het was domweg een kwestie van proberen haar niet te laten stikken.” De jongen heeft een gecompliceerde, spannende seksuele relatie met het popje totdat zijn zusje uit frustratie over haar eigen lichaam dat van Barbie kapot kerft. Zulke ontluistering, daar is Homes als ze het er niet te dik op legt heel goed in. In 'Hoogachtend' zit een meisje in de linnenkast en schrijft liefdesbrieven aan zichzelf, in het boos-sobere 'Hij van mij' vervloekt een mooie jonge Aids-lijder zijn geslachtsdeel - “Ik wil dat hij zich verontschuldigt voor het feit dat hij letterlijk alles wou.”

Amy Homes: De veiligheid der dingen. Contact, 156 blz. Prijs (f) 26,90.

Het verhaal van de Ark van Noach, verteld uit het perspectief van een houtworm, wie gaat daar niet voor door de knieen? Het eerste hoofdstuk van Julian Barnes' Een geschiedenis van de wereld in 101-2 hoofdstuk rechtvaardigt al de aankoop van het hele boek. De houtworm gaat met Noach (“Noach was het neusje van een hele gore zalm”) mee als verstekeling: “Onze soort, dat kan ik met trots vermelden, is zonder omkoperij of geweld aan boord gekomen: maar wij lopen ook niet zo in het oog als jonge elanden.” In de volgende hoofdstukken varieert Barnes op het Ark-verhaal en toont zijn ambachtelijke kwaliteiten door steeds een heel ander register te bespelen. Er is een thrillerachtig hoofdstuk over een bootkaping (waarbij ook rein van onrein wordt gescheiden), een typisch Angelsaksisch reisverhaal met een negentiende-eeuwse beklimming van de berg Ararat (waar Noach op strandde), een minder sterk hoofdstuk met brieven van een filmster die per vlot een kolkende junglerivier over moet, een beschouwing over liefde, kunst en literatuur met ervoor het (fraai gereproduceerde) tafereel Het vlot van de Medusa van Gericault, en verhalen van een psychiatrische patiente die denkt dat ze doodalleen op zee ronddobbert. De houtworm steekt in elk hoofdstuk zijn kopje even op, maar het woord fabuleren is cruciaal: “Je behoudt een paar feiten en verzint er een nieuw verhaal omheen.” Het moet altijd over, want “Als we God niet als hoofdpersoon en dwingeland maar als auteur van het verhaal beoordelen, moeten we hem een onvoldoende geven voor intrige, motivatie, spanning en karaktertekening.” Barnes krijgt een 'ruim onvoldoende'. Het boek, dat jammer genoeg niet steeds even briljant is als het beginhoofdstuk, eindigt geestig met een ik-figuur die in de hemel is beland en na lange tijd onvermijdelijk genoeg krijgt van de overvloed aan genot en aan levens om te leven - “Ik heb het gevoel dat de Hemel een erg goed idee is, een perfect idee zou je kunnen zeggen, maar niet voor ons. Wij zijn er niet geschikt voor.”

Julian Barnes: Een geschiedenis van de wereld in 101-2 hoofdstuk. Uitg. De Arbeiderspers, 312 blz. (f) 49,90.

De Amerikaanse dichteres Emily Dickinson vreesde al op vijftienjarige leeftijd de eeuwigheid. Aan een vriendin schreef ze: “Te denken dat wij voor eeuwig moeten leven en nooit ophouden te zijn. Mij dunkt dat de dood, die wij allen zo schuwen omdat hij ons werpt in een onbekende wereld, een verlichting zal zijn voor zo een eindeloze staat van bestaan.”

De Nederlandse Dickinson-deskundige Louise van Santen vertaalde veertig van haar 1049 nagelaten brieven, een klein deel van de hoeveelheid die zij in de loop van haar leven (1830-1886) schreef. De schrijfster publiceerde tijdens haar leven geen van haar 1775 gedichten in een bundel. Raadselachtiger is nog dat zij haar leven sleet als een kluizenares in het ouderlijk huis. Van Santen zet in dit brievenboek, dat gelijk verschijnt met een spotgoedkope herdruk van de tweetalige bloemlezing uit haar poezie (152 blz., (f) 14,90), met veel overtuigingskracht nog eens haar verklaring uiteen van Dicksinsons extreme teruggetrokkenheid. Volgens haar zijn de cryptische gedichten beter te begrijpen als je beseft dat ze leed aan een nierziekte waarvan de symptomen te zien en te ruiken waren. Eerdere verklaringen spraken van een overheersende vader, een onbeantwoorde liefde, of een lesbische aard (niet zo verwonderlijk, ze schreef aan haar vriendin: “Liefde en stilte, en Jij, O Susie, wat heb ik nog meer om mijn hemel te vullen? Lief Uur, Gezegend Uur, dat mij naar jou toe brengt, en jou terug naar mij, net lang genoeg om een kus te stelen en om weer Vaarwel te fluisteren.”).

Peter Verstegen geeft in zijn verhelderend becommentariseerde bloemlezing van 50 brieven, Ik vind vervoering in het leven, een geheel andere uitleg. “De Hond is het edelste dat door de Kunst is voortgebracht” (ED) - vertaler Verstegen wijt het legendarische kluizenaarschap van de dichteres aan het sterven van haar hond.

Emily Dickinson: Brieven. Uitg. De Prom, 71 blz. Prijs (f) 24,90. Ik vind vervoering in het leven. Uitg. Kwadraat. Prijs (f) 22,50.