Offshore houdt ongevallen graag onder de oppervlakte

Een kleine onachtzaamheid kan in de offshore desastreuze gevolgen hebben. Sinds de ramp met de Piper Alpha zit de schrik er goed in. Bedrijfsongevallen komen vaker voor dan de officiele statistieken tonen.

Plotseling krijgt de duiker die vijfentwintig meter onder water de gasleiding van een boorplatform inspecteert, geen zuurstof meer. Het is 9 februari 1991, rustig weer op de Noordzee, prima om onderhoudswerk te doen.

Hoog boven hem heeft de kraanmachinist die een werkschip met onderdelen voor de Nederlandse Aardolie Maatschappij op het platform lost, een loodzware container bovenop de slang gezet die de duiker van lucht moet voorzien. Ook de communicatie met zijn collega's valt stil, want de telefoondraad is afgeknepen. De man komt met de schrik vrij, want hij is goed getraind en heeft de tegenwoordigheid van geest om zijn nood-zuurstoffles te openen.

In de offshore worden vrij frequent fouten gemaakt. Soms met fatale afloop. Bedrijfsongevallen komen overal voor; in de offshore kunnen de gevolgen desastreus zijn.

Bij veel werknemers in deze industrie zit de schrik er flink in, sinds de ramp met het booreiland Piper Alpha op 6 juli 1988 op het Britse deel van de Noordzee. Bij dat ongeluk - het grootste in de geschiedenis van de energiewinning op de Noordzee, een explosie door een gaslek - kwamen 168 mensen om het leven.

In 1989 waren er 153 ongevallen met persoonlijk letsel, waarvan een met dodelijke afloop, in 1990 150 ongevallen en opnieuw een met dodelijke afloop. Op zondag 7 april jongstleden kwam een werknemer van Placid Oil om het leven. Om nog onverklaarbare redenen had hij een deel van een leidingsysteem dat voor een schoonmaakbeurt drukvrij was gemaakt, weer onder druk gezet, terwijl het deksel nog niet goed gesloten en geborgd was. Hij werd door het deksel, dat met grote kracht opensprong, getroffen en was op slag dood. Het Staatstoezicht der Mijnen onderzoekt de toedracht.

De Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) en het bedrijf Neddrill hebben een waarschuwing gekregen van het Staatstoezicht in verband met het bijna-ongeluk op 9 februari. Iets klopte er niet in hun veiligheidsvoorzieningen, die normaal voor de olie- en gaswinning op de Noordzee al heel streng zijn.

In dit geval hadden ze echter extra voorzieningen moeten treffen, want ze waren bezig met zogenoemde concurrent operations, of, minder alarmerend: simultanious operations: het tegelijk uitvoeren van verschillende werkzaamheden op een platform. Produceren van olie en gas en tezelfdertijd op hetzelfde platform een voorraadschip lossen en ook nog eens een duikoperatie. “Dat kan”, zegt inspecteur-generaal ir. G. Ockeloen van het Staatstoezicht der Mijnen. “Het gebeurt dagelijks en het gaat meestal prima, maar voor elke combinatie van activiteiten moet een werkbespreking worden gehouden. Voor de duikactiviteit had NAM dat nou net niet gedaan.”

Oliemaatschappijen, aannemers en werknemers hebben meer aandacht voor de veiligheid, zegt ir. Ockeloen die namens de minister van economische zaken toezicht houdt op het veiligheidsgedrag van maatschappijen en werknemers bij de energiewinning op land en op het water.

“Ze doen ontzettend hun best, maar het is nog niet goed genoeg. Er gaat veel meer mis dan wij te horen krijgen. Als er geen ongeval met letsel gebeurt, wordt ons niets gerapporteerd maar later komen we er wel achter via onze inspecties en contacten. Ze proberen nogal eens smoesjes te verzinnen, om fouten niet te melden.” “Maar over veiligheid kun je nooit tevreden zijn, omdat je met mensen werkt.

Mensen worden soms vergeetachtig of geergerd door alle regels en veiligheidstrainingen, of zelfs arrogant. Je hebt in dit vak goed getrainde, ervaren mensen nodig. Maar er is ook verloop, mensen gaan in de VUT of zoeken een ander vak, en je werkt in de offshore met erg veel aannemers. Al die medewerkers moeten getraind zijn en de veiligheidsvoorzieningen goed kennen.''

Pag. 12:

'Werknemers in offshore zijn nog steeds vogelvrij'

Volgens Martin Neesen, landelijk coordinator offshore van de FNV, “komt de veiligheid in de offshore steeds meer onder duk te staan door een veel te grote wisseling van personeel bij NAM en andere operators”. “NAM werkt maar met een heel klein groepje eigen werknemers, de rest komt van onderaannemers. NAM wil voor een dubbeltje op de eerste rij zitten. Een platform hoort met een vast team te werken, je moet helemaal op elkaar zijn ingespeeld”, zegt Neesen.

Werknemers, ook bij de NAM, moeten volgens de vakbondsman steeds meer verschillende taken vervullen. “Het gaat soms wel om vier a vijf functies. Ik blijf me afvragen of ze daarmee wel de goede prioriteiten stellen. Het is heel moeilijk om daarover bij NAM een goed gesprek te voeren.” Naar aanleiding van het ongeluk met dodelijke afloop bij Placid heeft Neesen geluiden opgevangen over technische gebreken en metaalmoeheid op het desbetreffende platform. Ook klaagt hij dat een nieuwe regelgeving voor de veiligheid op de Noordzee - die in 1989 is ontworpen - door traagheid van ministeries nog steeds niet in werking is getreden. “Het gaat om veiligheid, verzekering tegen ongevallen en ontslagbeperking. Zaken die voor andere werknemers volstrekt normaal zijn. In feite zijn de mensen in de offshore nog steeds volgelvrij.”

Het bijna-ongeval bij NAM op 9 februari was het gevolg van een ernstige fout, zeker tegen de achtergrond van de belangrijkste oorzaak die de Schotse rechter Lord W. Douglas Cullen in zijn rapport van 19 oktober vorig jaar aan de Britse regering aangaf voor de calamiteit met de Piper Alpha: de vele activiteiten die tegelijk werden uitgevoerd op het reuzen-platform.

In een notitie van 14 februari aan minister Andriessen schreef ir. Ockeloen dat die ramp “is veroorzaakt door onvoldoende afstemming van de bedrijfsvoering op de tegelijk uitgevoerde werkzaamheden, waarvan vele elkaar risicomatig beinvloeden”. De inspecteur-generaal heeft NAM en Neddrill naar aanleiding van het voorval met de duikerslang laten weten dat er ook op het bewuste NAM-eiland sprake was van 'concurrent operations'. NAM reageerde daar wat verbaasd op. “Als u dat zo ziet zullen we nog eens nauwkeurig op een rij zetten hoe de veiligheidsregels in zo'n geval moeten worden toegepast”, heeft de maatschappij toegezegd, aldus Ockeloen.

De extra werkzaamheden op het booreiland waren aan Neddrill gedelegeerd. Daarmee was ook een deel van het veiligheidsbeleid overgedragen. Maar bij concurrent operations geldt juist de voorwaarde dat een 'operator' de leiding heeft over het geheel.

Een woordvoerder van NAM wil - zo lang de maatschappij het rapport naar aanleiding van het voorval op 9 februari nog niet heeft uitgebracht - geen mededelingen doen. Hij verwijst naar een artikel in het personeelsblad Nammogram over de consequenties die NAM verbindt aan het rapport-Cullen. Het artikel draagt de titel Safety is the number one priority.

NAM en nog veertien andere maatschappijen die actief zijn op het Nederlandse deel van de Noordzee, verrichten al jaren concurrent operations en willen daarmee doorgaan om economische redenen. Het stuk voor stuk verrichten van werkzaamheden als produktie, het aanboren van nieuwe gas- en oliebronnen op zee, het doen van onderhoudswerk en het veranderen van technische installaties zou te duur worden. Het Staatstoezicht erkent die noodzaak, maar eist dat er hooguit twee concurrende activiteiten tegelijk plaatshebben. Ockeloen: “Niet produceren, boren, en constructie of modificatie van het platform en de installaties. Want dan gaat er gauw iets mis. Bij de Piper Alpha deed men op het moment van de ramp zes activiteiten tegelijk: boren, produceren van gas en olie, het verbinden van nieuwe pijpleidingen, duiken, onderhoud van compressoren en het doorpompen van gas en olie naar andere platforms.”

De inspecteur-generaal relativeert het belang van de concurrent operations als veiligheidsprobleem enigszins: “Het is een van de belangrijke punten, maar er zijn er nog veel meer.” Hij wijst ook op de totaal verschillende omstandigheden tussen de exploratie- en produktie-activiteiten op het Britse en het Nederlandse stuk van het Continentaal Plat. In het Nederlandse deel van de Noordzee wordt in veel ondieper water gewerkt, de produktie-installaties zijn veel kleiner, eenvoudiger en ruimer van opzet waardoor de veiligheidsrisico's makkelijker beheersbaar zijn en de communicatie minder problemen oplevert.

Lord Cullen heeft in zijn rapport over de Piper Alpha honderdzes aanbevelingen gedaan, maar geen verbod op de concurrent operations voorgesteld. Wel acht Cullen de beslissing van de operator om door te gaan met de produktie terwijl er een uitgebreid programma van onderhoud en constructie werd uitgevoerd puzzling. Een sterker management en betere supervisie waren nodig geweest en het tijdelijk stopzetten van de produktie had meer voor de hand gelegen, aldus het rapport.

Ockeloen heeft zelf 26 jaar lang ervaring bij Shell opgedaan, als operator van raffinaderijen, boorplatforms, produktie- en andere installaties. “Je werkt op je routine, je ontwikkelt een extra zintuig voor het gedrag van een installatie, je hoort wat er aan de hand is en je slaapt erop. Maar bij concurrent operations kun je niet op die routine afgaan. Je hebt trainingen en herhalingscursussen nodig. Wij hebben wel eens mensen die onvoldoende getraind waren van een platform moeten afhalen om een maatschappij daarvan te overtuigen.”

In het artikel in Nammogram, het huisorgaan van de NAM, dat deze week verschijnt, wordt de gebrekkige situatie van de Piper Alpha beschreven en de verschillen met de Nederlandse situatie benadrukt. NAM had al voor het Cullen-rapport uitkwam een aantal wijzigingen op zijn platforms gepland, die gedeeltelijk zijn uitgevoerd. “Binnen niet al te lange tijd” zal per platform “een veiligheidsstudie moeten worden gemaakt, die moet demonstreren dat alle risico's geinventariseerd zijn en dat de NAM weet hoe die te beheersen.” Wat dat zal betekenen voor de concurrent operations wordt nog niet toegelicht.

Inspecteur-generaal Ockeloen heeft minister Andriessen gerapporteerd dat de Nederlandse mijnwetgeving en de organisatie van toezicht in het algemeen beantwoordt aan de voorstellen van Lord Cullen. Die voorstellen zijn in de bedrijfsvoering van veel ondernemingen al min of meer zijn terug te vinden. Toch voert hij nader overleg met de maatschappijen en vakbonden over mogelijke verbeteringen van de veiligheidsregels die uit de 106 aanbevelingen van Cullen naar voren kunnen komen.

Speciale aandacht heeft Ockeloen gegeven aan het inzetten van aannemers en onderaannemers in de offshore. In 1989, na de ramp met het Britse platform, werden bij inspecties tachtig werknemers aangetroffen waarvan de training onvoldoende was. Daarvan moesten er 22 direct worden verwijderd. Vorig jaar werden nog eensveertig onvoldoende of niet getrainde mensen aangetroffen.

Ockeloen heeft grote zorgen over een mogelijke nieuwe personeelsimkrimping bij zijn kleine dienst van 43 mensen. En over de bezuinigingen op de vergoeding voor het woon-werkverkeer van zijn ambtenaren die inspecties op moeilijk bereikbare plaatsen overal in Nederland moeten uitvoeren. “Ik kan met de salarissen al niet concurreren met oliemaatschappijen. Jonge mensen krijg ik niet meer, maar ik heb wel een team heel goede medewerkers nodig.”

    • Theo Westerwoudt