Luigi Ontani: stortvloed van beelden en kleuren

Tentoonstelling: Luigi Ontani, overzicht 1965-1991. 'De Italiaanse Smokkelaar'. T-m 1 juni, Groninger Museum. Praediniussingel 59, Groningen. Di t-m za 10-17u, zo 13-17u. Catalogus (f) 39.

Uit het onderbewustzijn van een man die duizend en een gezichten toont moet wel haast een heterogeen sprookjestheater tevoorschijn komen vol tegenstrijdigheden. Hoezeer de Italiaanse kunstenaar Luigi Ontani sentiment laat zwalken tussen gespeelde genialiteit en vrolijke naiviteit is goed te zien op zijn overzichtstentoonstelling De Italiaanse Smokkelaar in het Groninger Museum met werk uit de periode 1965-1991.

Ontani is een kunstenaar die geen scheidslijn trekt tussen toegepaste en autonome kunst. Onder het motto 'meer is beter' decoreert hij de museumzalen met een stortvloed van ijdele en manieristische beelden in zoete kleuren. Hij brengt daarmee een wereld in herinnering zoals we die kennen van Venetiaanse Rococo-schilders als Tiepolo en Longhi en ook van Oosterse cultuur die zo verweven is met Venetie.

Als lokkertje bij zijn overzichtstentoonstelling gaf Ontani het uit het museumdepot afkomstige schilderij De Italiaanse Smokkelaar een ereplaats in de hal. Het schilderij werd in romantische stijl geschilderd door J. H. Egenberger (1822-1897) die vroeger directeur van de Groningse Minerva Academie was. Op het schilderij is een knappe jongeman met geweer, hoed en cape te zien met een rondborstige vrouw en bergen als achtergrond. Ontani ontleende niet alleen de titel van zijn tentoonstelling aan dit schilderij, maar hij kroop ook in de huid van De Italiaanse Smokkelaar. Tussen de vele andere geensceneerde portretten, waarin zijn magere Christusachtige verschijning telkens opduikt, hangt een foto waarop hij in dezelfde kledij en pose is afgebeeld als de smokkelaar, maar nu alleen zijn portret tegen een hemelsblauwe lucht.

Deze vrolijke tentoonstelling, die volgens velen naar modieus design neigt en daardoor controversieel zou zijn, ligt helemaal in de lijn van het tentoonstellingsbeleid van directeur Frans Haks, die altijd openstaat voor nieuwe tendensen.

In 1980 exposeerde Ontani in het Amsterdamse Stedelijk Museum, samen met Ernesto Tatafiore en de bekendere Jonge Italianen Sandro Chia, Francesco Clemente, Enzo Cucchi, Mimo Paladino en Nicola De Maria. Uit die tijd dateren geensceneerde foto's met Ontani als anonieme ridder, als Krishna, Leda - met bijbehorende zwaan -, de heilige Sint Sebastiaan en andere figuren uit geschiedenis, mythologie en religies.

Het overzicht in Groningen toont dat hij in zijn latere werk alle remmen heeft losgegooid en het spel met zichzelf heeft uitgebouwd en verbreed tot een wereld om hem heen.

Renato Barilli typeert Ontari in de catalogus als 'een prins in ballingschap', die altijd op zoek is naar 'schatten zonder waarde' en veelvuldig gebruik maakt van armoedige materialen conform de Arte Povera ideologie. Barilli schrijft over de expositie: “Zij voert ons naar een alles omvattende utopie over wonen, inrichten, kleding en menselijk gedrag. Met het 'einde van de utopie' bedoelt men eigenlijk dat deze nu eindelijk verwezenlijkt wordt.”

Een van de zalen heeft Ontani als slaapkamer ingericht compleet met gedecoreerde doorschijnende gordijnen. Een hemelsblauwe sprei met sterrenbeeldachtige patronen ligt gedrapeerd over een bed, dat gemaakt is van een zon en een maan. In de kamer hangt een door Ontani ontworpen carnavaleske kroonluchter, die vervaardigd is van het beroemde glas uit Murano. Aan de wand hangt een aquarel gevat in fraai handwerk van glas, ook weer uit Murano. De aquarel stelt een feestmaal voor met een stel vreemde gasten aan tafel. Ontani, die het taferaal als een zondagschilder in zomerse tinten vastlegde, liet zich hierbij inspireren door een schilderij van Veronese uit 1573.

In dezelfde tred heeft hij een serie licht homo-erotische kleine aquarellen gemaakt, die gekaderd zijn in krullerige zilverdraad lijstjes. We zien een schoenpoetser aan het werk of een vederlichte gitarist die naakt op een plant zit, terwijl een tucan rust op de hals van zijn instrument.

Retrospectieve tentoonstellingen zijn voor een jong kunstenaar vaak beangstigend. Hij krijgt weliswaar erkenning, maar wordt ook publiekelijk geconfronteerd met eerder gemaakt werk, waar hij misschien nu niet meer zo achter staat. Veel liever laat hij recent werk zien. Een oeuvre-overzicht kan ook nog eens het nare gevoel geven dat het artistieke hoogtepunt achter de rug is.

Afgaande op zijn zelfportretten lijkt Ontanin de eeuwige jeugd te bezitten. Zijn geboortejaar houdt hij angstvallig verborgen. 'De Italiaanse Smokkelaar' lijkt voorlopig alleen nog maar onbevangen kunst te willen maken die hijzelf echt mooi vindt. De utopie is werkelijkheid geworden; een kind doet de was.