Lofzang op scheidende voorzitter werkgevers

DEN HAAG, 12 APRIL. “Wat veel namen he.” De ondernemer, zestig jaar en gekleed in een klassiek driedelig grijs pak met krijtstreep, duidt op de deelnemerslijst van het congres 'Ondernemen & politiek'. “Een interessant thema”, zegt hij “maar we zijn natuurlijk gekomen om afscheid te nemen van onze voorzitter.”

Op de deelnemerslijst van bijna zestig pagina's staan in totaal ongeveer drieduizend namen. De top van het Nederlandse bedrijfsleven, vakbeweging en politiek neemt in het Haagse Congresgebouw afscheid van mr. C.J.A. van Lede als voorzitter van het Verbond van Nederlandse Ondernemingen. “Heeft u al die Mercedessen en Jaguars gezien?”, vraagt de zestigjarige ondernemer. “Ik hoop dat Prins Claus zijn congresgenoten bestraffend zal toespreken, want dit is niet goed voor het milieu.”

Milieu, Europa en het Nederlandse overlegklimaat waren de gespreksthema's, maar het congres stond voornamelijk in het teken van het afscheid van Van Lede. Gastspreker premier Lubbers riep ondernemers op meer vertrouwen in de toekomst te tonen en mee te werken aan “een sterk Nederland in een sterk Europa. Dat is beter dan tobben”, aldus Lubbers.

Minister Andriessen van economsiche zaken spelde de scheidende VNO-voorzitter de versierselen op de revers die horen bij de koninklijke onderscheiding tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. “Mede dankzij het optreden van Van Lede hebben we in de tachtiger jaren groeicijfers gerealiseerd die niet voor mogelijk werden gehouden”, zei Andriessen.

Ook de voorzitter van de vakcentrale FNV, J. Stekelenburg, bewierookte zijn voornaamste tegenspeler in het sociaal overleg. In een met grappen en grollen doorspekte speech (Beste Kees. Ja, in de top van sociaal-economisch Nederland tutoyeer je elkaar, hoewel ik er een paar weken omheen heb gedraaid voor ik voluit 'Onno' zei) vertrouwde Stekelenburg het gehoor toe, dat “het met de klassenstrijd in zijn historisch betekenis” is gedaan.

Van Lede pleitte in zijn afscheidsrede voor “nationale overeenstemming” om de Europese concurrentie het hoofd te kunnen bieden. De koers van het huidige kabinet vormt daar een regelrechte bedreiging voor, aldus Van Lede, die met name de koppeling van ambtenarissensalarissen en sociale uitkeringen aan de loonontwikkeling in het bedrijfsleven hekelde.

Van Lede wordt opgevolgd door de econometrist dr. A.H.G. Rinnooy Kan, voormalig rector magnificus aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam.

Behalve gematigde loonkostenontwikkeling noemde hij voortdurende vernieuwing een noodzakelijke voorwaarde voor economische groei. “Het is een verniewing die vooral zal moeten komen van ondernemers en van allen die zich ondernemend voelen.” Hij brak een lans voor de Nederlandse overlegeconomie, ook al bespeurde hij daarin het begin van “een spiraal van wederzijdse achterdocht”. Hij riep de politiek tegenwicht te bieden aan “de mondige burger, wiens gedrag wordt geregeerd door de som van zijn prive voor- en nadelen” door “berekenende individuen een materieel belang te geven bij collectief gewenst gedrag”.

    • Cees Banning