Kok overwoog aftreden na verkiezingsnederlaag PvdA

DEN HAAG, 12 april - Partijleider Kok heeft na de grote verkiezingsnederlaag van de PvdA op 6 maart serieus overwogen om af te treden.

Hij zegt dit vandaag in een vraaggesprek met de Volkskrant. Kok zegt dat “veel van wat door de Partij van de Arbeid niet is gelukt, ook met mijn prestaties heeft te maken”. Hij roept de partij echter op om “niet te verkrampen in het tegen elkaar opbieden van teleurstellingen”, maar samen te bouwen aan verbetering en vernieuwing.

Kok zegt dat het kabinet “natuurlijk” nog verder kan, maar hij zegt ook dat “we door de stroperigheid heen moeten”. Van het kabinet moet weer een inspirerende werking uitgaan, zo zegt hij. “We moeten veel duidelijker dan voorheen aangeven wat we willen bereiken met financiele maatregelen.” Kok wil de inhoud en de presentatie van het beleid verbeteren en zegt niet te schromen “minder populaire boodschappen” uit te dragen. Hij erkent dat de fractie, de bewindslieden en het partijbestuur “met elkaar naar inhoud en presentatie van het beleid teleurstellend zijn opgetreden”. Hij zegt geen scherpe scheiding te zien tussen zijn beide politieke rollen - als partijleider en als minister - en ook geen consequenties te trekken voor de wijze waarop hij zijn tijd en aandacht over beide rollen verdeelt.

Kok wil het publiek de komende maanden wel laten zien dat de PvdA “de draad van de hervorming niet heeft losgelaten”. Sinds de partij in de regering zit is volgens hem het proces van hervorming namelijk “gestold”. Kok heeft woensdag in de fractievergadering van de PvdA in de Kamer bepleit terug te keren naar de houding die de partij sinds 1986 heeft aangenomen. Concreet zegt hij dat de Partij van de Arbeid “moet zorgen voor een herleving van de publieke sector”.