'Hulp Koerden toont falen VN-organen'

De verlate, moeizaam op gang komende hulpoperatie van de Verenigde Naties voor de twee miljoen gevluchte Iraakse Koerden heeft aloude kritiek op het functioneren van de VN-hulpverlening flink aangewakkerd. De VN lijken niet voldoende geequipeerd voor het snel verlenen van effectieve hulp op grote schaal zolang VN-lidstaten blijven bij hun weifelachtige houding ten aanzien van het Koerdische vluchtelingenprobleem. Dit concluderen vertegenwoordigers van particuliere hulporganisaties.

De eerste Koerdische vluchtelingen arriveerden ruim twee weken geleden in de bergen op de grens met Turkije. De VN hebben pas zaterdag voor het eerst een onderzoeksteam naar de Turks-Iraakse grens gestuurd, bestaande uit vertegenwoordigers van drie VN-organisaties - het ontwikkelingsprogramma UNDP, het kinderfonds UNICEF, en het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen, UNHCR.

Dinsdag benoemde secretaris-generaal Perez de Cuellar krachtens resolutie 688 een speciale gezant, de Belgische hoogleraar Erik Suy.

Hij wordt echter op pad gestuurd met een onduidelijk mandaat. Gisteravond kon Perez de Cuellar op vragen van journalisten geen opheldering verschaffen over Suys taakomschrijving.

De VN-hulpactie voor de Koerden kwam rijkelijk laat op gang, beweren sommige NGO's - niet-gouvernementele organisaties - die actief zijn in de grensstreek, zoals Save the Children, het Britse Oxfam, en Artsen zonder Grenzen. Deze drie waren direct ter plekke, nadat omstreeks Pasen de omvang van de Koerdische vluchtelingenstroom zich begon af te tekenen.

“De VN met zijn vele deel-organen reageren inadequaat op calamiteiten. De problemen zijn structureel. Er ontstaan hiaten, terwijl op andere terreinen VN-werkzaamheden elkaar overlappen als gevolg van onduidelijke afbakening van bevoegdheden”, zegt een medewerker van Save the Children met jarenlange ervaring. Hij wijst op de logge, trage werkwijze van de VN-hulporganisaties, die amorf en bureaucratisch zijn. Bovendien worden de activiteiten onvoldoende gecoordineerd door UNDRO, het rampenfonds van de VN. Dit is een klein en relatief jong VN-orgaan, opererend vanuit Geneve, waarvan weinig deskundigen een hoge dunk hebben. Competentiestrijd met UNDP, dat beschikt over een omvangrijke infrastructuur in de meeste VN-lidstaten, belemmert de effectiviteit van de hulpoperatie ter plekke.

De meeste nu toegezegde hulp van de donorlanden is 'earmarked'. Dat wil zeggen: om onderling geredetwist tussen de VN-organen te vermijden, bestemmen de meeste donorlanden de hulpgelden direct voor een of meer VN-organisaties afzonderlijk, zodat UNDRO zich over de verdeling van de financien niet langer het hoofd hoeft te breken.

Robert Muller, coordinator van Artsen zonder grenzen in Geneve, beweert dat de trage aanpak van de VN niet alleen kenmerkend is voor de situatie in de Golfregio. De vier hulpverlenende instanties overlappen elkaar vaak, of rijden elkaar in de wielen. Op papier zorgt UNICEF, samen met de WHO, de Wereld gezondheidsorganisatie, voor de medische voorzieningen, UNDP coordineert de hulp ter plekke en UNDRO werft en kanaliseert fondsen van de donorgemeenschap. UNHCR regelt de opvang van de vluchtelingen, zonodig met inschakeling van NGO's. In de praktijk zijn die taken minder vast omlijnd.

VN-diplomaten schrijven de traagheid van de VN-hulp toe aan de tegenwerking door Turkije. Ankara wil de Koerden niet in groten getale toelaten en distribueert de mondjesmaat geleverde hulp uitsluitend via de Turkse Rode Halve Maan. De overkoepelende Liga van Rode-Kruisverenigingen in Geneve is afhankelijk van deze nationale vereniging, die volhoudt de hulpoperatie met gemak aan te kunnen, mits er voldoende financien blijven binnenkomen. Niettemin klagen particuliere organisaties over gebrek aan transportmiddelen ter plaatse.

Woordvoerster Naeff van de Liga: “De Rode Halve Maan doet er alles aan om de problemen het hoofd te bieden. Vanuit Geneve sturen wij assistentie. Er is vooral behoefte aan terreinwagens.”

Het ICRC, het Internationale Comite van het Rode Kruis, wordt angstvallig door Ankara buiten de deur gehouden. Het ICRC opereert tot dusver vanuit Bagdad in het oosten en zuiden van Irak. Woordvoerder Demontmellin waarschuwt: “De internationale gemeenschap moet het lot van Iraakse vluchtelingen in het zuidoosten niet veronachtzamen.” Op de kwestie van de tegenwerking van Ankara gaat hij liever niet in.

Intussen wordt vele Koerden het lijdzaam afwachten van hulp te veel. Leden van Koerdische organisaties zijn uit protest tegen de trage hulpverlening pal voor het Europese hoofdkwartier van de VN in Geneve in hongerstaking gegaan. Op een grasveldje voor de hoofdingang van het Palais des Nations hebben zij, voor het oog van de hele wereld, hun tenten opgeslagen. Zij zijn niet van plan te vertrekken zolang effectieve hulp van de Volkerenorganisatie aan de Koerden uitblijft.