Herverdeling

Onverhoeds voel ik de scherpe punt van een groot lang mes op mijn keel. Iemand grijpt naar de portefeuille in mijn rechterachterzak. Ongeduldig trekt hij de broekzak aan flarden, plus een groot stuk van mijn broekspijp, en gaat er met mijn geld en papieren vandoor. Weer een ander rist routineus in een haal het horloge van mijn pols.

Mijn orienterende wandelingetje door de stille straten van Johannesburg, dat in een vredige slaap lijkt te zijn ondergedompeld, verandert in een klap in een hectisch en opgewonden avontuur. Ik ben beroofd! De overvallers zijn inmiddels verdwenen, net zo snel en ongrijpbaar als ze zich hadden aangemeld. Aangeslagen loop ik terug naar mijn hotel, doe aangifte bij de hotelmanager, een vriendelijke Indier die er geen doekjes om windt: “Hoeveel zwarten waren het die u overvielen?”

Ik ben niet de eerste hotelgast die zijn geld is kwijtgeraakt. “Vroeger hadden we elk weekeind wel vijf of zes hotelgasten die op straat werden overvallen. Sinds we een politiebureau vlakbij hebben is het aantal straatrovers flink gedaald en gebeurt het eigenlijk nog maar eens in de twee weken.”

De hotelmanager vraagt me aangifte te doen bij de politie: “Voor de registratie.” Ik ben niet de enige op het politiebureau. Achter de langgerekte balie waarachter agenten werken, liggen vijf zwarte arrestanten (dronkelappen? dieven? overvallers? moordenaars?) en uit de cellen achterin het gebouwtje klinkt lawaai, flink wat lawaai.

De vrouw die mijn gegevens opneemt ziet er onverschillig uit. “O ja, dit soort overvallen komt hier heel vaak voor. En, o ja, er vallen regelmatig doden bij.”

Kort na mij marcheren twee verwilderde Koreanen het politiebureau binnen. Ze zijn evenals ik overvallen en met messen bedreigd. De grootste van de twee, die een beetje Engels spreekt, is woedend. “Als ik ze te pakken krijg vermoord ik ze.”

Als ik ben teruggekeerd in mijn hotelkamer valt mijn oog op een keurig dubbelgevouwen cahier, een soort menukaart met tips en trips voor de bezoekers. De belangrijkste tip voor de hotelgasten luidt dat men op rustige dagen niet de straat op moet gaan, in verband met het gevaar van diefstal en overval.

Zuid-Afrika dreigt een natie van gangsters te worden, zei Adriaan Vlok, minister van wet en orde, bij de presentatie van de misdaadcijfers over 1990. Die cijfers liegen er niet om. Kairos, werkgroep tegen apartheid, meldt in haar jongste publikatie, 'Zuid-Afrika: van geweld vergeven', dat er in geen land ter wereld zoveel criminaliteit voorkomt als in Zuid-Afrika.

“Dat is geen toeval: vele decennia apartheid hebben het land zodanig ontwricht dat ook crimineel geweld een vast onderdeel van het straatbeeld is geworden”, schrijft Luuk Obbink in zijn bijdrage Misdaad, dweilen met de kraan open.

Het aantal moorden steeg afgelopen jaar met een kleine 30 procent, het aantal berovingen met bijna 20. Met meer dan 40.000 misdrijven per jaar heeft Zuid-Afrika de hoogste criminaliteitscijfers van alle landen in de hele wereld, aldus Obbink. Er komen in Zuid-Afrika vijfmaal zoveel misdaden voor per hoofd van de bevolking als in de Verenigde Staten. Kaapstad zou zelfs, wat misdaad betreft, de gevaarlijkste grote stad ter wereld zijn. Volgens onlangs vrijgegeven cijfers van het Zuidafrikaanse parlement hadden in Kaapstad 1.595 moorden, 2.053 verkrachtingen en 25.389 overvallen plaats.

Obbink wijt de stijgende criminaliteitscijfers onder meer aan de troosteloze situatie in de zwarte woonoorden. Honderdduizenden zwarten hebben het platteland verlaten en zich aangesloten bij het leger van krotbewoners rondom de grote steden.

Daar komt nog bij, zegt Obbink, dat er bij deze mensen totaal geen respect is voor 'het gezag'. “Dat heeft de politie er onder de noodtoestand volledig uitgetimmerd (...). Er lijkt een generatie te zijn ontstaan van jongeren die zich door niets en niemand meer iets wijs laat maken en die eigenhandig een begin heeft gemaakt met de herverdeling van de welvaart.”

    • Geert van Asbeck