'Geld toezichthouders hoort thuis bij politie'; Chef Haagse politie wil voor diensten contracten afsluiten

DEN HAAG, 12 april - Het geld dat nu wordt uitgegeven aan allerlei soorten toezichthouders - zoals stadswachten, wijktoezichthouders en parkeercontroleurs - hoort thuis bij de politie. Er moet een einde komen aan de wildgroei op dat gebied. Dat zegt hoofdcommissaris J.L. Brand, korpschef van de Haagse politie.

Brand vindt ook dat de bijzondere opsporingsdiensten van de verschillende departementen (zoals Algemene Inspectiedienst en Economische Controledienst) zouden moeten worden opgeheven. De politiekorpsen moeten de taken van deze opsporingsdiensten overnemen.

Daarvoor moeten contracten worden afgesloten. Het Haagse politiekorps heeft - net als de meeste korpsen in de Randstad - te kampen met een structurele onderbezetting. De politieministers Dales en Hirsch Ballin hebben duidelijk gemaakt dat het budget, 3,5 miljard landelijk, niet omhoog kan. Hoofdcommissaris E. Nordholt van de Amsterdamse politie pleitte dezer dagen, ondanks de tegenwind, koppig voor een miljard extra op het politiebudget.

De Haagse korpschef kiest een andere strategie. Ook hij wil meer geld en komt tegelijkertijd met “creatieve oplossingen”. Op het bureau in zijn werkkamer staat een bordje met de cynische tekst “Crime wouldn't pay if the government ran it” (Misdaad zou niet lonen als het overheidsbeleid was).

Volgens Brand - zelf komt hij 218 agenten tekort - zijn er verschillende oorzaken voor het structurele tekort aan manschappen bij de politiekorpsen in de Randstad. Een paar jaar geleden is de regeling voor vervroegde uittreding van kracht geworden (de 57-jarigen maatregel) en ook de operatie waarbij al het politiepersoneel werd herschikt, heeft gaten geslagen in het personeelsbestand. Maar daarnaast spelen zich curieuze toestanden af rond de politieopleidingen. Brand: “Ik heb net een groep van zestien nieuwe agenten beedigd, maar we hadden er dertig naar school gestuurd. Die veertien anderen zijn gewoon onder onze handen vandaan gehaald op de opleiding door andere korpsen. Van deze groep zijn we er vijf aan de rijkspolitie kwijtgeraakt. Die zijn tijdens de opleiding overgenomen.”

Hebben die andere korpsen geen eigen wervingsbeleid? “Het heeft te maken met de wijze van financiering van het departement. Wij krijgen geld voor opleiding, maar als je dat geld niet uitgeeft en gewoon volwaardige politieambtenaren aantrekt dan hou je geld over. Het is wild-west wat er gaande is.

Ondertussen zitten wij zo langzamerhand - en dat geldt voor heel de Randstad - met een situatie die bijna niet meer te accepteren is. Want als ik tweehonderd mensen te kort kom, moet ik dat niet afzetten tegen de complete korpssterkte van 2.300, maar tegen een bestand van ongeveer 1.500 want dat zijn mijn agenten op straat. De rest is administratief-technisch personeel. Ik mis dus ongeveer een zevende.''

Wat zijn de effecten daarvan? “Het effect is dat we minder aan onze prioriteiten kunnen toekomen.

Ik zet mijn mensen in op drie probleemgebieden: de zware criminaliteit, de wijkteams en sinds kort op het probleem van de onveiligheid. Dat is de midden-criminaliteit, die te maken heeft met inbraken en geweld op straat.

Op dit moment is het al zo dat we binnen deze gebieden prioriteiten stellen. Neem de zware-criminaliteitsbestrijding. Zware criminaliteit houdt zich bezig met verdovende middelen, prostitutie, gokken, wapenhandel en nu ook met milieucriminaliteit. Met de bestrijding daarvan zijn we intensief bezig. We pakken hele groepen tegelijk op.

Maar toch doen we er te weinig aan. Landelijk gezien houden we rekening met zo'n vierhonderd criminele groepen. Wij zijn maar met maximaal tien procent van die bendes bezig. Die verhouding is verkeerd. Daar zouden we meer mensen voor moeten inzetten.

Tegelijkertijd willen wij meer aandacht en energie besteden aan het veiligheidsprobleem, dat betekent minder aandacht voor andere prioriteiten.''

Uw budget wordt niet groter dus u moet het geld ergens anders vandaan halen.

“Ja, en nu zie ik dat er bij gemeenten kennelijk de bereidheid is om geld te investeren in toezicht. Er zijn stadswachten, parkeercontroleurs, wijktoezichthouders, reinigingsinspecteurs, milieuwachten, noem maar op. Dus men gaat ons ondersteunen in dat proces in de wijken. Dat is prima, maar daar zit het risico aan dat al die functionarissen zich alleen met symptoombestrijding bezighouden.

Het onderliggende probleem is vaak heel moeilijk aan te pakken, dus kiest een politicus er voor om dan maar het symptoom weg te drukken.

Ik vind dat dat geld bij de politie terecht moet komen. Ik vind dat je democratisch gezien - het heeft ook alles te maken met hoe je over macht nadenkt in onze samenleving - ervoor moet zorgen dat de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de aanpak van een probleem gescheiden is van de handhavingsaanpak.

Neem bijvoorbeeld het probleem van geluidsoverlast in de stad. Het college van B en W kan zeggen: laat de politie maar extra controleren bij cafe's die herrie veroorzaken. Wij zeggen dan terug tegen het bestuur: wat hebben julie er nou aan gedaan om ervoor te zorgen dat er geen geluidsoverlast is?

Maar de wethouder van verkeer zal zeggen, als ik het geld van mijn parkeercontroleurs aan de politie geef zul je zien dat ze mijn parkeerbudget binnen de kortste keren gaan gebruiken om voetbalvandalen te begeleiden.

(Brand tekent een schema) “Wij zijn een concern met een directie, concerndiensten en daaronder de werkmaatschappijen. Dat zijn de mensen die het werk moeten doen. Wij zetten eenvoudig geld uit in het bedrijf. Wat ik zou willen zien, is dat er los van de normale doeluitkering heldere geldstromen komen voor specifieke taken. Laat men maar zeggen hoeveel geld men voor parkeren, toezicht, over heeft en dan zal ik daar een afspraak over maken. Contractmanagement. En als dit werkt, is de volgende stap om te kijken naar de opsporingsdiensten van de verschillende departementen. Daarvoor geldt hetzelfde.

Uw plannen impliceren dat er aan de verschillende soorten politiediensten ook verschillende opleidingseisen gesteld zullen worden.

“Ja, de huidige politieopleiding bestaat uit vier modules en duurt twee jaar. Voor een hele groep mensen, bijvoorbeeld allochtonen uit de gebieden rond de Middellandse Zee, is die opleiding veel te zwaar.

Mijn idee is: laat die mensen gedurende drie maanden een module afronden en zet ze dan als politie-assistent in voor minder gekwalificeerde taken. In de loop van vier tot zes jaar kunnen zij heel goed de overige modules halen en zo doorgroeien tot politieagent.

Als wij zoiets niet doen krijgen we binnen nu en tien jaar een geweldig probleem op de arbeidsmarkt want het aantal mensen met HAVO-diploma's neemt alleen maar af. Dan zeg ik: neem minder hooggekwalificeerde mensen en begeleidt die. Om die opleiding als werkgelegenheidsproject te kunnen realiseren is het nodig dat het ministerie van sociale zaken daarvoor geld beschikbaar stelt.''

Hoe wordt hier over gedacht in het gemeentebestuur? “De aandacht is gericht op de departementen en dan niet op Binnenlandse Zaken en Justitie. Want daar is het geld op. Maar er zijn geweldige budgetten voor werkgelegenheidsprojecten. De regering moet nu begrip krijgen voor onze problemen en oren hebben naar creatieve oplossingen.”