Column

Foutje

Vaak denk ik aan Turnhout. In een vlaag van balorigheid gooiden mijn vrouw en ik daar ooit een kleine honderd gulden stuk op de plaatselijke kermis en nog altijd koester ik het digitale kwartjeshorloge dat we van de medelijdende exploitant kregen. We bezochten er het Speelkaartenmuseum, wandelden door het te grote Begijnhof en verder kan ik me van de provincieplaats vol keurige en gezagsgetrouwe burgers niets herinneren.

Ooit trad ik er op. In de Cocatoe. De Cocatoe was een oude, aan de ringweg gelegen cocacolafabriek en deze koude hal deed dienst als theater, omdat de schouwburg werd verbouwd. Deze werd ontdaan van tonnen kankerverwekkend asbest. Dit was overigens aangebracht in de tijd dat de grootste gladiool met een IQ van min 12 al wist dat je van dit spul een beetje vlugger bij je rouwadvertentie met de tekst “Na een moedig gedragen lijden” kwam. Foutje van de Belgische architect.

De toenmalige cultuurbobo had echter vergeten dat het in de maand december weleens kan vriezen en dat een verlaten fabriekshal dan meevriest. Ook van binnen. Ik herinner me de voorstelling nog woordelijk. In de verlaten hal zaten achttien, diep in hun winterjas weggedoken Belgen me aan te gapen en ik overschreeuwde een blazend heteluchtkanon dat aan de Siberische kou niets veranderde. Het was Pinter en Hitchcock tegelijk. Tijdens de voorstelling zag ik in de diepte van de gigantische ruimte een man, een zwangere vrouw en een ezeltje die om onderdak voor een nacht vroegen. Ze werden geweigerd.

De inmiddels verbouwde schouwburg De Warande is in mijn kringen beroemd en wordt altijd aangehaald in graag vertelde anekdotes. Wat is daar namelijk het geval? In de coulissen staan een paar houten schotten en deze geimproviseerde wandjes regelen dat er een paar kleedkamers zijn. Toen de schouwburg klaar was bleek dat de architect deze ruimtes had vergeten. Ik zie die checklist van de man voor me.

Hebben we overal aan gedacht? Een toneel, gordijnen, licht, stoelen voor het volk, een foyer voor de koffie en de pinten... Achteraf valt het mee dat het gebouw niet helemaal van asbest was.

En denkt u nu dat ik verbaasd ben toen ik las dat de spits van FC Turnhout, topscorer Luc de Rijck, op de behandeltafel van de clubarts overleed omdat deze Willy Wortel een zuurstofmachine voor oververmoeid bloed had uitgevonden? Denkt u dat ik een wenkbrauwhaar gefronst heb toen ik vernam dat het experimentje van de professor Zonnebloem van de plaatselijke voetbalclub mislukt was? De dokter heeft zich teruggetrokken en Luc de Rijck komt in de hemel. “En hoe kwam u aan uw einde?”, vraagt God aan de aardige Belg. De talentvolle spits vertelt over het nieuwe speeltje van professor Barabas dat hem fataal werd en God zwijgt lang en droef. Dan zucht de Heer hartgrondig: “Provincieplaatsen, provincieschouwburgen, provincievoetbalclubs. Hef ze toch op!”