'Europese veiligheid hoort thuis in de Navo'

BRUSSEL, 12 april - De Europese Raad van afgelopen maandag in Luxemburg markeerde volgens sommige waarnemers een nieuw fenomeen in de geschiedenis van de Europese Gemeenschap: de bijeenkomst van het staatshoofd en de elf regeringsleiders van de EG-landen werd gevolgd door een korte ontmoeting van de ministers van buitenlandse zaken van negen EG-landen in het kader van de Westeuropese Unie (WEU). Die combinatie was een kennelijke uitwerking van het Frans-Duitse plan om de WEU te integreren in de Europese Gemeenschap en de organisatie “richtlijnen en orientaties” te laten uitvoeren die de Europese Raad heeft opgesteld.

In Amerikaanse en NAVO-kringen is de afgelopen maanden zo nu en dan bezorgd gereageerd op de exercities om het buitenlands- en veiligheidsbeleid van de EG een stevige verankering te geven in de Europese Raad en de WEU te incorporeren in de EG-instellingen. Wat vond nu de Amerikaanse ambassadeur bij de NAVO, de 45 jaar oude William Howard Taft IV - achterkleinzoon van de Amerikaanse president (1909-1913) van diezelfde naam - van de demonstratie van afgelopen maandag, uitdrukking van het Europese streven om een eigen identiteit te ontwikkelen op het gebied van de veiligheidspolitiek?

“Ik weet niet zeker wat de betekenis van de gebeurtenissen van die avond was, maar de VS hebben de ontwikkeling van een Europese veiligheidsidentiteit al heel lang gesteund. In het bijzonder gedurende het afgelopen jaar. We hebben de laatste jaren die trend naar Europese eenwording, politieke unie, gemeenschappelijke veiligheids- en buitenlandse politiek waargenomen en we juichen die toe. Wat de Europese Raad deed was geheel volgens dat patroon: het behandelen van een probleem op het gebied van de buitenlandse politiek en het bereiken van conclusies daarover, dat is prima. Wat de procedure betreft kunnen we vraagtekens zetten bij een bepaalde politiek wat betreft de inhoud, maar we keuren zeker het proces goed om tot gezamenlijke standpunten te komen als de Europeanen dat willen.”

Maar die WEU-bijeenkomst kwam toch op een wat merkwaardige manier tot stand: er was immers eerst alleen sprake van de Europese Raad en toen kwamen de Fransen plotseling met het plan daar een WEU-bijeenkomst aan vast te plakken. Waarop Nederland eiste dat de Turkse ambassadeur erbij zou worden uitgenodigd als waarnemer.

“Ik ken niet precies alle details. Alles wat ik kan zeggen is dat voor zover de WEU wordt gebruikt om Europese politiek te voeren, we daar geen bezwaar tegen hebben: het is aan de Europeanen om dat middel te kiezen en te gebruiken. Ze hebben de WEU gebruikt in verband met de operaties in de Golf en daar waren we heel blij mee. In grote lijnen steunen we de ontwikkeling van een Europese veiligheidsidentiteit, en dat is wat er gebeurde. Men kan natuurlijk altijd de betekenis van de gebeurtenissen van een bepaalde dag overdrijven, zowel dat dit werkelijk een teken is dat we vooruitgang boeken op weg naar een gemeenschappelijke buitenlandse politiek, of het tegenovergestelde, wat naar mijn mening eerder dit jaar werd gedaan, toen mensen dat idee verwierpen. Dat is allemaal te categorisch. De tendens is over een langere periode gezien die in de richting van een gemeenschappelijk veiligheids- en buitenlandse politiek en naar Europese integratie. En die steunen we.”

Na de ontmoeting van president Bush met president Mitterrand in Martinique, enkele weken geleden, hebben de Fransen te verstaan gegeven dat er tussen de VS en Frankrijk geen enkel verschil van mening bestaat over het Frans-Duitse voorstel om de WEU in de Europese Gemeenschap te integreren. Bij het Nederlandse ministerie van buitenlandse zaken wordt er sterk getwijfeld aan die Frans-Amerikaanse overeenstemming. Wat is uw mening over een dergelijke Frans-Amerikaanse toenadering?

“We raken zo wel een beetje af van waarover we met stelligheid kunnen spreken. Een Nederlands verslag van een Franse indruk van een ontmoeting met een Amerikaanse president. Ik kan zeggen dat de VS in essentie het standpunt tot uitdrukking hebben gebracht dat Europese inspanningen in de richting van gemeenschappelijke buitenlandse en veiligheidspolitiek welkom zijn en dat we die ondersteunen. We hebben ook geen moeilijkheden met het idee dat de Europeanen de WEU gebruiken om hun Europese veiligheidspolitiek te ontwikkelen. We menen dat dat allemaal moet worden gedaan op een manier die het bondgenootschap versterkt, dat de NAVO vandaag en in de toekomst zorgt voor de veiligheid van haar leden, inclusief en vooral alle Europese leden. We menen dat met betrekking tot dat onderwerp, de Europese veiligheid, de veiligheid van het grondgebied, de vrijheid van Europa, de politiek moet worden overeengekomen in de NAVO. De Europese pijler waarover we het hebben moet zich binnen het bondgenootschap met dat soort zaken bezighouden om het te versterken. Met betrekking tot out-of-area-zaken kan een Europese pijler opereren, net zoals in de Golf, waarbij de NAVO misschien als forum voor beraad gebruikt wordt, voor logistieke steun, maar onder auspicien van de WEU, een onafhankelijke WEU. De Golf is een goed voorbeeld hoe dat volgens ons moet werken. Dat zijn de punten die we hebben aangevoerd.”

Maar de meest fundamentele bezorgdheid van de VS is toch dat de WEU in de Europese Raad wordt geintegreerd?

“De grootste zorg is dat de Europese pijler zodanig wordt opgezet dat hij een concurrent zou zijn van de NAVO in plaats van een ondersteuning. Om twee redenen: een reden is dat het eenvoudig duur zou zijn en een verdubbeling van de toch al spaarzame bronnen voor defensie met zich zou meebrengen en de tweede reden is dat het de fundamentele premisse van het bondgenootschap zou ondergraven, die erop neerkomt dat er identieke belangen, identieke waarden en een identieke veiligheidspolitiek onder de bondgenoten zijn. Als er een wedijverende organisatie zou zijn, zou dat worden ondermijnd. We willen dus dat de Europese pijler zo wordt opgezet dat waar hij te maken heeft met NAVO-zaken, hij binnen de NAVO opereert, en niet erbuiten. Zolang die zorg gesust is zijn we tevreden.”

Secretaris-generaal Van Eekelen van de WEU wees er in een gesprek dat ik enige tijd geleden met hem had op dat er een tegenspraak lijkt te bestaan tussen de Amerikaanse kritiek op de eigen Europese veiligheidsidentiteit en de Amerikaanse wens dat Europa een groter deel draagt van zijn verantwoordelijkheid voor veiligheid. Waar zijn de Amerikanen eigenlijk bang voor? Is het misschien voor het einde van een Amerikaanse verdeel-en-heerspolitiek in Europa?

“Ik denk niet dat er uberhaupt zoiets in het spel is. Wat de VS hebben gedaan aan de Europese integratie is, zou ik willen opmerken, even consequent en consistent geweest als wat welk Europees land ook zou kunnen claimen. En meer zelfs dan de meeste! Het is geen politiek geweest van verdeel-en-heers, maar een politiek van vereniging. Dit is wat de NAVO op een unieke manier heeft gedaan. De NAVO heeft Europa veertig jaar lang verenigd op het gebied van veiligheidspolitiek die stond aan de basis van de vrede en welvaart in Europa. We hebben geen kritiek op de Europese aspiraties om een pijler te ontwikkelen. We hebben tot uitdrukking gebracht dat dat moet gebeuren op een manier die het bondgenootschap versterkt en niet ondermijnt.”

Betekent de herstructurering van de NAVO ook dat de grenzen van het bondgenootschap moeten worden uitgebreid?

“Ik geloof het niet. Dat gaat dus over Oosteuropese deelneming in het bondgenootschap. De formele grenzen zijn geen onderdeel van de herziening in het bondgenootschap. We hebben verbindingen gelegd met de landen die lid waren van het Warschaupact. In die zin is ons bondgenootschap aan het uitdijen. Door het opbouwen van betrekkingen met die landen wat bijdraagt aan wat we nastreven, een basis van samenwerking voor de veiligheid van Europa in plaats van confrontatie.

Dus we breiden het bondgenootschap uit, maar niet de formele grenzen ervan.''

Maar wat moet er gebeuren als er bijvoorbeeld voor de NAVO bedreigende onrust op de Balkan is. Hoe moet de NAVO daarop reageren?

“Onze positie tegenover situaties van onrust en instabiliteit is vanuit politiek oogpunt net zoals in het verleden. We zijn er zeer bezorgd over voor zover de veiligheid en de stabiliteit van het continent erdoor in gevaar worden gebracht en we reageren erop op de meest effectieve manier binnen de consultatiemechanismen van het bondgenootschap. We zijn als gevolg van de ontwikkelingen van de afgelopen twee jaar in een veel betere positie om daarmee om te gaan dan in het verleden. We hebben nu de liaison-structuren, we hebben regelmatige uitwisseling met deze landen en daarvan wordt geprofiteerd om de stabiliteit in die gebieden te vergroten.”

Wat is naar uw mening het minimale niveau voor de Amerikaanse troepensterkte in Europa om een zekere geloofwaardigheid te handhaven?

“We hebben nog geen akkoord bereikt over de totale troepensterkte. De onze zal aanzienlijk worden verminderd in vergelijking met de 300.000 man die we op het ogenblik hebben, we zullen een niveau handhaven dat ons in staat stelt de dingen te doen wat betreft hergroepering, commando, beheersing van grotere strijdkrachten die nodig kunnen zijn voor versterking. Er is nog niet bepaald wat dat aantal zal zijn, maar het zal aanzienlijk lager zijn dan wat we gewend waren.”

Honderdduizend? “Ik denk dat het meer zal zijn.”

Senator Sam Nunn had het over 75.000. “Dat lijkt mij te laag.”

Wat zijn naar uw mening de lessen van de Golfoorlog en de nasleep daarvan voor de NAVO en de Westerse wereld in het algemeen?

“We zijn nog bezig met het analyseren van de resultaten van de oorlog voor de verschillende instellingen. Sommige daarvan zijn duidelijke winnaars, zoals de Verenigde Naties, die boven verwachtingen heeft gefunctioneerd, en de coalitie van Arabische strijdkrachten. De NAVO heeft zich ook onderscheiden door de manier waarop ze steun heeft gegeven, militair, logistiek en politiek. De strijdkrachten die samen in de Golf hebben geopereerd hadden jaren ervaring in de NAVO achter zich. De logistieke operatie om duizenden en duizenden man versterkingen over te brengen zou niet mogelijk zijn geweest als we niet gedurende een lange periode met de bondgenoten hadden samengewerkt. Dus ik ben voldaan dat de NAVO zo goed heeft gefunctioneerd, zowel politiek als militair.”

    • Frits Schaling