Een platte man

Je kon de afgelopen tijd geen krant opslaan of er stond een interview in met prof. A.C. Zijderveld, de man die ook wel de goeroe van het CDA wordt genoemd. Zijderveld is hoogleraar in de cultuursociologie, wat een prachtig vak moet zijn, want noem mij een menselijke handeling die niet op de een of andere manier onder cultuur of onder sociologie te rangschikken valt. Kultursoziologie ist alles, was der Fall ist. Dus als er iemand met recht kan oordelen over wat zich in de wereld voordoet, dan is het wel Zijderveld.

En dat doet hij ook, dikwijls in gepeperde termen. U heeft het misschien niet zo gemerkt, maar volgens de professor leven wij in een staccato-cultuur. Jachtig holt de moderne mens achter de laatste mode aan en stort hij zich van de ene nieuwe waarheid op de andere.

Zijderveld spreekt in Het Vrije Volk van een flexie-maatschappij, “zijnde een losse verzameling losse mensen met losse waarden, losse normen en losse relaties”. Geen wonder dat deze vluchtigheid leidt tot een algemene Eftelingisering van onze samenleving.

Maar daar houdt de alles omvattende cultuursociologische analyse niet op. Over kunst bijvoorbeeld heeft Zijderveld een heel duidelijke mening. Die is namelijk op. Iets wezenlijks nieuws valt er op dat terrein niet meer te bedenken, zegt hij in Het Parool. Er rest de kunstenaar eigenlijk niets anders dan terug te keren naar de oude tijden van de ambachtelijkheid.

Daarmee zijn we er volgens Zijderveld nog niet, want - potverdrie - ook in de wetenschap zijn vrijwel alle witte vlekken ingevuld.

Misschien dat de biochemie en de astrofysica nog voor een verrassinkje zorgen, maar een omwenteling zoals die van Darwin of Marx is niet meer te verwachten.

En dan nu, let op student, het thema van de religie. De term is hier post-christendom, waarmee wordt verwezen naar de nieuwe christenen, een groep van ongelovigen die echter wel bereid is op te komen voor de christelijke waarden. Zo is ook Zijderveld, zelf een agnost, lid geworden van het CDA. In VN zegt Zijderveld dat ook felle antikerkelijken bemerken dat zij eigenlijk christenen zijn, wanneer zij bijvoorbeeld worden geconfronteerd met de onverdraagzaamheid van fanatieke moslims.

Het is even wringen, maar het komt erop neer dat een ongelovige als Zijderveld andere ongelovigen tot christenen uitroept. Ik kan mij wel voorstellen dat ze bij het CDA erg blij zijn met zo'n ideoloog. Er moet hier iets van wederzijdse herkenning zijn, want werd zo'n redenering vroeger niet jezuitisch genoemd?

In NRC Handelsblad - het leven van een cultuursocioloog moet wel erg moordend zijn als je staccato het ene interview na het andere geeft - werd Zijderveld de uitspraak van Bertrand Russell voorgelegd “dat de christelijke religie, zoals zij is georganiseerd in haar kerken, de voornaamste vijand is geweest van de morele vooruitgang in de wereld”. Zijderveld haalt zijn schouders op. “Ach”, zegt hij, “een platte man, die Russell”.

Beduusd staar ik voor mij uit. Een van mijn helden blijkt een platte geest te zijn geweest. Ik moet denken aan de affaire van 1940, toen Russells benoeming tot hoogleraar in de filosofie aan het City College van New York ongedaan werd gemaakt na een juridische procedure. De christelijke tegenstanders noemden Russell destijds geen platte geest, maar achtereenvolgens: een schurk, een losbol, een professor van het heidendom, een filosofische anarchist, een zedelijke nihilist en een uitgedroogde, gescheiden advocaat van de promiscue liefde. Geheel volgens de tolerante normen van het christendom draaide de rechter de benoeming terug, daarmee de academische vrijheid verkrachtend. Die ervaring heeft Russell toch wel een klein beetje recht van spreken gegeven.

Een enkele keer was Russell ijdel en aanmatigend, maar als mathematicus en filosoof was hij een geweldenaar. Tegenover Wittgenstein gedroeg hij zich uiterst voornaam. In zijn ideeen zit een constante lijn en zijn sociale opvattingen vloeien rechtstreeks voort uit zijn filosofie.

Ligt dat bij Zijderveld misschien wat anders? In de jaren '60 en '70 bestudeerde Zijderveld de humor. Hij bewonderde de Provo's en stond een “ludiek professoraat” voor. Als je de interviews leest, krijg je sterk de indruk dat Zijderveld een hele scherpe neus heeft voor wat in de mode is. Daar moet je zijn. Russell zou dat een beetje plat hebben gevonden.

    • Max Pam