Controlemenu

De BVD STAAT “binnen en buiten Europa bij oude en nieuwe democratieen als zeer voorbeeldig te boek”, meldde minister Dales (binnenlandse zaken) vorige maand met gepaste trots de Tweede Kamer.

Van Luxemburg tot Hongarije en Canada ontmoet zij belangstelling en waardering voor de manier waarop Nederland de binnenlandse spionage heeft geregeld. Men zou zich bijna afvragen waar we ons druk over maken. Toch zijn de politiele inlichtingendiensten - het verlengstuk van de BVD in de lokale politiekorpsen - wel degelijk ook mevrouw Dales “een zorg”.

Wie vraagt om werkelijke rechtsbescherming lijkt zelfs bijna te verdrinken in het overdadige controlemenu dat wordt opgedist. Er zijn al diverse vormen van openheid in het spel: een jaarverslag van de BVD, een (liefst niet al te magere) passage in de jaarlijkse begrotingstoelichting van de minister en een jaarlijks openbaar overzicht van “alle relevante risico's voor onze veiligheid”. De vaste commissie van fractievoorzitters in de Kamer gaat bovendien haar verslaggeving “verbijzonderen” en overweegt ad hoc rapportages en briefwisseling over speciale onderwerpen.

De fractieleiders hebben de regering verder voorgesteld een commissie van deskundigen in te stellen, een driemanschap bestaande uit een oud-ambtenaar, een oud-rechter en een oud-diplomaat. Deze commissie zou ook van nut kunnen zijn bij de delicate operatie van het schonen van de BVD-bestanden die voor de deur staat. Hoewel de fractievoorzitters onderstreepten dat het driemanschap moet functioneren onder politieke controle, wijst minister Dales dit nu toch af omdat een dergelijk driemanschap volgens haar het primaat van “politieke sturing” van de BVD juist zou doorbreken. Wel wil zij een “klankbordgroep”, zodat de dienst het ook eens van een ander hoort.

NOCH EEN dergelijke praatgroep, noch de politieke stuurlieden kunnen echter voorzien in de rehabilitatie die onvermijdelijk samen hoort te gaan met schoning op de voorgenomen schaal. Ook valt te vrezen dat instanties als de Nationale Ombudsman voor zo'n massale operatie niet geeigend zijn. Door hun aard kunnen zij helemaal niet voorzien in de controle of de nieuwe politiek-gestuurde activiteiten wel sporen met elementaire spelregels. Het gevaar van ontsporingen is niet denkbeeldig bij de nieuwe “klantgerichte” opstelling van de dienst.

Beter dan heen en weer te praten over een drietal wijze dames of heren zou het politieke discours zich kunnen richten op de interne controle van de BVD. De noodzakelijkerwijs altijd wat breed geformuleerde taakstelling kan wel enige nadere richtlijnen velen. En vooral een inspecteur-generaal met voldoende interne statuur om er de hand aan te houden. Of is dat driemanschap alleen maar bedoeld als 'cover'?