Bruisende energie uit het hoge Noorden

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Herbert Blomstedt met Antonio Meneses (cello), Young-Hee Kim (sopraan) en Peter Dijkstra (bariton). Programma: Modest Moessorgski, voorspel Chowansjtsjina; Dmitri Sjostakowitsj, Tweede Celloconcert; Carl Nielsen, Derde Symfonie (Sinfonia espansiva). Gehoord: 11-4 Grote Zaal, Concertgebouw, Amsterdam.

Nog niet zo lang geleden leek heel Scandinavie op muziekgebied maar twee 'blijvertjes' te hebben opgeleverd: Jean Sibelius en Edvard Grieg. Alles verandert, zo ook ons zicht op de Scandinavische muziek.

De briljante en meeslepende uitvoering van Carl Nielsens Derde Symfonie door het Concertgebouworkest onder leiding van de Zweedse dirigent Herbert Blomstedt belichtte een ander aspect van het hoge Noorden.

Ditmaal geen in nevelen gehulde vergezichten of zoetelijke romantiek, maar bruisende energie en levensvreugde. Terwijl tegelijkertijd in Midden-Europa benauwde wanhoopskreten opstegen en Schonberg worstelde met de hunkering naar het onbereikbare, was er bij Nielsen in 1911 geen vuiltje aan de lucht: onbekommerde blijmoedigheid die in de finale van het stuk overigens wat te veel van het goede wordt. Maar dankzij de noblesse van Blomstedt ontaardde ook het slot niet in trivialiteit.

Meesterlijk wist hij de spanning op te bouwen en weg te laten vloeien terwijl de ritmische stuwkracht behouden bleef. Onder zijn leiding schitterde het Concertgebouworkest zonder een spoor van uiterlijk vertoon. Minder vertrouwd leek de dirigent te zijn met de wrange taal van Sjostakowitsj. De uitvoering van diens Tweede Celloconcert klonk als een generale repetitie: alles zat op zijn plaats maar het klonk wat tam en geremd. Ook de Braziliaanse cellist Antonio Meneses speelde zijn partij wat te behoedzaam. Sjostakowitsj wrijft steeds zout in eigen wonden en dat doet pijn. Meneses en Blomstedt deinsdenhiervoor terug en legden de nadruk op de introverte lyriek. Maar die lyriek van Sjostakowitsj kan het nu eenmaal niet stellen zonder een vlijmscherp randje.

Het concert werd geopend met een subtiele vertolking van Moessorgski's voorspel tot zijn opera Chowansjtsjina. Deze impressie van een stralende zonsopgang boven het plein voor het Kremlin was een treffende opmaat voor een concert waar de onbewolkte hemel het won van Sjostakowitsj's duisternis.