Albanie's kortstondig doorbroken isolement

Na 46 jaar lang de meest mysterieuze, geisoleerde en verlaten hoofdstad van Europa te zijn geweest stond de Albanese hoofdstad Tirana vorige week in het middelpunt van de belangstelling. De verkiezingen en de gespannen politieke situatie leidden tot de komst van honderden journalisten uit de hele wereld.

In het als tijdelijk perscentrum ingerichte Cultuurpaleis en in de grote hotels reageerde het personeel verbijsterd op de komst van de vrachtauto's vol apparatuur van de internationale tv-stations. In hotel Tirana richtte de European Broadcasting Union zelfs een complete studio in en op het dak van het hotel verschenen twee satellietschotels.

Hotel Daiti - schoon maar met een koude douche - en hotel Tirana - warme douche maar kakkerlakken - puilden uit. Sommige journalisten moesten noodgedwongen uitwijken naar Arberia, het derde grote hotel in de hoofdstad. In dit sociaal-realistische bouwwerk hebben de kamers geen douche en valt 's avonds steevast het stromend water uit. Er is een wc per gang van vijftig kamers.

Zo'n entourage is wellicht niet bevorderlijk voor het persoonlijk welzijn, maar op zichzelf overkomelijk. Problematischer is de afwezigheid van moderne of zelfs van ouderwetse telecommunicatie. Zo hebben in 'internationaal' hotel Arberia de kamers geen telefoon, is het toestel in de receptie buiten gebruik en bevindt de enige functionerende telefoon zich in de - meestal gesloten - directiekamer.

Schrijvende journalisten waren niettemin aangewezen op de beschikbare telefoonverbindingen. Speciaal ter gelegenheid van de verkiezingen installeerde het Italiaanse bedrijf Italcom enkele extra telefoonlijnen, maar het was niet ongebruikelijk dat schrijvende journalisten tot diep in de nacht wanhopig bezig waren om verbinding met de buitenwereld te krijgen.

Voor de Albanezen zelf is dat niets bijzonders. De ontwikkeling van elke vorm van communicatie of infrastructuur lijkt in de afgelopen decennia stelselmatig te zijn tegengewerkt. Brieven vanuit Albanie naar het buitenland doen er zes a acht weken over, terwijl post vanuit het Westen soms niet in Albanie aankomt; het beroep van postbode is er onbekend. Omdat niemand er ooit een heeft gezien is het aantal taxi's in Tirana een goed bewaard geheim; schattingen lopen uiteen van tien tot vijftien stuks.

De enige spoorlijn van Albanie loopt van Tirana via Durres naar het zuiden; her en der rijden bussen zonder nummers, maar het grootste deel van het land is niet per openbaar vervoer te bereiken. De aankomst- en vertrekhal van het vliegveld Rinasi is een barak met twee deuren: de ingang respectievelijk uitgang. Albanie is het enige Europese land dat geen eigen luchtvaartmaatschappij bezit.

Buitenlandse luchtvaartmaatschappijen onderhouden via enkele schaarse vluchten de verbindingen met de buitenwereld. Binnenlandse vluchten bestaan niet.

Tot voor kort was Albanie het enige Europese land dat niet op het internationale telefoonverkeer was aangesloten. Gesprekken vanuit Nederland moesten worden aangevraagd bij PTT Telecom in Amsterdam, die een telefoniste in Rome belde, die vervolgens een collega in Tirana trachtte te bereiken, die op haar beurt weer met de abonnee in Albanie contact zocht.

Sinds een half jaar kent Nederland semi-automatisch telefoonverkeer met Albanie. Gesprekken moeten nog altijd worden aangevraagd, maar via een telefonist in Athene kan nu rechtstreeks contact met de Albanese abonnee worden gelegd. Deze operatie kan soms echter wel de hele dag in beslag nemen.

In Albanie was communicatie tot voor kort een verdachte bezigheid. Het bezit van schrijfmachines, fotokopieerapparaten, computers of faxapparaten was verboden; nog steeds beschikken slechts zeer weinigen over een telefoon. Op het platteland, waar zestig procent van de bevolking leeft, zijn bijna helemaal geen prive-telefoonaansluitingen.

Albanese abonnees kunnen inmiddels automatisch met het buitenland bellen. Urenlang dient de beller in spe daartoe de draaischijf te hanteren: na 00-31 springt het signaal meestal in gesprek. Wie eenmaal verbinding heeft, kan soms een redelijk goede lijn tegemoet zien.

Anders is het bij het bellen vanuit Tirana naar een abonnee drie straten verderop. Als de verbinding tot stand komt is het alsof men de andere kant van de wereld aan de lijn heeft.

Buitenlanders die in Albanie de telefoon hanteren stuiten bovendien nog op een ander probleem: het volledig ontbreken van een telefooncultuur. Tot voor kort kon het onderhouden van contacten met het buitenland immers tot onaangename repercussies leiden en niemand weet zeker of de gevreesde Sigurimi niet nog altijd het telefoonverkeer massaal afluistert.

Wanneer het gevecht om de telefoonverbinding succesvol is afgesloten wil dat nog niet zeggen dat het gesprek kan beginnen. Soms ontstaat grote hilariteit aan de andere kant van de lijn, in andere gevallen verstart de abonnee: een onbekende aan de lijn en dan nog wel een buitenlander! Herhaaldelijk neemt de Albanees het zekere voor het onzekere en gooit onmiddellijk de hoorn op de haak. “Albanie hoort bij Europa”, was de leuze van de oppositie tijdens de verkiezingen.

Wat de communicatie betreft is die wens in ieder geval nog niet vervuld.