A.D. Copiers vazen en objecten; De glazen branding van de Noordzee

A.D. Copier, trilogie in glas. Inleiding Dr. H. Ricke. Tekst in Nederlands, Duits en Engels. Uitgave De Hef, Rotterdam. Prijs (f) 124,50, na 1 mei (f) 149,50.

Dit voorjaar, een paar maanden na zijn negentigste verjaardag, ging de grote wens van Andries Dirk Copier in vervulling met de verschijning van A.D. Copier, trilogie in glas, een zorgvuldig gemaakt boek dat uitsluitend het werk van deze beroemde glaskunstenaar tot onderwerp heeft.

Het boek behandelt niet of nauwelijks de al zo vaak herhaalde feiten: de leerjaren in de Leerdamse glasfabriek waar Copier in 1914 als hulpje van zijn vader in dienst kwam. De invloeden die Copier op generaties latere glaskunstenaars heeft uitgeoefend, komen evenmin aan bod, laat staan allerlei technische details als de procedes voor het maken van bij voorbeeld ijsglas. Zelfs het obligate plaatje van een glasblazer die een plukje glasmassa uit de oven heeft genomen om daarvan iets moois te gaan maken, ontbreekt.

Het boek bevat slechts een summier artikel door Helmut Ricke, adjunct-directeur van het Kunstmuseum in Dusseldorf (waar binnenkort een grote overzichtstentoonstelling van Copier begint); een voor een negentigjarige zeer 'ingedikte' levensloop; een korte omschrijving van de afgebeelde objecten en een hoffelijk dankwoord, vooral voor de glasmeesters die Copiers ontwerpen realiseerden, van de jubilaris zelf.

De afbeeldingen, negentig foto's - van een aantal karaffen uit 1921 tot de recentste stukken uit 1990 - vormen het bestaansrecht van dit boek. Eerlijk is eerlijk, zo'n kloek prachtwerk (dat in een normaal bemeten boekenkast niet past) wekt associaties met het genre 'coffeetablebook' waarmee een bepaald soort kunstliefhebbers nog niet eens dood wenst te worden aangetroffen.

Maar Copier, over wie in de loop van de tijd talloze min of meer wetenschappelijke publikaties zijn verschenen, die bereidwillig het doelwit van interviewers vormde en die zelfs het onderwerp is geweest van een videofilm door Openbaar Kunstbezit, heeft alle scepsis tegenover een 'kunstboek' achter zich gelaten. Het enige wat telt is zijn werk.

Het begrip 'trilogie' uit de boektitel duidt op de driedeling die de tekst aanbrengt in het oeuvre van Copier: het industriele glas uit de Leerdam-jaren en de unica uit diezelfde tijd (in 1971 verliet Copier de glasfabriek). De derde periode loopt van 1977 tot de dag van vandaag. Nog steeds reist Copier naar de Verenigde Staten, naar Italie, naar Zweden en naar Tsjechoslowakije. De verschillende daar toegepaste technieken integreert hij moeiteloos in zijn eigen werk.

Uit de samenwerking met de meester-glasblazers ontstaat dan een resultaat dat meer is dan de som van de verschillende delen.

Voor veel glasliefhebbers is het industriele seriewerk uit de Leerdamse periode het aantrekkelijkste (dus niet het vernieuwendste of imponerendste) dat Copier ooit heeft gemaakt. De op natuurvormen gebaseerde glazen en karaffen uit de jaren twintig, de geometrische bolvazen uit 1928 en de graniver bloempotten die met hun rode, gele en blauwe vierkante vormen de principes van de Stijl tot op de vensterbanken uitdroegen, behoren tot de klassieken van het gebruiksglas. Het in grote aantallen gemaakte violenvaasje met zijn anti-slipribbels in het lenteachtige geelgroen uitgevoerd dat naar de roepnaam van de echtgenote van een Boheemse glasfabrikant onder de naam 'Annagroen' bekend is, heeft het ijle zeepbelkarakter dat slechts door een ontwerper kon worden bedacht die het karakteristieke wezen van het materiaal uitbuitte.

SLIERTEN

Dat geldt ook voor de Leerdam-unica die vaak tegelijkertijd met het seriewerk tot stand kwamen. De vormen van de vazen zijn wat meer sophisticated, de glashuid is bewerkt, bij voorbeeld met tinglazuur, maar deze unica zijn met een oogopslag te overzien in hun heldere structuur. Het worden nooit amorfe 'objecten'.

Na 1977 ontstaan die objecten vaak wel. Massieve vazen met in het dikke glas opgesloten luchtbellen en slierten van blauw en groen glas suggereren de branding van de Noordzee. Het zijn wonderen van techniek en kleur, maar ze missen naar mijn mening iets wezenlijks: ze tintelen niet, letterlijk noch figuurlijk.

Dat doen wel de schaalgroepen die Copier in 1985 in het atelier van de Italiaan Lino Taglapietra maakte. In de serie 'filigrane interferente'

herleeft de oude techniek uit Murano: fijne glasdraden in verschillende kleuren worden in de glasmassa verwerkt. De rechte draden worden onder een bepaalde hoek in en tegen elkaar gelegd waarbij ze optisch steeds wisselende patronen te zien geven. Uiteraard staat de kommengroep uit Boymans-Van Beuningen afgebeeld: een grote kom van helder glas met blauw draadfiligrain omhult een kleiner formaat van wit filigrain in helder glas. In die middelmaat-kom rust behaaglijk de kleinste schaalvorm die de kleurencombinatie van de moederschaal herhaalt. Drie losse onderdelen, onnadrukkelijk verbonden door vormovereenkomst en kleurencombinatie, leveren een betoverend geheel op.

    • Hetty Terwee