'Zo', zegt hij, 'ben je daar? Ik erger me vaak genoeg aan die rubriek van jou'

Op het Marnixcollege in Ede hebben ze maar liefst vier lerarenkamers, daarom heb ik een gids, de lerares Nederlands. Ze is pas ziek geweest en overal waar we komen vliegen de leraren haar om de hals, ze hebben haar gemist. Eerst gaan we de lerarenkamer van de dependance bezoeken, een beige ruimte met roerloze stoelen, kil licht en enge vloerbedekking. Achter een grote Ficus benjamini zit een stagiaire een repetitie te componeren.

Er zit nog een leraar in de kamer, een leraar Nederlands, die verheugd overeind komt als hij zijn sectiegenote ziet. Hij ziet er zo verloren uit, omdat hij nog maar vijf weken in deze lerarenkamer bivakkeert, legt hij uit. Vroeger rookte hij en bracht hij de pauze door in de nicotheek, maar daar durft hij nog niet heen. 'Je stuurt een kloosterling ook niet naar een nachtclub.'

'Het is hier heel erg', zeg ik. 'Het is wel netjes', zegt de leraar Nederlands. 'Te netjes', zegt de lerares. 'Deze lerarenkamer is pas opgeknapt en niemand weet wie er de hand in heeft gehad.'

'De decaan had zijn kamer laatst ook laten doen', vertelt de leraar Nederlands, 'en het scheelde niet veel of hij had van die ingebouwde verlichting gekregen. Hij wilde mooie lampen, ouderwetse lampen, maar dat mocht eigenlijk niet. Ze drongen steeds aan: ingebouwde verlichting is lekker makkelijk in het onderhoud.'

'Hoe liep het af?', vraag ik. 'Hij heeft lampen', zegt de leraar Nederlands, 'maar het heeft veel moeite gekost.'

We gaan naar de kleine lerarenkamer, de nicotheek. De tegenstelling is verbijsterend: in de werkplaats van de amanuensis waar een werkbank staat en alle troep die ze nergens anders kwijt konden, is achter een kast een tafel met stoelen gezet. Op de kast hangen mooie gedichten, op een klein tafeltje tegen de wand staan vier schilderijen schuin over elkaar heen. De asbakken op tafel zijn vol en in plaats van protserige ficussen, staat hier een vetplantje in de vensterbank te zieltogen. Het stinkt geweldig in deze lerarenkamer, maar het is er onmiskenbaar gezellig.

'Hee, kijk nou eens!' roept de lerares Nederlands, 'daar staat mijn oude radio. Hoe komt die hier? Of heb ik hem zelf neergezet?' Ik sta verbaasd naar een kinderbox te kijken.

'Op zondag zit hier een sekte', zegt de lerares Nederlands achteloos. Ze haalt een groot kartonnen bord tevoorschijn: JEZUS LEEFT! 'Zullen we naar het andere gebouw gaan?', stelt ze voor.

In het hoofdgebouw heeft de vormgever ook toegeslagen. Grijs met lichtgeel is het hier. Ik zoek een benaming, maar de conrector zegt het voor: een babykamer. Het is een hoge ruimte met bovenin een rookafdeling. Daar stinkt het wel, maar het heeft niets van de vrolijke nicotheek in de dependance. Ik ga gauw de trap weer af. De pauze begint en de leraren komen binnen.

'Er zijn mensen die een vaste plaats hebben en er zijn zwerfstenen,' vertelt mijn gids, 'daar zit de sectie Engels en aan de kleine lage tafel zitten de leraren wis- en natuurkunde, maar die zwerven soms ook. Er zit nu een leraar Frans bij.'

Ik kan niet kiezen en wandel eerst langs een leraar die al voor de pauze in een hoekje aan het werk was. Aardrijkskunde geeft hij en economie. Van aardrijkskundeleraren weet ik, dat ze het nog wel eens moeilijk willen hebben met orde houden. Deze kijkt gekweld. 'Hoe gaat het ermee?' vraag ik.

'Ze letten niet op', zegt hij, 'vooral de oudere leerlingen letten niet op. Soms kan ik er niet meer tegen. Weet je wat je eens moet lezen? Je moet er maar voor staan , dat moet je lezen.' Hij knikt me nog eens indringend toe en snelt dan naar buiten, bijna omvergelopen door de leraar geschiedenis die in galop de lerarenkamer binnenkomt.

'Waar is Van Dam!', loeit hij, 'hij heeft twee delen emancipatie van de band gewist.'

'Zo komt hij vaak binnen', zegt de lerares Nederlands, 'dan heeft hij weer wat.'

Ik ga bij de sectie Engels langs. Er valt meteen een vijandige stilte. Mogen hier geen vreemden zitten? De leraren Engels kijken me koel aan, het zijn er zes. 'Jawel', zeggen ze afgemeten.

Ik sluip weg, naar de leraar Frans. Die schijnt zo leuk te zijn. 'Zo', zegt hij, 'ben je daar? Ik erger me vaak genoeg aan die rubriek van jou.' Ik kijk hem onderzoekend aan. Het is maar een grapje, geloof ik.

Als ik op het Marnixcollega lesgaf, wist ik het wel. Dan ging ik weer roken.

Welke school heeft binnenkort een reunie? Yvonne Kroonenberg wil graag een uitnodiging. Schrijf naar NRC Handelsblad, Paleisstraat 1, 1012 RB Amsterdam.