Ze willen het niet horen

VU-Magazine, maandblad van de Vereniging voor christelijk wetenschappelijk onderwijs. 20e jaargang nr 4, april 1991. Jaarabonnement (f) 40,- Redactieadres: De Boelelaan 1105. 1081 HV Amsterdam. Tel. 020-5482679.

Als de exacte vakken op school in gescheiden groepen worden onderwezen, raken meisjes niet langer ondergesneeuwd door luidruchtige, betweterige jongens, die thuis al volop aan stopcontacten, fietsen en brommers hebben geprutst en alles beter lijken te weten. Daarom is het Coornhertlyceum in Haarlem vorig jaar als eerste school in Nederland begonnen aan een zes jaar durend experiment, waarbij jongens en meisjes vanaf de derde klas apart les krijgen in de exacte vakken. De ervaring heeft namelijk geleerd dat meisjes, ook degenen met veel talent, vaak afhaken omdat ze een vak als natuurkunde te 'mannelijk' of te technisch vinden. De school hoopt hierin nu verandering te brengen door de groepen te scheiden.

Daarnaast wil men het onderwijs zelf veranderen. Ervan uitgaande dat meisjes minder goed leren als onderwerpen op een abstracte, afstandelijke manier worden aangeboden, wil men voortaan meer nadruk leggen op het belang van exacte vakken in het dagelijks leven en in allerlei beroepen. Wiskundige principes, toegepast in breipatronen.

Tegenstanders van gescheiden onderwijs worden daar woedend om. Breipatronen! Dat werkt stigmatiserend, een stap terug naar de vroegere MMS en huishoudschool, die rolbevestigend werkten, en bovendien een lage status hadden.

Op het internationaal vrouwencongres dat in februari aan het Nijmeegs Centrum voor Vrouwenstudies werd gehouden, woedde deze discussie in alle hevigheid. Het jongste nummer van het VU-magazine gaat uitgebreid in op de vraag of er weer gescheiden jongens- en meisjesgroepen moeten komen. Op het Coornhertlyceum, zegt een docent, vonden de leerlingen het zelf aanvankelijk een onwennig idee, maar intussen weten ze niet beter. Ook heeft de school veel moeite moeten doen om bezorgde ouders ervan te overtuigen dat de eindtermen voor beide groepen hetzelfde zullen blijven.

VU-Magazine constateert spijtig, dat de stapels nota's die sinds het begin van de jaren zeventig over dit onderwerp zijn verschenen weinig zoden aan de dijk hebben gezet. Slechts 30 procent van de meisjes in het voortgezet onderwijs koos in 1987 B-vakken, aan de Technische Universiteit Enschede vormen meisjesstudenten bij informatica een minderheid van vier procent. Speciale voorlichtingsdagen voor meisjesstudenten-in-spe lijken weinig te helpen, want de meesten zijn al op veel jongere leeftijd, in de onderbouw of op de basisschool, op de exacte vakken afgeknapt. Daarom is het ook zo jammer dat het onderwijsemancipatiebeleid verschraald is tot campagnes als 'Kies exact' en 'Kies een mannenberoep', waarmee men aan het imago van de exacte vakken probeert te sleutelen zonder de abstracte, afstandelijke, 'mannelijke' inhoud aan te tasten. Werkgroepen als Vrouw & Wiskunde en Vrouw & Natuurkunde pleiten voor wat men noemt een meer contextrijk' onderwijs: geen droge formules en meetkundige figuren als kale staken in het wiskundeboek, maar verhaaltjes erbij over ontstaansgeschiedenis en toepassingsmogelijkheden. Inhoudsmaten, perspectief-vertekeningen en veelvlakken moeten worden geillustreerd aan alledaagse voorwerpen. Blijkbaar stuit deze vrouwvriendelijke benadering tot nog toe op veel weerstand, omdat die te tijdrovend is en niet bevorderlijk voor de status van het vak.

Jammer dat de schrijfster van dit leuke artikel met geen woord rept over de schat aan ervaring die toch in het verleden op gescheiden jongens- en meisjesscholen is opgedaan (bij de paters en nonnen bijvoorbeeld). Het idee lijkt hier als geheel nieuw uit de lucht te komen vallen. En wat meer harde cijfers over de stand van zaken hadden ook geen kwaad gekund.

VU-magazine gaat, anders dan de naam doet vermoeden, allang niet meer speciaal over de VU, maar over wetenschap in het algemeen. In dat opzicht onderscheidt het zich van bladen als KU-zien (K.U. Nijmegen), Thema (T.U. Twente) en Delft-Integraal (T.U. Delft), eveneens op magazineformaat maar veel meer gebonden aan het reilen en zeilen van de eigen universiteit.

Het aprilnummer van VU-Magazine biedt een uitstapje naar het Nederlands Omroepmuseum in Hilversum (''Genoeg gezwijmeld! Want er valt ook heel wat techniek te bewonderen in deze ietwat volgepropte voormalige ANP-villa...'') en handelt over de onuitstaanbare arrogantie van Rudy Kousbroek, auteur van de essaybundel 'Einsteins Poppenhuis'. Zijn keuze voor exact staat rotsvastovereind: ''Beta's gaan met een sprankelend gevoel voor humor door het leven, maar de Alfa is een beklagenswaardig menstype,'' zo laat VU-Magazine Kousbroek zeggen, ''een hulpeloze sukkel die niet eens de batterijtjes in een cassetterecorder kan vervangen. Bovendien zijn Alfa's niet alleen dom, maar ook slecht. Het Alfadenken baseert zich niet op verstandelijke systematische analyse van de natuur, maar op de hocuspocus van religie en mystiek...''

Pas vijf pagina's verderop, na het wikken en wegen van Descartes en Toulmin, Sartre, Heidegger en Montaigne laat de recencent tenslotte weten dat hij er schoon genoeg van heeft, van deze agressieve polemiek met buitensporig hoge zuurgraad.

Verder wordt in dit aprilnummer nog even genoeglijk nagebabbeld met VU-onderzoeker dr. J.P. Mackenbach, die onlangs zoveel commotie opriep met zijn stelling dat je maar beter rijk kunt zijn, omdat arme mensen vaker ziek zijn en eerder dood gaan. ''Het lijkt exact en maatschappelijk relevant onderzoek maar dat is het geen van beide'', fulmineerde Beatrijs Ritsema in deze krant. Mackenbach zegt zich van zulke kritiek niets aan te trekken. ''Het is nu eenmaal heel moeilijk om uit te zoeken hoe het komt dat mensen met een lage opleiding zoveel roken.''

En aan het eind van het interview, toch een beetje verongelijkt: ''Je doet zulk onderzoek vanuit een zekere maatschappelijke bewogenheid, een solidariteit met de mensen onderaan de maatschappelijke ladder.

Maar ze willen het niet horen! Ze weten al dat ze weinig verdienen en vervelend werk doen en nu vertel je ze dat ze er ook nog eens eerder dood aan gaan. Tja, dat is natuurlijk geen bijdrage aan een zonnige kijk op het leven.''