Wet van Mohammed uit 655 strookt niet met 'eisen van deze tijd'

Op 'misdaden tegen de staat' staat kruisiging, diefstal wordt bestraft met amputatie van de rechterhand, wie alcohol drinkt krijgt met de zweep en een 'ernstig vergrijp' als overspel wordt vergolden met dood door steniging. Het zijn elementen uit de sharia, de 1336 jaar oude islamitische wetgeving, die in Pakistan van kracht zal worden. De vraag is hoe premier Nawaz Sharif dat denkt te kunnen rijmen met, wat hij noemde, “de eisen van de moderne tijd”.

Sharif zei het gisteren zo: Pakistan heeft de afgelopen 44 jaar, dat is zolang het land bestaat, “verprutst door het uitweiden over de wording van de staat, in plaats van het versterken van het moederland door de invoering van de islamitische wetgeving”. Sharif wil de sharia nu alsnog invoeren, zonder, zo onderstreepte hij, “de modernisering aan te tasten”.

Een grotere tegenstelling dan sharia en moderne tijden is niet te bedenken, ten minste, indien internationale rechtsregels, zoals ondermeer vastgelegd in het Handvest van de Verenigde Naties en het handelsrecht de ijkpunten voor 'modern' zijn.

De islamitische wetgeving, gebaseerd op de Koran en de leerregels van de profeet Mohammed dateert uit 655 en is in 1991 in vele opzichten verwerpelijk en onbruikbaar. De juridische procedures gaan uit van de schuld van de aangeklaagde (geen advocaat, geen beroepsmogelijkheid), en de strafmaat is buiten proporties. Het verbod op prostitutie en pornografie is slechts in schijn een beschermende maatregel voor de vrouw. Volgens de sharia zijn vrouwen tweederangsburgers, die hun man moeten gehoorzamen. Een man mag vier vrouwen tegelijk huwen en heeft eenzijdig het recht op verstoting indien hem dat goeddunkt. In de praktische toepassing op het terrein van de economie en de internationale politiek zijn islamitische wetten volstrekt onhanteerbaar geworden. Rente op gespaard geld is taboe. De wet gebiedt ook de Heilige Oorlog (jihad) tegen 'heidense' landen, een gebod waaraan alleen wordt gerefereerd wanneer dat zo uitkomt, zie Saddam Hussein in zijn jihad tegen de geallieerden.

De Pakistaanse premier liet gisteren daarom ook wijselijk in het midden hoever de macht van de religieuze rechter, de kadi, zal reiken en volstond ermee te zeggen dat “obsceniteiten en corruptie” zullen worden bestreden. Over de economische implicaties liet hij zich in het geheel niet uit. In het buurland Iran, waar is gepoogd de islamitische wetgeving in extremis door te voeren, is ook gebleken dat dit niet werkte: geld brengt er wel rente op, maar heeft een andere naam (winstdeling). In Iran is de sharia ook op andere punten verlaten; sinds enkele maanden heeft een verdachte recht op juridische bijstand.

In Pakistan bestaat een sterke fundamentalistische stroming (20 procent van de moslims is shi'itisch) die grote invloed heeft op de regering en daar heeft Sharif zijn oor naar laten hangen. Zijn partij won vorig jaar de verkiezingen onder de belofte de sharia te zullen invoeren.

Een 'modern' land is afhankelijk van contacten met de buitenwereld en dat geldt zeker voor het arme, dichtbevolkte Pakistan. Wat de fundamentalistische rechtsgeleerden niet begrijpen, beseft premier Sharif wel: zijn land zal zich moeten schikken. Voor internationale handel is de sharia een ramp, terwijl een strikte toepassing van de rigide straffen keer op keer zullen leiden tot scherpe reacties uit andere (Westerse) landen en van organisaties als Amnesty International.

Andersdenkenden in Pakistan, voornamelijk intellectuelen en 'vrijgevochten' vrouwen, vrezen dat hun verworvenheden zullen verdwijnen. Een in de Verenigde Staten opgeleide hoogleraar in Islamabad zei treffend dat er geen enkele reden is voor het invoeren van de sharia. Moslims vormen 90 procent van de bevolking en kunnen hun godsdienst al beleven zoals ze willen.

Het - kleine - liberale deel van de Pakistanen kan hoop putten uit een recenter verleden dan het jaar 655. Een eerdere periode van islamisering van Pakistan, eind jaren zeventig, nadat Zulfikar Ali Bhutto bij een staatsgreep was afgezet door generaal Zia Ul Haq, leverde ook slechts een halffabrikaat op.