Washington ziet weinig in opstanden

De vraag wat president Bush precies beoogde met zijn interventie in de Golf kan langzamerhand worden vervangen door de constatering van wat hij niet beoogde. Eerst nog eens wat Bush als beweegredenen werd toegeschreven. Charles William Maynes, hoofdredacteur van het Amerikaanse tijdschrift Foreign Policy, gaf daarvan een overzicht.

Maynes schreef zijn artikel aan de vooravond van Desert Storm, de luchtoorlog tegen Irak en tegen het Iraakse bezettingsleger in Koeweit. Het was zijn bedoeling alternatieven aan te geven voor gewapend optreden, en zijn opmerkingen hebben in het verlengde van de overwinning zeker nog waarde. Maar het gaat er nu om wat volgens hem de vier doelstellingen waren van de Amerikaanse strategie.

Maynes herinnerde eraan hoe vele waarnemers aanvankelijk de olie centraal stelden: de consumenten konden het zich niet veroorloven een staat het monopolie te laten over tweederde van de bekende reserves.

Maar, met de legering van Amerikaanse militairen in Saoedi-Arabie was dat risico weggenomen.

De tweede doelstelling betrof de internationale orde - agressie mocht niet lonen en president Bush sprak bij een aantal gelegenheden zelfs over een 'nieuwe orde'. De derde doelstelling was wat traditioneel voorop zou zijn gesteld als vitaal belang: Amerika's eigen veiligheid.

Beter nu de confrontatie aangegaan dan later wanneer Bagdad mogelijk over nucleaire wapens zou beschikken, zo vat Maynes deze benadering samen.

Ten vierde ging het om de veiligheid van Israel. Maynes verwijst ondermeer naar het boeiende zelfonderzoek van Michael Lerner in het progressief-joodse tijdschrift Tikkun. Lerner zag de bescherming van Israel als de enige maar dan ook noodzakelijke reden voor de vernietiging van de Iraakse oorlogsmachine.

Het verloop en de uitkomst van Desert Storm zijn bekend. Olie zal zeker een rol hebben gespeeld bij Amerika's machtsontplooiing, maar het blijft raadselachtig. Weliswaar is gebeurd waarvoor Maynes en met hem vele anderen waarschuwden - Koeweits olie gaat in rook en vlammen op - maar de olieprijs als regulator van vraag en aanbod wordt er nauwelijks door beinvloed. Drie leveranciers - Iran, Irak en Koeweit - zijn achtereenvolgens doelwit geweest van moderne oorlogvoering en wraakoefening, maar de bevoorrading heeft er niet onder te lijden gehad. Laten we voorlopig concluderen dat met het oog op die bevoorrading de afscherming van Saoedi-Arabie wel, maar de herovering van Koeweit niet essentieel was.

De veiligheid van de Verenigde Staten was niet direct in het geding, maar het gevaar van massale vernietiging was op termijn reeel voor Amerika's bondgenoten zoals Israel. Voordat een op het oostelijke halfrond gelegen Derde-wereldland over het vermogen beschikt de Verenigde Staten rechtstreeks te bedreigen, moet het nog wel enkele technologische en financiele horden nemen. Maar West-Azie en Zuidoost-Europa zouden kwetsbaar zijn geworden indien Irak ongehinderd had kunnen voortgaan met de ontwikkeling van ABC-wapens en ballistische raketten. De bombardementen op Irak hebben dat voorkomen en niet alleen door het onschadelijk maken van zoveel mogelijk Scuds.

De bezetting van Koeweit door Irak bood de aanleiding om Bagdads arsenalen op te blazen.

Blijft over de internationale orde. President Bush heeft hier een bescheidener doel nagestreefd dan hij heeft gesuggereerd. Af en toe leek het erop dat hij in de buurt kwam van de eis tot onvoorwaardelijke capitulatie zoals de geallieerden in de Tweede Wereldoorlog die aan hun tegenstanders hadden gesteld. De vergelijking van Sadddam Hussein met Hitler en het herhaaldelijk uitgesproken verlangen dat de Irakezen een nieuwe leider zouden kiezen, wezen in die richting. Maar het berustte op een misverstand, gevolg van onoplettendheid van de toehoorders.

Niet alleen Hitler maar het totale verderfelijke naziregime was destijds doelwit, evenals het Japanse machtsconglomeraat. In het concept van de collectieve veiligheid dat ten grondslag lag aan de oprichting van de Verenigde Naties en dat voortaan de wereldvrede moest bewaren, werden Duitsland en Japan als vijandstaten gekwalificeerd. Er werd gevreesd dat de oude agressiviteit levensvatbaar zou blijven en de toen nieuwe internationale orde opnieuw zou ondermijnen.

Bush is uiteindelijk niet zover gegaan. Voor hem was het voorstelbaar dat de regerende Ba'athpartij dan wel de Iraakse strijdkrachten een opvolger voor Saddam Hussein in petto hadden die voor de Verenigde Staten en voor de coalitie als geheel aanvaardbaar zou zijn. De gedachte dat de geallieerden in 1945 een dergelijke oplossing in Berlijn en Tokio voor mogelijk hadden gehouden, prikkelt de fantasie.

Hoewel Bush graag zijn tegenspeler had zien verdwijnen - “ik zal er geen traan om laten” - en volgens zeggen diens vertrek nog steeds aanstaande acht, ziet hij in Irak verder geen gevaar voor de wereldvrede. Vandaar wellicht dat de president nogal kregelig reageerde toen de Koerden in opstand kwamen en zich beriepen op zijn vroegere uitspraken. Hadden zij dan niet gehoord dat hij steeds weer het belang van Iraks territoriale integriteit had onderstreept? Tegen vreedzaam verworven pluriformiteit (het nieuwe woord voor democratie) hebben de Verenigde Staten vanzelfsprekend geen bezwaar, maar aan opstanden heeft Washington op dit moment geen behoefte.

Irak is nu ingesnoerd in de bepalingen van een ellenlange resolutie van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Saddam Hussein heeft die resolutie voorgelegd aan het Iraakse parlement en dat heeft een en ander onder protest aanvaard. Op papier ziet het er uitstekend uit.

Het verloop van de grens tussen Koeweit en Irak en het bestaan van Koeweit worden vanuit Bagdad niet meer bestreden. Niet alleen Saddam Hussein, maar ook al zijn voorgangers hadden dat wel gedaan, dus mag hier van vooruitgang worden gesproken. Irak zal bovendien geen aanvalsmacht meer opbouwen.

Dat het scenario wordt afgewikkeld zoals het is opgeschreven zal niet door Amerikaanse strijdkrachten worden verzekerd. Die gaan immers met bekwame spoed naar huis. Van belang is wel dat de permanente leden van de Veiligheidsraad, inclusief de VS, mede de VN-vertegenwoordiging zullen bemannen in de gedemilitariseerde zone die Koeweit moet beschermen. Van belang is ook dat de Amerikaanse luchtmacht en vloot op enige afstand paraat zullen blijven en dat de handelsboycot zoveel mogelijk zal worden volgehouden zolang Irak niet aan alle voorwaarden heeft voldaan. Maar de nieuwe orde in de Golf zal op den duur toch vooral afhankelijk zijn van de inspanningen van de staten in het gebied zelf.

De vrees van nogal wat Amerikanen dat de VS zich met hun jongste interventie aan de Golf een nieuwe internationale verplichting op de hals zouden halen met een open einde, zoals ooit in Europa, wordt niet bewaarheid. De Pax Americana van Bush is een soort kaderwet - de gebruikers mogen haar zelf invullen. De kiezers zijn op maat bediend met een overwinning als finale. Wie zou dit feest willen bederven?