Wagenaars prognoses

NRC Handelsblad publiceerde op 18 februari 1981 (toen ik tien jaar oud was) een artikel van de psycholoog professor W.A. Wagenaar met voorspellingen over schaatsrecords 'De mens schaatst steeds sneller - hoe lang nog?'. Wagenaar daagde de lezers uit om hem daarover in 1991 ter verantwoording te roepen. Dat doe ik bij dezen, al heb ik de termijn eigenlijk met twee maanden overschreden.

In zijn artikel van tien jaar geleden greep Wagenaar terug op een bijdrage die hij in 1971 in de NRC had geschreven, en waarin hij nog spectaculairder voorspellingen deed dan een decennium later. Wagenaar voorzag in 1971 dat men in 1990 een tijd van 35 seconden rond op de 500 meter zou rijden, maar stelde die verwachting in 1981 bij tot 'binnenkort' 36 blank. (In 1981 was het wereldrecord op de 500 meter 37 seconden blank). Helaas, het sprintrecord staat momenteel 'slechts'

op 36,45 (van Uwe-Jens Mey), en dateert van maar enkele jaren geleden. De sprint ontwikkelt zich dus minder snel dan Wagenaar meende, want op die afstand is een hele of halve seconde erg veel.

De 1500 meter zou reeds in 1987 op 1.50 komen, voorzag Wagenaar in 1981 (toen het wereldrecord op 1.54,79 stond). Dat is dus ook niet uitgekomen. In 1988 reed de (Oost)duitser Andre Hoffmann in Calgary het nog steeds geldende wereldrecord van 1.52,06, nog twee seconden te traag dus. In 1971 voorspelde Wagenaar zelfs dat voor 2000 een tijd van 1,45 gehaald zou worden. Heel misschien dat Johan-Olav Koss Wagenaars gelijk bewijst.

Op de 5 km kunnen wij Wagenaar wat minder stellig op de vingers tikken. Zijn voorspelling in 1981 was namelijk dat voor het jaar 2000 een tijd van 6.30 gehaald zou worden. Afgelopen seizoen presteerde het supertalent Koss het om de 5 kilometer af te leggen in 6.41,73 (Heerenveen). Dat is nog ruim 11 seconden verschil, bijna een seconde per ronde! Maar toegegeven: onmogelijk lijkt het (nog) niet.

In 1971 voorspelde Wagenaar dat voor 2000 de grens van 14 minuten op de 10 kilometer zou worden doorbroken, maar deze wat pessimistische kijk stelde hij in 1981 bij tot 14 minuten voor 1990. Weer wat te pessimistisch dus, want al in 1988 ging dat record naar 13.48,51 (Karlstadt), alvorens Koss er februari jl. meteen maar 13.43,54 van maakte, ruim onder die 14 minuten.

De mens blijft steeds sneller schaatsen, maar we weten niet hoe lang nog, en evenmin in welke mate op elk der klassieke afstanden. Ik roep professor Wagenaar dus ter verantwoording, want het is leuk om zijn voorspellingen te lezen, en ik wil hem dat nog wel een keer zien doen.

Hopelijk houdt hij rekening met Koss.