Veel sporen stalinisme in ontwerp van nieuwe Albanese grondwet

TIRANA, 11 april - In de nieuwe grondwet van Albanie, waar onlangs de communisten de eerste meerpartijenverkiezingen wonnen, zal een groot aantal democratische vrijheden worden opgesomd. De gisteren gepresenteerde ontwerp-grondwet blijft echter duidelijk sporen dragen van het stalinistische verleden.

De ontwerp-grondwet, waarover het nieuwgekozen parlement zich volgende week zal beraden, is een gewijzigde versie van de ontwerp-grondwet die in januari werd gepresenteerd. Die voorzag nog in de handhaving van de huidige officiele naam van het land - Socialistische Volksrepubliek Albanie. Die naam wordt volgens de nieuwe versie veranderd in Republiek Albanie. Verder wordt in het ontwerp veel nadruk gelegd op de mensenrechten, de onaantastbaarheid van prive-eigendom, de vrijheid van ondernemen en de scheiding van staat en partij. Ook wordt voorgeschreven dat het leger, de politie en de ministeries van binnenlandse zaken, justitie en buitenlandse zaken moeten worden gedepolitiseerd. Maar van depolitisering van andere ministeries en staatsinstellingen is geen sprake, net zo min als van een verbod op politieke activiteiten in de bedrijven of van de symbolische verwijdering van de communistische ster uit de nationale vlag. Ook behoudt de president - op dit moment Ramiz Alia, tevens leider van de communistische partij - uitgebreide bevoegdheden. Het staat vrijwel vast dat Alia zich opnieuw kandidaat zal stellen voor het presidentschap. Als hij dat doet kan de functie hemnauwelijks ontgaan, aangezien de communisten in het nieuwe parlement een tweederde meerderheid hebben.

De president heeft volgens de ontwerp-grondwet de bevoegdheid per decreet te regeren, data voor verkiezingen vast te stellen, door het parlement aangenomen wetten onbeperkt met een veto tegen te houden en naar het parlement terug te sturen, ministers te benoemen, zittingen van het kabinet voor te zitten, het parlement “na overleg” met de premier te ontbinden, de noodtoestand uit te roepen en de strijdkrachten te mobiliseren. Hij kan uitsluitend op grond van verraad of moedwillige schending van de grondwet, en dan nog slechts met instemming van een tweederde meerderheid van het parlement, worden afgezet. (AP)