Testideologie

“ALCOHOLMISBRUIK blijkt nauwelijks objectief besproken te kunnen worden in de werksituatie.” Dit stelde de regering vier jaar geleden vast in de nota Alcohol en samenleving. Er zijn trouwens weinig gegevens over beschikbaar. Een aantal bedrijven meent de oplossing te hebben gevonden door werknemers op drank- en drugsgebruik te laten testen aan de poort. Het valt te betwijfelen of dergelijke methodes erg bevorderlijk zijn voor de gewenste objectieve discussie, nog afgezien van het rechtsgehalte ervan.

Een probleem is met name het alcoholgebruik in de werksituatie natuurlijk wel, onderstreept minister van sociale zaken De Vries. De grotere personeelskantines zijn tegenwoordig wel alcoholvrij, maar de frequentie van goed-begoten personeelsbijeenkomsten liegt er vaak niet om. De bewindsman overweegt een alcoholverbod voor bedrijven, maar beseft tegelijk dat dit moeilijk ligt - al was het alleen vanuit een oogpunt van handhaafbaarheid. In dit kader duikt dan toch ook weer die vermaledijde test op. Minister De Vries overweegt deze mee te nemen in de adviesaanvraag die hij over de hele problematiek in voorbereiding heeft. Het is de vraag of hij daar verstandig aan doet. Ook een adviesaanvraag is een politiek signaal.

HET GAAT HIER om een grove inbreuk op het grondrecht op de persoonlijke levenssfeer en integriteit. Rechters hebben reeds twee maal uitgesproken dat dit ook geldt op de werkplek. De minister van sociale zaken heeft zelf nota bene al een adviesaanvraag lopen om de privacy beter te beschermen tegen electronische gedrags- en prestatiecontroles door de werkgever. Het kabinet waarvan hij deel uitmaakt heeft begin vorig jaar trouwens routinematig testen op alcohol en drugs bij de aanstellingskeuring afgewezen. Toch zeker niet in de laatste plaats omdat dit te diep ingrijpt in de privesfeer van werknemers. Nog begin dit jaar waarschuwde de staatssecretaris van volksgezondheid tegen de gevaarlijke “precedentwerking” van dit soort test-programma's.

Amerika is ook hier het voorbeeld; het zijn voor zover bekend met name de directies van Amerikaanse dochterondernemingen in Nederland die dit soort praktijken willen doorvoeren. President Reagan heeft daar in 1986 de aanzet toe gegeven in het kader van zijn “oorlog tegen de drugs”, een campagne met meer vorm dan inhoud. In de VS zelf zijn dergelijke tests trouwens nog volop in de juridische gevarenzone.

Zelfs het huidige conservatieve Hooggerechtshof heeft slechts een opening gemaakt in het geval van een “special need”. Daarbij valt te denken aan douanebeambten die betrokken zijn bij het opsporen van drugs of aan treinmachinisten na ongelukken die vragen oproepen.

IN SPECIALE situaties valt nadere keuring ook in Nederland niet uit te sluiten. Voorop staan dan toch in elk geval functionele eisen, zoals het reactievermogen bij een piloot. Pas als de achergronden van gebleken problemen aan de orde worden gesteld, kan de alcohol- en drugstest in beeld komen. Dat is heel wat anders dan routinematig testen.

Terecht hebben de algemeen secretaris en twee stafmedewerkers van de artsenorganisatie KNMG vorige week stelling genomen tegen een taak in dezen voor de (bedrijfs)geneeskundige. Alleen al het medische geheim verzet zich tegen verplicht (onverwacht) onderzoek van werknemers. Op wetenschappelijke gronden valt de bloed- of urinetest trouwens reeds te ontraden omdat het gevaar van 'ongerichte screening' te groot is.

De criminalisering en stigmatisering die er het gevolg van zijn staan haaks op de geldende arbeidsverhoudingen in dit land. Daar komt nog bij dat ook buitenlandse ondernemingen zich hier hebben te houden aan het Nederlandse recht.

Zeker na de geharnaste en afdoende waarschuwing van de KNMG is het bevreemdend dat sommige directies kennelijk toch nog proberen vast te houden aan de verwerpelijke testideologie. Het zou beter zijn wanneer de minister van sociale zaken er maar meteen vierkant afstand van neemt.