Russen maken hun bemande ruimtevaart steeds commercieler; Mir gaat op de markt

Morgen is het niet alleen precies dertig jaar geleden dat de bemande ruimtevaart begon met Joeri Gagarin, maar viert ook het Amerikaanse ruimteveer zijn tiende verjaardag. Op 12 april 1981 luidden de astronauten John Young en Robert Crippen met de Columbia een nieuw tijdperk in de ruimtevaart in.

In de Verenigde Staten wordt de twaalfde april niet gevierd, in de Sovjet-Unie wel. Daar heet 12 april 'Dag van de ruimtevaart'. Rond die datum halen de media herinneringen op aan de successen van weleer. De laatste jaren wordt ook openlijk gesproken over de plannen voor de toekomst. En dat gebeurt dan meestal niet meer in vage termen, maar gewoon zakelijk. Naar Amerikaans model, zou je kunnen zeggen.

De glasnost geldt ook voor het verleden. Sinds enige tijd is de puzzel van het Sovjetrussische maanproject uit de jaren zestig nagenoeg compleet. Er ontbreken nog wel een paar stukjes, maar er is nu in elk geval geen enkele twijfel meer aan dat er in de periode 1965-'70 wel degelijk sprake is geweest van een Amerikaans-Russische race om de maan, al werd die van Sovjet-kant in het geheim uitgevochten. Als de Amerikanen eerder op de maan zouden landen, hoefden de Sovjets alleen maar te zeggen dat ze nooit iets soortgelijks van plan waren geweest.

De toenmalige directeur van het Britse observatorium Jodrell Bank, Sir Bernard Lovell, trapte daar met open ogen in. Hij kwam werkelijk na elk bezoek aan Moskou 'onthullen' dat Rusland niet meedeed aan een dergelijke wedloop en dat het allemaal Amerikaanse verzinsels waren.

Pas achteraf is duidelijk geworden dat de Sovjets wel degelijk alles op alles hebben gezet om eerder mensen op de maan te brengen dan de Amerikanen. Maar de reusachtige N1-raket zorgde bij vier proeflanceringen evenzovele malen voor spectaculaire mislukkingen.

Daardoor konden de astronauten Neil Armstrong en Edwin Aldrin als eerste aardse bezoekers-van-vlees-en-bloed in de 'Zee der Rust'

landen.

RUIMTESTATIONS

De Russische prioriteit werd gegeven aan de ontwikkeling van ruimtestations, die zich zouden beperken tot het langdurig omcirkelen van de aarde: vanaf het begin van de jaren zeventig een handvol Saljoets en nu - sedert begin 1986 - de Mir.

Ook de Russen begonnen aan een ruimteveer te werken, waarbij ze schaamteloos gebruik maakten van de Amerikaanse ervaringen. Maar hard gaat het niet. De Buran (Sneeuwstorm) heeft nog maar een keer gevlogen, onbemand. De volgende vlucht zal waarschijnlijk niet eerder dan eind 1992 plaatsvinden, weer onbemand. Volgens kosmonauten Anatoli Solovjov en Aleksandr Balandin duurt het daarna nog weer eens drie jaar voordat het Sovjet-ruimteveer zijn eerste trip maakt met een bemanning aan boord.

Maar groter lijkt de kans dat de Buran nooit de ruimte ingaat en een plaatsje krijgt in Sovjet-ruimtevaartmusea, zoals ook het geval is met het ruimteschip dat ze in de jaren zestig en zeventig hadden willen gebruiken om kosmonauten op de maan af te zetten. En zelfs de trotse mammoet van de Russische ruimtevaart, de superraket Energia, lijkt een afdankertje te worden.

Tot dusverre is er twee keer een Energia gelanceerd (de laatste keer bracht hij de Buran in een baan om de aarde), maar - zeggen de Russen - in feite hebben we er geen emplooi voor. Het is inefficient om een vracht van dertig ton te lanceren met een raket die honderd ton in een baan om de aarde kan brengen. Vandaar ook dat er nu al wordt geexperimenteerd met een sterk afgeslankte versie, de Energia M, die - op zijn vroegst in de loop van 1993 - kan worden gebruikt om ladingen van zo'n veertig ton in een lage aardomloopbaan te parkeren.

Het is onaanvaardbaar om projecten als Buran en Energia 'aan de praat' te houden wanneer er steeds zulke enorme adempauzes worden ingelast.

Daardoor zouden duizenden experts duimendraaiend standby moeten worden gehouden. Niet voor niets zegt dr. Albert Galejev, directeur van het Instituut voor ruimteonderzoek, dat het Buran-Energia-programma op het punt staat om te worden geannuleerd.

Maar bij Galejev is de wens vermoedelijk de vader van de gedachte. De pure ruimteonderzoekers hebben nooit veel opgehad met spectaculaire, maar ook peperdure programma's als Energia en Buran, omdat hun eigen wetenschappelijke projecten daarvan maar al te vaak de dupe worden.

Zelfs de plannen voor een grotere versie van het huidige Mir-ruimtestation staan nog allerminst vast. Oorspronkelijk was het de bedoeling omstreeks 1992 een nieuw, met Energia-raketten te lanceren ruimtestation in een baan om de aarde te bouwen, later werd er gesproken van 1996-'97, maar sinds kort lijken de Sovjets er de voorkeur aan te geven het zo lang mogelijk met de in 1986 gelanceerde Mir te doen, waarbij hoogstens een enkele keer eens een verouderde module wordt vervangen.

COMMERCIEEL

De aktiviteiten aan boord van de Mir worden voor een deel bekostigd door buitenlandse inbreng. Vooral de Japanners kunnen daarvan meepraten. Voor de recente missie van de Japanse tv-journalist Toychiro Akiyama werd de prijs van het Mir-retourtje bijna verdubbeld; de Russen ontdekten steeds maar weer allerlei extra 'bijkomende kosten'.

Volgende maand gaat de Britse vrouwelijke astronaut Helen Sharman (27) eveneens met de Sovjets de ruimte in. Wegens geldgebrek aan Britse zijde was die missie zelfs bijna niet doorgegaan, maar de Sovjet-ruimtevaartregelaars bleken liever een goedkoop en haalbaar prijskaartje aan te bieden dan helemaal geen. Ze beseffen deksels goed waar het grote geld te halen is. Bijvoorbeeld in Duitsland, dat bijna 40 miljoen mark moet neertellen voor een missie in maart 1992, waarvoor sinds kort twee Duitse kandidaten in training zijn: Reinhold Ewald en Klaus-Dieter Flade. De helft van die 40 miljoen is voor de trip zelf, de rest voor de training en de bouw van de apparatuur voor in totaal 15 experimenten.

De Oostenrijkers, die het komend najaar een astronaut mogen meesturen naar de Mir, staat hetzelfde te wachten, evenals de Fransen (zomer '92), de Spanjaarden (eind '92), China en zelfs de VS. En bij die Amerikaanse 'gast' gaat het dan nog niet eens om een 'echte'

NASA-astronaut. Die NASA-man komt ook wel aan bod voor een verblijf aan boord van de Mir, maar dat wordt een kwestie van zaken-doen-met-gesloten-beurzen. Als tegenprestatie wordt een Sovjet-kosmonaut de kans geboden om een ruimtevlucht met de Space Shuttle te maken.

Voordien zal er waarschijnlijk echter al een andere Amerikaan naar de Mir gaan: de hoofdprijswinnaar van een grootscheepse loterij in Houston. Als het om geld gaat, is de Russen tegenwoordig niets meer te dol. Reclame op ruimtepakken en draagraketten is al normaal op de lanceerbasis Baikonoer en de 'bill boards' (met o.a. reclame voor Italiaanse wijn en Franse parfums) rond de startplatforms liegen er ook niet om.

De commercialisering van de Russische ruimtevaart is een van de redenen waarom er waarschijnlijk geen tweede Mir komt. De voorkeur lijkt uit te gaan naar de lancering van grote, onbemande platforms (aangeduid als 'Poljoes'), die dienst doen als 'ruimtefabrieken' voor de fabricage van zuivere materialen en grote kristallen in gewichtloze toestand. Hooguit twee keer per jaar zou zo'n platform door kosmonauten worden bezocht.

De lading van de eerste Energia (mei 1987) was het prototype van een dergelijke Poljoes. Dat gevaarte kwam echter niet in de beoogde omloopbaan als gevolg van een verkeerde stand bij het afvuren van de aangekoppelde raketmotoren. De geestelijke vader van het project, Vladimir Vladimirowitsj van het Saljoet Constructiebureau, heeft al voorspeld dat de Poljoes door zijn produktiecapaciteit beslist winstgevend zal zijn en over een periode van tien jaar minstens 8 en misschien wel ruim 20 miljard gulden kan opleveren.

Daar kan natuurlijk geen enkele Mir tegen op, ook al zou die letterlijk worden volgestouwd met goedbetalende buitenlandse gast-kosmonauten. Maar ook in de Sovjet-Unie beseft men maar al te goed dat voorspellingen als die van Vladimirowitsj al zo vaak zijn gedaan, maar nog nooit werkelijkheid zijn geworden.

foto: Begin volgend jaar moet het Sovjet-ruimtestation Mir - waarvan het 21 ton wegende centrale segment begin 1986 werd gelanceerd - door de toevoeging van de laatste twee grote modules zin uitgegroeid tot dit enorme complex van circa 125 ton. Daarmee zullen de Russen het dan nog ettelijke jaren moeten doen.

In december 1990 kwam een andere groep deskundigen tot soortgelijke ideeen. Maar deze commissie Augustine pleit voor een open-ended approach, zodat een missie naar Mars niet gebonden is aan het streefjaar 2019 (de vijftigste verjaardag van de landing op de maan).