R. WESTER; PvdA is een conservatieve partij

Hoe komt de Partij van de Arbeid de klap van de Provinciale-Statenverkiezingen te boven? Het is een vraag die de partij in alle geledingen bezighoudt. Een serie gesprekken met mensen uit de PvdA over de toekomst. Vandaag het vijfde, met R. (Robert) Wester, bestuurslid van de Jonge Socialisten (JS), student politicologie en werkzaam bij het Europees Instituut voor Bestuurskunde in Maastricht.

DEN HAAG, 11 april - “Je krijgt geen hond meer de Jonge Socialisten in geslagen. Ik heb laatst drie weken campagne lopen voeren. Niemand is geinteresseerd. Ze lachen me uit. Ik word voor gek verklaard omdat ik nog bij de PvdA wil horen.”

De reacties van zijn leeftijdgenoten hebben Robert Wester aan het twijfelen gebracht. Wat moet hij als 23-jarige nog bij die club? “Op dit moment is het in de partij geen pretje. Ik heb me serieus afgevraagd of de mensen die me voor gek verklaren eigenlijk niet gelijk hebben. Ik ben tot de slotsom gekomen dat ik het nog een keertje wil proberen. Maar dan moet er wel echt wat gebeuren. Ik heb nu geen medelijden meer.”

Waar bestond dat medelijden dan uit? “Ik heb tot de Statenverkiezingen gedacht: 'het kan niet aan de mensen liggen'. Maar nu denk ik dat personen wel heel belangrijk zijn. Ik vraag me af of de mensen die we in het kabinet hebben zitten wel moderne politici zijn.

Hans Alders (minister van VROM - red.) kwam bij ons in Zuid-Holland op de gewestvergadering de Tussenbalans en de nederlaag uitleggen. Dat kon hij helemaal niet. Hij gebruikte allemaal waanzintermen waar niemand iets voor koopt. Het is gewoon zielig aan het worden.''

Moeten er dan ministers worden gewisseld, zoals Gewestvoorzitter Jan Nagel heeft geopperd? “Ik zou het niet terecht vinden als een paar ministers worden weggestuurd en partijleider Kok blijft zitten. Als je de verantwoordelijken gaat zoeken, kom je toch ook bij Kok uit.”

Aanvankelijk aarzelt Wester nog, maar uiteindelijk kan hij zijn ergernis over de partijleider niet voor zich houden. “Kok zit helemaal geisoleerd op het ministerie van financien. De grijsheid van het gebouw past helemaal bij hem. Wanneer zie je hem nou tijdens een campagne? Hij houdt alleen een paar toespraken. Die zijn helemaal vooraf geconstrueerd. Er is geen sprake van creativiteit. Het is altijd hetzelfde.

“Ze noemen Kok wel eens de nieuwe Drees en dat vinden sommigen dan prachtig. Kok zou inderdaad heel goed bij de jaren vijftig hebben gepast: regeren met het CDA, stapje voor stapje, heel voorzichtig en maar doormodderen. Maar we leven in de jaren negentig en de omstandigheden zijn wel even anders dan toen.”

Moet de PvdA de eigen partijleider dan naar huis sturen? Wester kijkt verschrikt. Zo had hij het ook weer niet bedoeld. Maar hij vond toch dat personen een belangrijke rol hebben gespeeld bij de vijf achtereenvolgende nederlagen en hij zou toch geen medelijden meer hebben? Hij begint wat ongelukkig en verlegen te lachen. “Kok nu wegsturen zou slecht zijn voor de partij”, zegt hij aarzelend. Hij moet toegeven geen oplossing te hebben voor het dilemma. “Misschien is dit wel het grootste probleem. We hebben ons als partij heel erg aan Kok opgehangen. We kunnen hem niet wegsturen. Het kabinet zou breken en de PvdA zou bij snelle nieuwe verkiezingen nog meer verliezen. Maar we weten ook dat Kok het als partijleider niet goed doet en we met hem geen overwinningen boeken.”

Is het wel alleen de schuld van een paar 'poppetjes' dat de PvdA nederlaag na nederlaag moet incasseren? “Nee, niet alleen. De PvdA slaat niet aan, omdat het een conservatieve partij is. De partijtop roept dat het een kwestie is van presentatie. De mensen zouden ons nog niet begrijpen. Dat lijkt me een vreselijk arrogant standpunt. Alsof wij het goed doen.

“We zijn nietszeggend omdat we geen ideeen hebben. We vinden onszelf een sociale partij, omdat we de koppeling hebben hersteld. Maar ik moet tijdens de verkiezingscampagne telkens weer uitleggen wat die koppeling tussen lonen en uitkeringen eigenlijk is. De PvdA heeft geen visie op moderne problemen. De partij heeft geen antwoord op de milieuproblemen, op de verdergaande individualisering, de internationalisering en de informatiemaatschappij waarin we leven.”

De roep om ideeen is niet nieuw. Het probleem is alleen dat telkens maar roepen dat de visie ontbreekt geen nieuwe ideeen oplevert. Samen met de voorzitter van de Jonge Socialisten, Mark de Konink, heeft Wester deze week een manifest opgesteld om dat probleem te ondervangen. 'Sociaal-Democratie met Lef' moet een aanzet zijn voor discussie zodat de PvdA, aldus het manifest, “via een combinatie van sociaal-ecologisch getoetste moderne ideeen, een frisse en jonge uitstraling en een dynamische en open organisatie met gerust hart de eeuwwisseling tegemoet kan zien”.

De twee opstellers van het manifest pleiten onder meer voor een flexibele arbeidsmarkt, een vierdaagse werkweek, afschaffing van het kostwinnersbeginsel, prioriteit voor modern en luxueus openbaar vervoer, een keiharde impuls voor cultuurbeleid en een onvoorwaardelijke keuze voor een federaal, sociaal en open Europa.

Het manifest vraagt de partijtop ook een doorbraak te forceren naar de jongeren. Waarom dwingen de jongeren dat zelf niet af? Opnieuw kijkt Wester enigszins ongelukkig. “Je krijgt macht inderdaad niet op een presenteerblaadje. Maar ik vind dat je van jongeren onder de 25 jaar niet kunt verwachten dat ze het gezag overnemen en in het vacuum springen dat nu dreigt te ontstaan. Daarmee kom je wel bij een van de grootste problemen van onze partij. De PvdA wordt overheerst door de veertigers die in de jaren zestig vaak al actief waren. De dertigers ontbreken helemaal. Dat is een verloren generatie.”

“Als het de partijtop nu niet lukt om een andere en jongere generatie aan te spreken, dan zijn we dadelijk veroordeeld tot de reactionaire ideeen van de vroegere Nieuw-Linksers. Er zijn echt wel mensen binnen de PvdA die het heel goed doen. Types als het Kamerlid Vermeend, staatssecretaris Simons of Van der Vlist uit Zuid-Holland. Die stralen elan uit, hebben visie, durven onvoorspelbaar te zijn en hebben toch een sociaal gevoel. En gevoel voor humor. Dat is heel belangrijk. Ook dat hebben Kok en Sint niet.”