Protest en tranen begeleiden de laatste Wartburg

BERLIJN, 11 APRIL. Met de produktie van een rode Wartburg werd, gisterochtend om 10.47 in het Oostduitse Eisenach, wederom een stukje DDR-geschiedenis afgesloten. De auto, de 1.836.695-ste sinds op deze plaats in het westen van Thuringen in 1896 een automobielfabriek werd opgericht, werd door de arbeiders voorzien met een zwarte vlag en een bord met de tekst 'Liever geen condoleance-bezoek, meneer Kohl'. Veel van de 6100 resterende werknemers van de AWE (Automobilwerk Eisenach) hadden, zo leek het, weinig vertrouwen in de toezegging van de Duitse overheden, dat het met de Oostduitse economie ook in Eisenach in de naaste toekomst weer bergopwaarts zal gaan.

De volgend jaar te openen Opel-fabriek, die overigens de negentiende eeuwse fabriekshallen van Wartburg geheel links laat liggen, zal - verzekert de Treuhand, de trust die het bewind voert over de vroegere staatsbedrijven van de DDR - met ingang van volgend jaar voor 2500 arbeidsplaatsen zorgen. Maar geen enkele werknemer van Wartburg heeft al de verzekering ontvangen dat hij daar mag komen werken, want een 'sociaal plan' voor de bedrijfssluiting is door de Treuhand met de vakbonden en de directie niet afgesloten.

Acht honderd werknemers nemen al deel aan door de Treuhand georganiseerde 'orientatie-seminars', een soort combinatie van beroepsvoorlichting en omscholing. Zes honderd werknemers blijven nog even in dienst bij Wartburg, om de resten van bijna een eeuw autoproduktie op te ruimen en het fabrieksterrein in de toekomst beter verkoopbaar te maken. Een Westduitse autofabrikant, meldt de Treuhand in een optimistisch gesteld communique, kan ongeveer 200 mensen gebruiken in een nieuw te openen onderhoudsstation in Eisenach. Bosch zet het elektronica-bedrijfje voort, een van de elf ondernemingen waarin AWE voor de definitieve ondergang was opgesplitst. Ook voor de koudwalserij is een Westduitse belangstellende.

Maar niet alleen zijn deze uitwegen voor de werknemers in Eisenach op dit moment grotendeels nog theorie, voor duizenden onder hen is het ook bijna zeker afgelopen met hun arbeidsleven, vooral voor de wat ouderen en de vrouwen onder hen, als we de ervaringen elders in de voormalige DDR als maatstaf mogen nemen. 3300 werknemers gaan met ingang van heden over in de regeling voor arbeidstijdverkorting, met nul procent arbeid zoals dat officieel heet. Per 1 juli zal deze status worden omgezet in werkloosheid. Dat is een zware slag in een stadje van rond 50.000 inwoners, waar het leven van enkele generaties nauw met de autofabriek was verbonden. En in de omgeving, de nieuwe bondsstaat Thuringen, maken circa 60.000 werknemers van toeleveringsbedrijven van de AWE zich eveneens gerechtvaardigde zorgen over hun toekomst.

De deels heftig aangedane of in onbeheerst schreeuwen uitbarstende arbeiders jouwden de directeur van de fabriek, Wolfgang Liedtke, uit toen hij een stemmig toespraakje wilde houden bij de laatst-geproduceerde auto, die overigens bestemd was voor het automuseum in Eisenach. Strikt genomen waren die protesten aan het verkeerde adres want de directie behoorde met de vakbonden en de personeelsvertegenwoordiging tot de partijen die de fabriek wilden openhouden, ten minste totdat vorig jaar Opel zou zijn begonnen. Hun plan was om de AWE in 22 kleinere bedrijven op te delen, die dan ieder voor zich, en bij voortgaande autoproduktie, konden proberen zich een plaats in de markteconomie te verwerven.

Maar de Treuhand, die zich de afgelopen maanden in snel tempo ontwikkeld heeft tot de meest gehate instelling in oost-Duitsland, besliste anders. Weliswaar was er zeker nog een markt voor de Wartburg, die sinds 1988 werd uitgerust met een Volkswagen-motor inplaats van de eerdere tweetakter. In tegenstelling tot de deels uit kunststof vervaardigde Trabant goldt in de DDR de Wartburg als een 'echte auto'. De directie had bovendien exportorders, vooral naar Roemenie, op zak. Alleen: de voor 7000 D-mark verkochte Wartburg kostte in de produktie bijna het dubbele. Sinds de Duitse eenheid in oktober maakte de AWE op deze manier meer dan vijftig miljoen D-mark verlies.

Onder deze omstandigheden, vond de Treuhand, was voortzetting van de produktie niet langer gerechtvaardigd. Dat besluit viel op 21 januari en hoe voorzichtig de zozeer versmade Treuhand optreedt, blijkt wel uit het feit dat het nog bijna drie maanden duurde voordat de laatste Wartburg van de rollende band liep.

Bij de Trabant-fabrieken in Zwickau geldt dat nog in sterker mate, en dat terwijl de aldaar geproduceerde autootjes bijna onverkoopbaar zijn geworden. Een drie jaar oude Trabant koop je in Berlijn voor enkele tientjes, een bijna nieuwe voor ongeveer 300 D-mark, verzekeren kenners van de markt. De sluiting van de fabrieken in Zwickau, voor zover Volkswagen er niet 'Polo's' laat assembleren, staat nu dan ook voor de deur.