Procter & Gamble verslaat Unilever in gevecht om Revlon

ROTTERDAM, 11 APRIL. Procter and Gamble, de Amerikaanse fabrikant van consumentenprodukten, neemt de Max Factor-divisie en het Duitse dochterbedrijf Betrix over van het Amerikaanse cosmetica-bedrijf Revlon. Met die aankoop is 1,14 miljard dollar gemoeid: 2,15 miljard gulden.

Unilever en het Franse L'Oreal-concern hadden ook belangstelling voor delen van Revlon. Amerikaanse analisten verwachten dat beide bedrijven nog steeds in de markt zijn voor andere divisies. Ze zeggen dat delen van Revlon een welkome aanvulling zouden kunnen vormen voor Unilevers produktassortiment in de Verenigde Staten. Unilever zegt in een tweeregelige reactie dat het concern “zoals bekend tot de leidende cosmeticafabrikanten in de wereld” behoort en “niet bereid is zich uit te laten over activiteiten van anderen”.

Revlon heeft de opbrengst van de bedrijfsverkoop broodnodig om zijn schulden te kunnen voldoen. Het bedrijf is in 1985 voor 1,6 miljard dollar overgenomen door de raider Ronald Perelman, een transactie die grotendeels werd gefinancierd met junk bonds, hoogrentende en risicovolle obligaties. Revlon moet de komende drie jaar twee miljard dollar aan schulden afbetalen.

De Max Factor-divisie, die nu in handen van Procter and Gamble komt, had vorig jaar een omzet van 621 miljoen dollar, waarvan een kwart in de Verenigde Staten werd geboekt. Het Duitse dochterbedrijf Betrix verkocht vorig jaar voor circa 200 miljoen dollar. Beide bedrijfsonderdelen, met fabrieken in Japan, Groot-Brittannnie, Duitsland en Mexico, leverden bijna eenderde van de omzet van Revlon.

Unilever, Procter and Gamble en L'Oreal zijn sinds de tweede helft van de jaren tachtig in een fel gevecht gewikkeld om de internationale cosmeticamarkt, waarbij het gaat om merken en marktaandeel. Daarbij bedienen ze zich alledrie van het overnamewapen. Procter and Gamble gaf in 1985 het startsein door de firma Richardson-Vicks, eigenaar van het merk Oil of Ulay, weg te kapen voor de neus van Unilever. Een jaar later sloeg Unilever terug met de overname van Chesebrough-Pond's, later nog eens gevolgd door de inlijving van Elizabeth Arden, Faberge en Calvin Klein. L'Oreal kocht Helena Rubinstein in 1988.

Procter and Gamble noteerde in het laatste boekjaar een nettowinst van 1,6 miljard dollar bij een omzet van 24,08 miljard dollar. De omzet van Revlon bedroeg vorig jaar 2,6 miljard dollar.