Pakistan gaat over op islamitische wetgeving

ISLAMABAD, 11 april - De Pakistaanse premier Nawaz Sharif heeft gisteren aangekondigd dat zijn regering overgaat tot het invoeren van de islamitische wetgeving, de sharia. Het parlement moet nog zijn goedkeuring geven, maar Sharifs Islamitische Democratische Alliantie (IDA), die over een meerderheid in beide kamers beschikt, stemde eerder al in met het plan.

De Pakistaanse regering heeft twee wetsontwerpen ingediend waarin de onmiddellijke invoering van de sharia, gebaseerd op de Koran en de Sunnah (de voorschriften van de profeet Mohammed) worden voorgesteld.

IDA won eind vorig jaar de verkiezingen, onder meer op basis van de belofte de sharia te zullen invoeren. De premier doet die belofte nu gestand en zei dat “elke wet die in strijd is met de islam van nul en generlei waarde zal worden”, maar hij voegde er aan toe geen fundamentalist te zijn. “Ik zal gehoor geven aan de eisen van de moderne tijd”, aldus Sharif, zonder uit te leggen wat hij daarmee bedoelde. Het Pakistaanse recht is nu nog gebaseerd op de Britse wetgeving.

De niet-religieuze rechtbanken zullen worden vervangen door islamitische, om, zoals de premier het noemde, “een einde te maken aan de goedkope rechtsspraak”. De Pakistaanse regering heeft tegelijkertijd de oprichting van religieuze fondsen aangekondigd om de armen te helpen.

Oppositieleider Benazir Bhutto toonde zich verheugd dat premier Sharif zijn afkeer van het fundamentalisme kenbaar had gemaakt en zag “enkele goede punten” in de invoering van de sharia. Bhutto werd vorig jaar augustus door de Pakistaanse president afgezet op beschuldiging van corruptie en machtsmisbruik.

Vooruitstrevende Pakistanen denken dat de islamitische wetgeving een einde zal maken aan een aantal burgerlijke verworvenheden. Vrouwen vrezen te worden verplicht een hoofddoek te dragen en openbare functies te moeten opgeven. (AP, Reuter)