Nederlandse oppositie legt conflict tussen de EG-landen bloot

Tijdens de laatste EG-top in Luxemburg riepen de Nederlanders luidkeels: “overtreding”. Frankrijks minister van buitenlandse zaken, Roland Dumas, had zijn acht ambtgenoten uit de lidstaten van de Westeuropese Unie ad hoc in een belendende zaal bijeengeroepen, om met hen het luchttransport van hulpgoederen voor de Koerdische vluchtelingen te bespreken.

Dat was een truc. Het ging de Fransen erom de WEU, het militaire verbond dat 42 jaar lang een slapend bestaan heeft geleid en nu plotseling tot 'Europese pijler' in de NAVO moet worden opgewaardeerd, feitelijk en aanwijsbaar aan de orders van de EG-top ondergeschikt te maken. En dat was precies wat de Nederlanders, zoals iedereen wist, onvoorwaardelijk wilden verhinderen. Ze hadden Denemarken en Portugal aan hun zijde, evenals - onzichtbaar - Amerika.

Washington wil weliswaar een Europese pijler, die voor alles een groter deel van de gemeenschappelijke defensielasten kan dragen, zolang een Europese veiligheids- en defensiepolitiek in hemelsnaam maar niet door de EG wordt bepaald. Aan de verhitte GATT-onderhandelingen afgelopen december bijvoorbeeld hebben de Amerikanen kunnen zien, zo denken ze, wat hun in dat geval in de NAVO te wachten staat.

Strijd Zo brengt het Nederlandse protest ons tot de kern van een strijd tussen de EG-staten, die mogelijkerwijs al in een paar dagen zal ontbranden, als de ministers van buitenlandse zaken duidelijkheid moeten verschaffen over een gemeenschappelijke buitenlandse en veiligheidspolitiek in het kader van het uitbouwen van hun Gemeenschap tot 'Politieke Unie'.

Het gaat daarbij om een discussie over de verhouding van een toekomstige, politiek veeleisende EG tot Amerika. De Nederlanders zijn weliswaar de trouwste pleitbezorgders van de NAVO, maar niet de spreekbuis van de Verenigde Staten. Aan de belangenovereenkomst tussen de beide landen liggen eerder uiteenlopende motieven ten grondslag.

De Amerikanen voeren duidelijk een achterhoedegevecht. Ten tijde van het Oost-Westconflict hadden zij in het Westelijk bondgenootschap vrijwel het alleenrecht, omdat inderdaad alleen zij voor een geloofwaardige afschrikking van de Sovjet-Unie konden zorgen. Deze taak is echter volbracht, en nu moeten ze weliswaar niet verdwijnen, maar wel de evenredige medezeggenschap van de Europeanen in het bondgenootschap accepteren, te meer daar zij hun militaire aanwezigheid in Europa drastisch inkrimpen. Het is begrijpelijk dat zij niet bepaald haast maken met deze concessie en vooral dat ze zich niet onder druk laten zetten door de EG, die al in een paar maanden klaar wil zijn met een verdrag over de Politieke Unie.

Wantrouwen De oppositie van de Nederlanders wordt gevoed door wantrouwen tegenover Frankrijk. Sinds de Gaulle proberen zij, vervuld van argwaan, te voorkomen dat Parijs de federatieve Brusselse instituten als de Ministerraad en de Commissie isoleert en door samenwerking tussen staten op topconferenties vervangt. In de meerderheidsbeslissingen van genoemde instituten zien de kleine EG-leden hun belangen verdisconteerd; op de topconferenties is het woord echter aan de grote. Omdat er over veiligheidspolitiek nooit bij meerderheid wordt besloten, moet zij volgens de meeste kleine lidstaten ook niet de federatieve EG doen verwateren, maar moet die politiek worden overgedragen aan de WEU, die zich geen onderdeel van de Gemeenschap maar van de NAVO voelt. Zo moet ook het gevaar worden bezworen dat Europa en Amerika van elkaar vervreemden.

Met alle respect voor de bezorgdheid van de Nederlanders, moet gezegd worden dat deze gekunsteld en overdreven is en vooral buiten beschouwing laat welke hoge, nog niet geexploiteerde waarde de EG voor een nieuwe ordening van Europa heeft. Dumas en zijn Duitse collega Genscher werken nauw samen omdat ze zich in een vergelijkbare situatie bevinden. Beiden moeten hun landen nog in supranationale structuren inpassen. Genscher verzekert onophoudelijk, dat ook het verenigde Duitsland in Europa geen meter alleen zal afleggen. Dat komt voort uit de noodzaak het grootste land van West-Europa betrouwbaar en berekenbaar te laten blijven. Genscher moet zich niet laten verwijten dat hij de NAVO en daarmee Amerika wil verraden. De Duits-Franse afspraken voor een gemeenschappelijke veiligheidspolitiek blijven door zijn behoedzaamheid aan de magere kant. Behoedzaamheid tegenover Amerika is aan de orde van de dag. Zowel de Duitsers als de Fransen leggen er keer op keer de nadruk op dat de WEU, of zij nu tot de EG behoort of niet, met de NAVO op een lijn zal blijven.

Dat mag ook van Dumas worden aangenomen. Als het al zo is dat de kloof die Amerika in Europa doet ontstaan door een Europese veiligheids- en defensiepolitiek moet worden gedicht, dan zouden de Fransen zich aan het hoofd van deze politiek moeten stellen. Dan moeten zij echter ook bereid zijn hun strijdkrachten in een supranationale integratie te voegen.

Atlanticus President Mitterrand heeft deze 'weg van de Gaullepolitiek' al lang ingeleid. Hij betoont zich daarin een atlanticus en probeert, zoals de Golfoorlog heeft bewezen, in militair opzicht schouder aan schouder te staan met Amerika. Komt de formele toetreding van Frankrijk tot de militaire integratie van de NAVO ook verder niet ter sprake, dan biedt zich als uitweg de WEU aan.

Zo draagt de WEU ertoe bij dat zowel Frankrijk als ook Duitsland inbinden. De Duitsers kunnen hun veiligheidspolitieke bewegingsvrijheid veel eerder in een Europees kader vinden dan in de NAVO. Alleen al daarom moet de WEU een EG-orgaan worden. Daar zitten overigens dezelfde mensen achter. Zowel de Nederlandsers als de Amerikanen zullen dit nog wel inzien.

Suddeutsche Zeitung