Koffiekamer mort over coup in de Kuip

Na de weinig succesvolle terugkeer van voorzitter Couwenberg worstelt het Feyenoord-bestuur met de intrede van sponsors en financiers. Onder leiding van oud-voetballer Gerard Kerkum gaan nieuwe mensen op bedeltocht en plegen een coup. Deel drie van een bestuurlijke geschiedenis.

ROTTERDAM,11 april - De toekomst van Feyenoord kreeg vorm in Saoedi-Arabie. In Damman leidde ing. Gerard Kerkum sinds 1977 een groot Ogem-project: de bouw van een nieuwe stadswijk met 1685 woningen, ter waarde van 1,5 miljard gulden. Bij de oud-voetballer en -bestuurder logeerde Jorien van den Herik, die de dakbedekking voor zijn rekening nam. De vriendschap groeide en onbewust werd in de woestijn het fundament gelegd voor het Feyenoord van de jaren '80.

In Rotterdam zocht het amateurbestuur een opvolger voor voorzitter Couwenberg. De bestuurlijke trampoline kwam weer uit de kast: Kerkum, de kroonprins van oud-voorzitter 'Vader' Kieboom die al tien jaar bestuurslid was geweest, moest de nieuwe leider worden. Hij stemde in bij terugkeer uit Saoedi-Arabie in 1982 en schrok net als zijn voorganger van de inboedel. “Je kon de stichting betaald voetbal eigenlijk beter failliet verklaren.”

Trainer Jezek en manager Stephan waren weggestuurd. Het vorige bestuur was in een keer vervangen. Het was weer tijd voor Het Nieuwe Feyenoord. De technische man in het bestuur werd tapijtenhandelaar Aad van der Laan, opgeklommen in de rangen der amateurs. “Ik had geen enkele ervaring. Ik was onhandig met de publiciteit: ik verklaarde in de krant dat ik wel even een nieuwe trainer zou halen.” Hans Kraay, een oud-speler van Feyenoord 1, kreeg de post van coach-manager en ging het werk van Stephan erbij doen.

Kraay ging voortvarend aan de slag en schraapte geld bijeen voor nieuwe spelers. Bij drie bedrijven peuterde hij 1,5 miljoen gulden los voor het aantrekken van Michel Valke, Peter Houtman en Ruud Gullit, een talent van Haarlem. 'Een zwaktebod', vond Kraay zelf, maar de 'bedelarij' gaf het eerste elftal wel een sportieve injectie.

Feyenoord eindigde het seizoen '82-'83 op de tweede plaats en de Kuip was meer dan eens half vol. Kraay maakte het jaar niet af. Het bestuur kreeg er genoeg van dat de coach-manager om gezondheidsredenen de wedstrijden niet kon bijwonen. De functie van manager, na het vertrek van Stephan al uitgehold, hield op te bestaan.

De Koffiekamer morde. Dit domein van oud-spelers, oud-bestuursleden, amateurs en aanhang was het centrum van de 'kinnesinne en haat en nijd', die Van der Laan bepalend vond voor de cultuur van Feyenoord.

Hier werden spelers in de rust gemaakt en gebroken door de vermeende bewakers van het cultuurgoed. 'Het Koffiekamersyndroom' stond voor Kraay model voor alle invloeden waaraan de bestuurders waren blootgesteld. Hoe durfde je als bestuurder nog een beslissing te nemen als de oud-elftalleider uit je juniorentijd je 's zondags op de vingers keek en corrigeerde? Hoe kon je nog een mogelijke sponsor als de Konmar introduceren, wanneer de oude garde je vanuit een hoek toesiste: “Wat motten die gasten hier”?

De Koffiekamer was dermate gewild terrein dat er zelfs valse kaarten voor in omloop waren. Amateur- en profbestuurders maakten zich in vergaderingen druk over een afscheiding tussen Koffie- en bestuurskamer. Nadat een 'doorzichtige vitrine' ter vervanging van de schuifwand was verworpen, legde het bestuur een haagje van planten in plastic bakken aan om 'het visuele contact' met de Koffiekamer te behouden. Kraay: “Wil je Feyenoord redden, dan moet er eerst een bom op de koffiekamer.”

De eenmalige opleving kwam in 1984. Het was crisismanagement, maar het werkte. Feyenoord trok de Ajacied Johan Cruijff aan, die de club en trainer Thijs Libregts naar het kampioenschap en de nationale beker voerde. Het bestuur trof voor het eerst sinds jaren na het seizoen een batig saldo aan: 1,8 miljoen gulden. Hulptrainer Ab Fafie moest de voortijdig vertrokken Libregts vervangen. Geld voor een nieuwe trainer was er niet.

De periode-Cruijff kon de werkelijke problemen bij Feyenoord niet camoufleren. Geld voor grote aankopen ontbrak en het bestuur was huiverig om schulden aan te gaan. Van der Laan, die acht jaar bestuurslid was: “We wilden niet toegeven dat Feyenoord een middelmatige club was geworden. Dat zouden de supporters nooit hebben gepikt”.

In de coulissen was de opmars van Jorien van den Herik begonnen. De succesvolle zakenman, met geld te over, en huizen en kantoren in Zwijndrecht, Nice, Cyprus, en Little Rock, Arkansas, belichaamde wat veel oude getrouwen niet wilden. De schittering van zijn gouden sieraden deed pijn aan de ogen in de Koffiekamer. Van den Herik werd voorzitter van de Vrienden van Feyenoord, het gezelschap van kleine sponsors. De nieuwe shirtsponsor Opel, die Gouden Gids opvolgde, verlangde een commercielere aanpak.

Zo kwam Jim Vermeulen, oud-directeur van het race-circuit Zandvoort, in 1987 binnen als commercieel directeur van club en stadion.

Eindelijk stelde Feyenoord na jaren van treuzelen en afhouden een aparte man aan met commerciele ervaring ten behoeve van sponsors, business seats en catering. Hij was in die functie de eerste - en de laatste.

Als non-kenner van het voetbal verbaasde Vermeulen zich over 'de absolute padvinderij op alle fronten' en 'een totaal gebrek aan respect voor elkaar'. In de bestuurskamer trof hij 'een enorme besluiteloosheid' aan. Liever verwijlde het bestuur in herinneringen aan die ene prachtpenalty van voorzitter Kerkum, ruim twintig jaar geleden. Vermeulen confronteerde de bestuursleden eens met de 32 verschillende Feyenoord-logo's, die hij in het stadion had aangetroffen. Zijn voorstel tot uniformering - handig voor het briefpapier - haalde het niet. Het was toch goed zoals het was?

Vermeulens plannen om het stadion commercieel beter te benutten, vastgelegd in een beleidsnota, werden nooit besproken. Na een half jaar begon Vermeulen het nut van zijn aanwezigheid te betwijfelen. In een gesprek gaf Kerkum eerlijk toe: “Wij waren van mening dat we een commercieel directeur wilden, maar eigenlijk willen wij het niet. Jij doet dingen waar we hier nog niet klaar voor zijn”.

Later vroeg Vermeulen zich af hoe het toch kon gebeuren dat doortastende managers als Kerkum, directeur van het bouwbedrijf Voormolen, en Van der Laan met zijn 21 tapijtenwinkels, bij Feyenoord zo konden mistasten. “Het leek wel of er een electronisch poortje bij het stadion stond. Als ze daar doorheen gingen, konden ze geen besluiten meer nemen.” Volgens Van der Laan is de Koffiekamercultuur daar debet aan: “Je krijgt links en rechts zoveel verhalen te horen, dat je niet meer weet welk besluit je moet nemen”. Kerkum: “Het leiden van een voetbalclub is niet zozeer het management van een bedrijf, het is management van emoties”.

Door alle emoties heen begonnen de amateurs wel in te zien dat Feyenoord zo moeilijk verder kon. Op aandrang van sponsor Opel werd een bedrijfsmatige structuur opgezet. In de lente van '88 mondde dat uit in een nieuw machtscollege: de Beheerstichting, die het beleid zowel moest bepalen als controleren. Daarin mochten de amateurs nog steeds drie leden benoemen. In het college, dat het recht van de amateurs om 'prof'-bestuurders te benoemen en het meerderheidsbelang van het stadion overnam, zaten naast de voorzitter van de amateurs de sponsors Opel, NMB, assurantieconcern Stad Rotterdam en Kerkums vriend Van den Herik. Hij had Feyenoord ongeveer 1,5 miljoen gulden geleend voor de aankoop van Lars Elstrup en Antal Roth.

Met het doel slagvaardiger te besturen kreeg Feyenoord nu een vierde bestuur - naast de amateurclub, de commissarissen van het stadion en de stichting betaald voetbal. De financier-bestuurders hoopten ten minste 12,5 miljoen gulden van henzelf en andere bedrijven te fourneren voor spelersaankopen, maar door bestuurlijke chaos kwam uiteindelijk slechts een vierde van dat bedrag op tafel. Zij lieten niet na het wenkend perspectief van een nieuw Feyenoord in de Europese top in de media uit te dragen.

Een directeur zou de dagelijkse leiding krijgen over zowel het voetbalbedrijf als de stadionexploitatie. Hang naar nostalgie en gebrek aan bestuurlijk potentieel in eigen gelederen maakte als vanouds de keuze beperkt: Hans Kraay keerde terug op zijn rondgang langs vele clubs. Zijn kennis van de voetbalwereld en makkelijke entree in het zakenleven leken een goede combinatie.

Kraay, de nieuwe algemeen directeur, kon het goed vinden met Van den Herik, aanvankelijk voorzitter van de Beheerstichting. Zij maakten plannen voor een coup, waarbij de bestuurders ondergeschikt zouden worden aan de financiers. Kraay: “Wij wilden de macht van anderen beperken. Ik had Machiavelli gelezen en dacht: alles is geoorloofd om Feyenoord te redden”.

Hun machtscentrum moest het Stadion worden met Van den Herik als nieuwe president-commissaris om vandaar alle inkomsten voor de club te kunnen gebruiken. Een financier greep naar de macht en dreigde het stadion, eigendom van de amateurs, te 'verkwanselen'. Het was een vloek in Kiebooms parochie.

Dit is het derde deel in een serie van vier artikelen over het bestuur van Feyenoord, die op de sportpagina's wordt vervolgd. Eerdere delen verschenen in de krant van dinsdag en woensdag.

foto: Toen de bestuurs- en Koffiekamer nog aan elkaar grensden, was de afscheiding een terugkerend agendapunt tijdens bestuursvergaderingen.

Na een verbouwing grenst de bestuurskamer nu aan de Olympia-zaal, het domein van de Vrienden van Feyenoord en genodigden. Plantenbakken en bordjes vormen de afscheiding in een sober interieur. De Koffiekamer bevindt zich in een andere vleugel met zalen. (Foto NRC Handelsblad- Chris de Jongh)

    • Peter ter Horst
    • Robert van de Roer