Kaviaar als symbool voor Sovjet-ramp

Chaos en stakingen beheersen de Sovjet-Unie. Het land bevindt zich in een diepe crisis. De staat heeft geen geld, de industrie dendert achteruit, de deelrepublieken gaan hun eigen gang. Het economische debat is een grote Babylonische spraakverwarring.

Op een achternamiddag loopt een redelijk gesoigneerde man de kruidenier aan de Moskouse Doebrovskaja-straat binnen. Daar is, de recente prijshervorming ten spijt, afgezien van melk en komkommers weliswaar vrijwel niets te krijgen, maar staan niettemin de mensen in de rij.

Joerka Jakovitsj zoekt echter geen melk of komkommers: hij is gekomen voor kaviaar. En die is er ook, voor veertig roebel per blikje.

Jakovitsj telt moeiteloos tachtig roebel neer en stoort zich niet aan het gesis van woedende bejaarden die met lede ogen aanzien hoe hij in een minuut een heel maandpensioen stukslaat.

De prijs van kaviaar is, samen met die van wodka, bijna de maat der dingen in de Sovjet-Unie geworden. Dat deze delicatesse voor de gewone burger onbetaalbaar is geworden is voor menigeen een ernstiger teken aan de wand dan de verdrievoudiging van de prijs van een metro-ritje.

Dat er naast die kaviaar, waarop de Sovjet-burger trots is, niets anders meer is om trots op te zijn maakt het allemaal nog veel erger.

“Nee, dan Stalin”, bromt een oudere vrouw in de winkel aan de Doebrovskaja-straat als Joerka Jakovitsj zich met de blikjes uit de voeten maakt. “In zijn tijd was er nog kaviaar en wodka en gingen de prijzen niet omhoog maar omlaag”.

Viskuit als symbool voor wat Gorbatsjov gisteren omschreef als de naderende “catastrofe”? Kaviaar straks als metafoor voor een demonstratie- en stakingsverbod dat het staatshoofd graag wil?

De werkelijke ondergang van de Sovjet-economie manifesteert zich niet in de prijs van kaviaar, maar in het feit dat er naast kaviaar niets meer te krijgen is, in de lege schappen, in de waanzinnige prijsstijgingen en in de op handen zijnde massawerkloosheid die in schril contrast staat tot de jubelende rijkdom van de nieuwe elite die zich in Duitse auto's of zelfs Amerikaanse Buicks en open Chevy's laat rondrijden.

“Er is niets te koop omdat de speculanten al onze goederen tegen afbraakprijzen op de Westerse markt dumpen”, zegt men in een buitengewoon intellectueel en democratisch gezin. Paranoide of niet, deze argumentatie illustreert scherp dat elke economische consensus zoek aan het raken is. De dreigende apocalyps wordt slechts aangezien; ze wordt niet begrepen. Het weekblad Argoementi i Fakti, met een oplage van meer dan 23 miljoen de grootste krant van het land, geeft daaraan bij voorbeeld uiting door nu al week in week uit vergelijkende staatjes te publiceren van de lonen en prijzen in de Sovjet-Unie en de rest van de wereld.

Van deze statistieken klopt niets - wie weet waar je in Belgie een pint bier kan kopen voor veertig cent of in Nederland een kilo kaas voor tien gulden, zoals het blad beweert, mag het zeggen - maar dat neemt niet weg dat zo de behoefte aan mythevorming over het Westerse kapitalisme wordt bevredigd en bovendien zout in de wonden wordt gestrooid.

Pag. 16:

Sovjet-economie bestaat niet, het is een grote proef; De economie in de Sovjet-Unie draait om de politiek

Is de Sovjet-Unie inderdaad failliet? Het heeft er alle schijn van.

Minister van financien Vladimir Orlov concludeerde vorige week in het centrale parlement in ieder geval dat de “economie zich op de rand van de afgrond” bevindt. Nou zegt dat op zich niet alles.

“Catastrofe, crisis, bankroet, burgeroorlog”, het zijn begrippen die het laatste jaar in de Sovjet-Unie zo vaak in de mond genomen zijn door de hoogste autoriteiten dat ze een hyperinflatoire waardevermindering hebben ondergaan.

Maar de cijfers die Orlov deze week in de Pravitelstvennij Vestnik (de regeringsbode) presenteerde, spraken desondanks wel boekdelen. De staat is op het ogenblik in acute liquiditeitsproblemen. Het eerste kwartaal van 1991 heeft de unie slechts 21,3 miljard roebel ontvangen.

De raming begin dit jaar was 54,3 miljard. De uitgaven waren 48,2 miljard roebel. Met andere woorden: het tekort op de begroting is in drie maanden al opgelopen tot 26,9 miljard, 250 miljoen meer dan de Opperste Sovjet in een optimistische bui voor het hele jaar 1991 als maximaal negatief saldo had vastgesteld. Als dit zo doorgaat eindigt het over acht maanden met een tekort van 123 miljard, aldus Orlov.

De oorzaken hiervan zijn eenvoudig en dramatisch. De industriele produktie dendert achteruit. De landbouwsector onttrekt zich al helemaal aan elk overzicht. Het distributiesysteem is feitelijk opgeheven of is in handen van de informele circuits.

Dit jaar wordt daarom officieel een terugval in het Bruto Nationaal Produkt voorspeld van twaalf procent. Voormalige vice-premier Leonid Abalkin gaat zelfs uit van vijftien procent. Dat is een. En ten tweede, nog ingrijpender, is er de weigering van de deelrepublieken om hun bijdragen aan de unie na te komen. Het toch al nauwelijks functionerende belastingstelsel is zo ongeveer tot stilstand gekomen.

De onlangs ingevoerde omzetbelasting had, volgens de ramingen, in de eerste twee maanden van dit jaar 932 miljoen roebel moeten opleveren.

Er is in de staatskas van de unie slechts 75 miljoen binnengekomen, dat wil zeggen acht procent hoewel het rijk volgens de wet recht zou hebben op dertig procent. De resterende 22 procent zijn gewoon achtergehouden, als ze al geincasseerd zijn.

Dit alles is niet zozeer een financieel probleem als wel een politieke kwestie. Overheidsfinancien bestaan namelijk niet in de Sovjet-Unie.

Begrotingen, tekorten, fiscale mee- of tegenvallers, het waren tot voor kort en zijn in wezen nog altijd onbekende fenomenen en dus heeft het geen zin het overheidsbeleid in Moskou met Haagse ogen te begrijpen. Een voorbeeld. Het Internationale Monetaire Fonds (IMF) gaat in zijn analyses over de Sovjet-economie uit van een overschot aan nutteloos circulerend geld, de zogenaamde 'overhang', van 250 miljard roebel. De econoom Grigori Javlinski daarentegen houdt het op 140 miljard.

Dezelfde babylonische spraakverwarring voltrekt zich als het financieringstekort of de koopkracht aan de orde is. Niemand kent de hoogte van het begrotingstekort omdat er nog nooit een keurige rekening is opgesteld. Niemand kan met goed fatsoen zeggen hoeveel een gemiddeld inkomen van een metromachinist (ruim zeshonderd roebel) in Nederlandse verhoudingen is.

Is een roebel een gulden conform de commerciele koers of 71-2 cent, de voormalige zwarte koers die nu ook heel officieel aan buitenlanders wordt berekend? Er is geen zinnig woord over te berde te brengen zolang er voor dat geld enerzijds niets is te krijgen maar anderzijds een liter benzine nog altijd niet meer dan 41 kopeken kost en een twee-kamerflat maandelijks ongeveer 25 roebel. Het enige referentiekader dat dus van dienst kan zijn, is het begrippen-apparaat van de primitieve ruileconomie. En in zo'n samenleving is nu eenmaal geen objectiverend woordenboek voor handen.

Nee, de economie in de Sovjet-Unie draait om de politiek. Het befaamde '500 dagenplan' van Gorbatsjovs voormalige adviseur Stanislav Sjatalin en Javlinski was een politiek programma. Het had de president vorig najaar een maatschappelijk fundament kunnen bieden voor een centrum-linkse coalitie met de democraten. Gorbatsjov liet de kans voorbijgaan.

Net zo is het programma van de huidige premier Pavlov een politiek uitgangspunt, het is de basis van de behoudende krachten die de 'overgang naar de markteconomie' vanuit het bestaande systeem denken te kunnen realiseren.

Of het radicale plan van Sjatalins groep kans van slagen zou hebben gehad, is onduidelijk. Maar ondertussen is wel helder dat Pavlov en dus ook Gorbatsjov op een debacle afstevenen.

Als de 'harde jongen' voerde Pavlov eerder dit jaar een roebelsanering door die de 'overhang' had moeten afromen. Hij wist drie procent van dat nutteloze geld uit de markt te halen. Vervolgens kondigde hij een ongekende prijshervorming aan. Volgens de berekeningen van het officiele persbureau Tass, die uit de aard der zaak aan de conservatieve kant zijn, is het dagelijkse leven er in een klap tussen de 175 procent en 240 procent duurder door geworden. “Economisch zinloos”, concludeerde Sjatalin onlangs, omdat dit beleid in feite niet bedoeld was om de vrije marktverhoudingen te stimuleren maar het karakter had van een belastingmaatregel. Hogere en centraal gereguleerde prijzen in een door de staat gemonopoliseerde economie leiden immers tot extra inkomsten voor de staat.

Het prijsbeleid is dan ook het politieke gesprek van de dag. Het wordt als een vorm van diefstal ervaren en heeft derhalve een atmosfeer geschapen die wel tot een politiek-economische katharsis moet uitmonden, zeker nu de uitvoerders ervan zich zo onzeker gedragen.

Want consequent is Pavlov ondertussen niet. Toen de mijnwerkers na vier weken staking eindelijk in het Kremlin werden ontvangen, kregen ze een forse loonsverhoging in het vooruitzicht gesteld. Als ze weer aan het werk gaan en het 'plan' halen, hetgeen overigens bijna onmogelijk is, zullen ze dit jaar stukje bij beetje twee keer zoveel gaan verdienen. Sindsdien eisen andere sectoren ook forse loonsverhogingen. De financiering laat zich raden: dat gaat monetair, via de drukpersen, gebeuren. De gevolgen zullen dan ook logisch zijn: hollende geldontwaarding.

Bovendien heeft hij de mijnwerkers met deze concessie helemaal geen genoegdoening verschaft. Pavlov gokte er op dat hij een bres zou kunnen slaan in het stakingsfront waar de leiders politiekere pretenties hebben dan de arbeiders. Dat is vooralsnog niet gebeurd. De acties beginnen juist door te sijpelen naar andere sectoren. Zo werd in het anders zo gezapige Minsk vorige week op zuiver politieke gronden (het aftreden van Gorbatsjov en de ontbinding van het parlement, waren ook daar de eisen) het werk neergelegd en is gisteren weer een “waarschuwingsstaking” gehouden.

En nu duiken ook de eerste signalen in Moskou op. In de prestigieuze Lenin-autofabriek (ZIL) is het stakingscomite de spanning aan het opvoeren, ook al zijn de eisen daar vooralsnog niet puur politiek van aard maar beperken ze zich tot 150 procent loonsverhoging, milieumaatregelen, pensioen voor mannen bij vijftig jaar (vrouwen vijf jaar eerder) en 45 vakantiedagen.

Deze inzet mag dan naar Nederlandse verhouding krankzinnig zijn, hij weerspiegelt wel het karakter van de volksonrust. Iedereen is zich aan het ingraven. Niemand heeft een praktisch plan dat de categoriale belangen overstijgt. De enige consensus die boven de markt zweeft, is het nationale gevoel dat alleen een uitbraak uit het imperium geluk en voorspoed kan brengen.

De Sovjet-economie bestaat niet. Het is een groot experiment geworden.

    • Hubert Smeets