Iraakse rakettechnologie was slechts variatie op oud recept

Het enige wapen dat Saddam Hussein mogelijk succes had kunnen brengen, de raket, ging in rook op. Het uitschakelen ervan gaf de geallieerden aanvankelijk echter grote moeilijkheden, en ook over de effectiviteit van de Patriot-afweerraketten zijn vragen gerezen. De belangrijkste handicap van het Iraakse raketwapen was waarschijnlijk de falende technologie van de Scud zelf. Naar sommige Scud-raketten die boven Israel en Saoedi-Arabie werden neergehaald moest dagenlang worden gezocht.

ROTTERDAM, 11 april - Een van de spannendste momenten tijdens de oorlog in de Golf was de nacht van 17 op 18 januari, toen Irak acht raketten afvuurde op Israel. Twee daarvan kwamen in Tel Aviv terecht, twee in Haifa, drie belandden in onbewoonde gebieden en de achtste dook de Middellandse Zee in. Maar Israel reageerde niet op de provocatie die de coalitie tegen Irak uit elkaar had moeten trekken en liet ook de volgende zes weken een reactie achterwege.

In totaal vuurde Irak 81 ballistische raketten af van mobiele of vaste lanceerinrichtingen. Daarvan waren er 43 op geallieerde doelen in de Golfstaten gericht en 38 op doelen in Israel, gewoonlijk de grote steden. Van alle gelanceerde raketten werden er volgens het Pentagon 49 door Patriot-raketten onderschept. Raketten die niet werden onderschept kwamen voor het grootste gedeelte in onbewoonde gebieden of in zee terecht.

Het enige wapen dat Saddam Hussein succes had kunnen brengen, zij het vooral psychologisch, ging in rook op. De salvo's raketten namen gestaag in grootte en frequentie af. Naarmate het staakt-het-vuren dichterbij kwam, werd steeds duidelijker dat de lanceringen slechts een doel hadden: vergelding. Ook in de praktijk is de parallel te trekken met de Duitse vergeldingswapens. De iets meer dan duizend V-2's die gedurende enkele maanden in het laatste oorlogsjaar op Londen werden afgeschoten, hadden een totale explosieve lading die ongeveer gelijk is aan wat 300 geallieerde bommenwerpers in een nacht op een grote Duitse stad afwierpen. In vergelijking met de geallieerde bommen die op doelen in Irak explodeerden, vielen de Iraakse raketten in het niet.

Op 5 december 1989 verbaasde de Iraakse wapenindustrie Westerse militaire analisten door een proefneming met een ballistische raket, die, in tegenstelling tot zijn allesbehalve geavanceerde voorgangers in het Iraakse raketprogramma, in staat zou zijn satellieten in een baan rond de aarde te brengen.

Op de Iraakse televisie werd de proeflancering met deze 'Al-Abid' vertoond, zoals de Iraakse naam voor deze raket luidde, en een eerste indruk van de beelden was dat het hier inderdaad om een meertrapsraket ging. Een nadere beschouwing van de videobeelden door militaire analisten bracht echter aan het licht dat de eerste trap uit een cluster van vijf Scud-raketten was opgebouwd. Volgens onbevestigde berichten bereikte de raket buiten het beeld van de Iraakse televisiecamera's slechts een hoogte van 12.000 meter. Het nieuwste technische hoogstandje van de Iraakse raketgeleerden bleek bij nader inzien dus niet meer dan een variatie op een oud recept. Men neme bestaande Scuds, demontere ze en voege zoveel van de verkregen onderdelen samen tot een raket met het gewenste bereik en de gewenste lading wordt verkregen.

Alle ballistische raketten waarover de Iraakse strijdkrachten in de oorlog in de Golf beschikten, de Scud-B, de 'Al-Abbas', de 'Al-Hussein' en de 'Al-Abid', werden in de Westerse pers geheel terecht altijd Scuds genoemd. Het waren allemaal varianten van diezelfde Scud-B die door de Sovjet-Unie, Noord-Korea of Egypte geleverd waren. Voor de assemblage van twee Al-Hussein-raketten werden drie Scuds ontmanteld. De tanks voor de vloeibare brandstof werden van extra segmenten voorzien, de explosieve lading werd teruggebracht van oorspronkelijk 880 kilo tot 190 kilo en ook de romp van de raket werd verlengd en verstevigd. De Al-Abbas was een iets grotere uitvoering van de Al-Hussein, maar ook de lading die deze raket kon vervoeren was militair van verwaarloosbaar belang.

Door deze modificatie van het bereik van de Al-Hussein en de Al-Abbas is deze weliswaar respectievelijk 600 en 900 kilometer geworden, maar er moest behalve de kleinere oorlogskop nog een prijs betaald worden.

Het bereik van de raketten was groot genoeg om Riad, Dahran, Teheran en de Israelische steden te treffen, maar de trefkans was evenredig verkleind.

De gewone Scud-B met een bereik van 280 kilometer heeft een zogeheten Circular Error Probability (CEP) - de straal van de cirkel waarbinnen de raket terecht komt - van 800 tot 1.000 meter. Aan de hand van gegevens die tijdens de oorlog tussen Irak en Iran verzameld werden, werd berekend dat de Al-Hussein een CEP van 1.500 tot 2.000 meter had.

De Israelische autoriteiten hebben nog steeds geen nauwkeurige feiten over de raketten vrijgegeven, maar mededelingen tijdens de oorlog dat naar de ingeslagen Iraakse raketten dagenlang gezocht moest worden doen op zijn minst vermoeden dat de trefkans niet groter is geworden.

De Al-Hussein en de Al-Abbas konden worden afgevuurd van grote Sovjet-lanceerwagens of van Saab-Scania vrachtauto's, die in Irak in licentie werden gebouwd. De schattingen over de aantallen van deze mobiele lanceerinrichtingen werden naarmate de gevechtshandelingen voortduurden steeds bijgesteld. De oorspronkelijke schatting van 'tussen de dertig en veertig' moest stelselmatig aangepast worden, onder meer op grond van meldingen van geallieerde piloten die terugkeerden van Scud-patrols en beweerden een veelvoud aan lanceerwagens vernietigd te hebben. Op 14 februari noemden Amerikaanse bronnen in The Washington Post het aantal trucks “op zijn minst 140”, het Amerikaanse weekblad Newsweek vernam kort na het staakt-het-vuren van het Pentagon dat er wel eens 200 in Irak aanwezig geweest zouden kunnen zijn. Aanvankelijk rekende men er op de Scuds in drie dagen te vernietigen. Uiteindelijk moesten de geallieerde luchtstrijdkrachten weken lang vijftien procent van hun capaciteit besteden aan het opsporen en uitschakelen van deze Scuds.

De gegevens van de westerse inlichtingendiensten mogen dan tijdens het luchtoffensief tegen Irak niet steeds even betrouwbaar geweest zijn, de geallieerde piloten werden in hun jacht op de Iraakse raketten sterk geholpen door de zwakke punten van de raket zelf. Alle Scud-varianten worden aangedreven door vloeibare brandstof. Dat betekende niet alleen dat - in tegenstelling tot raketten met vaste brandstof - het tanken geruime tijd in beslag nam, maar vooral dat tankauto's met deze brandstof gereed moesten staan in de buurt van de mobiele lanceerbases.

Volgens verschillende Amerikaanse bronnen werden om die reden alle tankauto's op de hoofdweg Bagdad-Amman in westelijk Irak door geallieerde vliegtuigen onder vuur genomen. Omdat het nauwkeurig richten van de Scuds vanaf geimproviseerde stellingen bijzonder moeilijk bleek, keerden de mobiele lanceerwagens vaak terug naar de vaste lanceerbases die al kapot gebombardeerd waren. De richtcoordinaten voor de Iraakse raketten op die betonnen lanceerinrichtingen waren namelijk wel nauwkeurig bepaald. De geallieerde vliegers hadden op die manier een grote kans de trucks in de buurt van die lanceerbases aan te treffen.

Toen het offensief met de Scudvarianten dreigde te mislukken, speelde Saddam Hussein nog een laatste troefkaart uit. Radio Bagdad meldde halverwege februari dat een nieuwe raket, de Hijarra ('steen'), waarvan het bestaan al in november 1990 werd gemeld, op Israel was afgevuurd. De Hijarra, zo werd aangenomen, kon een chemische lading vervoeren. Zijn naam zou als symbool bedoeld zijn voor de stenen die in de intifadah gegooid werden. Het Britse vakblad Flight International meldt echter dat de raket geladen was met een blok beton. Een groot stuk steen was, als met een middeleeuwse blijde, op vijandelijk gebied gegooid. Ook naar deze raket moest dagenlang worden gezocht.

Hoewel de Iraakse rakettechnologie minder geavanceerd was dan aanvankelijk werd gevreesd waren ook jubelende berichten over de geallieerde Patriots niet geheel gegrond. Het precieze aantal Patriots dat is afgeschoten om de 49 Scuds te onderscheppen wil het Pentagon niet noemen, maar volgens verschillende onbevestigde geruchten is het een veelvoud daarvan, in totaal mogelijk zelfs 160.

De standaardprocedure voor het uitschakelen van inkomende raketten is de lancering van twee Patriots. Dat er gemiddeld bijna vier Patriots per Scud zouden zijn gelanceerd, zou te wijten zijn geweest aan de software van de volgradar van de Patriots, die ook neerkomende brokstukken van Scuds als doel identificeerden en daarop een volgend paar Patriots a 1,2 miljoen dollar op afstuurden.

Als de Patriots doel troffen raakten de fragmenten vaak slechts de staart van de Scud en bleef de explosieve lading intact om op de grond te ontploffen. Hoeveel van de paar doden en honderden gewonden die bij de Scud-aanvallen vielen zijn toe te schrijven aan niet ontplofte Patriots zal voorlopig nog wel onbekend blijven.