Idealistisch handvest over milieu, nu nog concrete actie; Noorse premier Brundtland is nog lang niet tevreden

ROTTERDAM, 11 APRIL. Milieubescherming is niet langer het monopolie van actiegroepen en politici. Gisteren heeft het internationale bedrijfsleven bezit genomen van dit domein. Voor het eerst hebben 200 grote ondernemingen hun handtekening gezet onder een handvest dat de zorg voor het milieu “tot een van de belangrijkste prioriteiten van elk bedrijf” verheft.

Een trotse burgemeester Bram Peper verwelkomde in het Rotterdamse World Trade Centre zestig top-industrielen, verenigd in de Internationale Kamer van Koophandel, en honderden belangstellenden voor de tweede Wereldconferentie over industrie en milieu. En passent vertelde hij even hoe Rotterdam het probleem van zijn havenslib oplost.

Twee vrouwen die de milieudiscussie echt hebben losgeweekt, de Noorse minister-president Gro Bruntlandt en koningin Beatrix, waren ook van de partij. Het rapport Our Common Future uit 1987 van de Commissie-Bruntlandt had dezelfde werking als de alarmbel die de Club van Rome in 1972 luidde, en de koningin deed daar in haar kerstboodschap van 1988 nog een schepje bovenop.

Bruntlandt en Beatrix werden veelvuldig geciteerd door de congresgangers. De industrielen zijn zo overtuigd geraakt van de ernst van het milieuprobleem, dat volgens het 'Handvest voor duurzame ontwikkeling van het bedrijfsleven' produkten en diensten geen overmatige belasting van het milieu meer mogen veroorzaken. Ze moeten veilig zijn en door een efficient en zuinig gebruik van energie en andere natuurlijke hulpbronnen tot stand komen. Hergebruik moet centraal staan en reststoffen moeten veilig worden verwijderd.

Zonder dit handvest met zijn zestien uitgangspunten ziet het bedrijfsleven geen goede toekomst. Maar milieubescherming kan alleen gedragen worden door voortgaande economische groei, verzekert Joseph Connor, de Amerikaanse voorzitter van de Internationale Kamer van Koophandel. Binnenkort zullen vele honderden directies steun aan het handvest betuigen, zegt dr. Jan Olaf Willums, de Noorse secretaris-generaal van de conferentie. Multinationale oliemaatschappijen als Shell, BP en Mobil, concerns als Akzo en Philips en chemische bedrijven als BASF, Bayer, Dupont, Hoechst en Union Carbide zijn bij de eerste ondertekenaars.

Hoe de idealistische uitgangspunten van het handvest precies moeten worden toegepast in concrete actie blijft nog onduidelijk, al doet een lange rij sprekers in deelcongressen tal van suggesties. Maar het 'harde' werk, bij voorbeeld doelstellingen voor de vermindering van CO en andere schadelijke emissies, is voorbehouden aan nieuwe conferenties. Een van de centrale doeleinden van het handvest verklaart veel: het wil “de druk op regeringen tot te veel wettelijke verplichtingen verminderen en de stem van het bedrijfsleven in het debat over het overheidsbeleid te versterken.”

Premier Gro Bruntlandt die gisteravond de fine fleur van het internationale bedrijfsleven tijdens een feestelijk diner in de Laurenskerk toesprak, is nog lang niet tevreden. “Bedrijven moeten veel actiever worden op het milieuterrein en bij de toepassing van alternatieve energiebronnen. Ze moeten meer initiatieven nemen, anders zullen de regeringen moeten ingrijpen.”

Minister Alders feliciteert de congresgangers beleefd, maar dringt aan op “verreikende internationale overeenkomsten” en doet suggesties die het handvest handen en voeten moeten geven. Bedrijven zouden een code moeten afspreken die ze verplicht tot dezelfde milieuvoorzieningen bij investeringen in het buitenland als 'thuis'.

Ook de Nederlandse milieu-organisaties waren er gisteren als de kippen bij om de vaagheid van het handvest te onderstrepen. Economische groei in de traditionele betekenis, heeft juist bewezen een duurzame ontwikkeling van het milieu te benadelen, vinden de milieu-organisaties.

Realisme is het wachtwoord van Pete Silas, directeur van de kleine Amerikaanse oliemaatschappij Phillips uit Oklahoma. Hij geeft toe dat de consumptiemaatschappij in zijn land te ver is doorgeslagen.

“Amerikanen leven van veel te goedkope energie, daar zal iets aan gedaan moeten worden, via de markt of anders door hogere belastingen.

Je kunt niet een schoon milieu hebben en tegelijkertijd doorgaan met meer energieverbruik. Maar economische groei zul je voor al je initiatieven nodig hebben. Oost-Europa moet worden opgebouwd en een duurzame ontwikkeling betekent ook de ontwikkelingslanden in staat stellen hun groeiende bevolkingen aan betere levensomstandigheden te helpen.''

Europa zal bij de milieupolitiek vooroplopen, voorspelt de Nederlandse topambtenaar bij de Europese Commissie mr. Laurens Jan Brinkhorst.

Hoezeer het bedrijfsleven daar ook tegen te hoop loopt, overheidsmaatregelen zijn onontbeerlijk, zegt hij. Onder het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Ministerraad, in de tweede helft van dit jaar, hoopt de EG het eens te worden over een serie belangrijke milieumaatregelen. Er moeten quota's komen voor de CO-emissies, waarbij landen als Nederland en Duitsland die per hoofd van de bevolking veel meer CO produceren dan de zuidelijke landen, een grotere bijdrage moeten leveren.

“Dat achten wij volstrekt gerechtvaardigd. Bij dat debat zal de sociaal-economische cohesie van Europa moeten blijken. Een flink probleem is dat het Verenigd Koninkrijk pas in 2005 op het CO-niveau van 1990 wil stabiliseren, terwijl de rest van de Gemeenschap als geheel dat nastreeft in 2000. Dat zal een flinke spanning geven.”

Het CO-beleid zal handen en voeten moeten krijgen met fiscale heffingen, voorspelt Brinkhorst. Een forse CO-heffing, gecombineerd met algemene, regulerende heffingen op brandstoffen is nodig om het broeikaseffect aan te pakken. “Zou je bijvoorbeeld elektriciteit van kerncentrales buiten beschouwing laten, dan geef je die sector een enorm voordeel en lok je nieuwe problemen uit.” Verder werkt 'Brussel' aan “sectoriele doelstellingen”, zegt Brinkhorst, om een doelmatiger en zuiniger energiegebruik door de industrie te bereiken en het brandstofverbruik van bijvoorbeeld auto's en elektrische apparatuur aan banden te leggen.