'Groningen loost jaarlijks 4,6 ton landbouwgifstoffen in Waddenzee'

GRONINGEN, 11 april - Vanuit de provincie Groningen komt jaarlijks 4,6 ton aan bestrijdingsmiddelen afkomstig van de landbouw in de Waddenzee terecht. Het gaat hier om zogeheten diffuse lozingen, dat wil zeggen vervuiling door stoffen waarvan het gebruik op zichzelf niet aan een vergunning is gebonden. Dit stelt de Werkgroep Eemsmond van de Landelijke Vereniging tot Behoud van de Waddenzee in een vandaag gepresenteerd onderzoek naar de omvang van deze lozingen. De bestrijdingsmiddelen stromen met het sterk verontreinigde oppervlaktewater via afwatering door zoetwaterspuien, verwaaiing en uitspoeling naar de Waddenzee.

Van de veertig stoffen die zo in de Waddenzee terechtkomen, staan er zes op de zwarte lijst van de EG. Dat zijn de insekticiden lindaan en parathion, de onkruidbestrijdingsmiddelen chloordiazinon en mecoprop, het grond-ontsmettingsmiddel dichloorpropaan en de stof fentinacetaat die wordt gebruikt bij de bestrijding van aardappelmoeheid.

Achttien stoffen staan op de 'voorrangslijst' van het Rijn Actie Programma, dat vorig jaar op de Noordzeeconferentie werd vastgesteld.

Voor 1996 moet het gebruik van deze stoffen zijn gehalveerd. In Groningen worden in de akkerbouw jaarlijks 570 ton bestrijdingsmiddelen gebruikt in de akkerbouw en 1000 ton aan grondontsmettingsmiddelen.

De milieuorganisatie wil dat de stoffen op de zwarte lijst zo snel mogelijk worden verboden. Ook de controle moet worden verscherpt.

Volgens de werkgroep is er sprake van een machtsvacuum bij de kwaliteitscontrole van op het Wad geloosd vervuild water. Daarom wil ze dat de provincies meer bevoegdheden krijgen om het gebruik van schadelijke bestrijdingsmiddelen in de landbouw te weigeren.

Rijkswaterstaat zou de bevoegheid moeten krijgen om de provincie heffingen op te leggen als de kwaliteit van het water niet aan bepaalde normen voldoet.

Volgens onderzoeker R. Bulthuis van de Werkgroep Eemsmond vormen de lozingen een sluipende bedreiging voor de Waddenzee. “Er gaan niet acuut vissen dood, maar op lange termijn, als de stoffen zich verspreiden in de voedselketen, kan er een verminderde vruchtbaarheid ontstaan bij zeehonden, vissen en vogels.”