God zij met ons

De discussie in het radioprogramma met bovenstaande titel was verwarrend. Er werd gepraat over deviant gedrag, binnen de regels, en crimineel gedrag, dat is deviant gedrag buiten de regels. Welk gedrag deviant genoemd wordt hangt af van wisselende maatschappelijke normen.

Deviant gedrag kan worden bestreden met pilletjes en straf. De pilletjes in de psychiatrie bestrijden deviant gedrag binnen de regels. Straf in de criminologie bestrijdt deviant gedrag buiten de regels. De ontwikkelingen gaan snel: er zijn steeds meer gedragsbeinvloedende pilletjes. Wat is er tegen, zei iemand, om criminelen in plaats van gevangenisstraf, die toch niet helpt, pilletjes te geven. Dit ging anderen te ver. ''Er is toch een vrije wil?'' riep men uit.

Gerrit beproefde de aanwezigheid van de vrije wil als volgt. Hij fietste naar een T-kruising en stelde de beslissing links-rechts zo lang mogelijk uit. Dan besloot hij. De beslissing bleek achteraf nooit vrij te zijn maar gedicteerd door omstandigheden binnen of buiten hem.

De afweging van deze omstandigheden kan een vrij proces zijn, denk ik. Het gedrag van subatomaire deeltjes is onvoorspelbaar. Zou menselijk gedrag wel gedetermineerd zijn? Zou toekomstig gedrag volledig bepaald zijn door het heden? Onwaarschijnlijk. Toch is het ouderwets om de mens een vrije wil toe te kennen. Het is in strijd met enerzijds de sociale wetenschappen, volgens welke gedrag door de omgeving wordt bepaald en anderzijds door laat ik maar zeggen de materialisten, die erfelijke factoren zwaarder laten wegen. Laten we aannemen dat er een vrije wil is.

Bij een vrije wil horen normen: het onderscheid tussen goed en kwaad. Ik zag een Turkse mevrouw in een regenjas, die vijf maten te groot was. De regenjas reikte tot haar schoenen. Dit was een volgens haar ethiek goede lengte. Niet esthetisch, maar wel ethisch. Laten we aannemen dat dit een vrijwillige keuze was gebaseerd op haar normen van goed en kwaad.

Een jong stel woont samen op een dure verdieping. Hij werkt, zij is werkloos. Officieel huurt zij voor een door hen nauwkeurig bepaald bedrag de verdieping minus een kamertje. Hij huurt het kamertje voor de rest van de verschuldigde huur en plaatst daar zijn tandenborstel.

Zij slaan twee vliegen in een klap. Ze zijn officieel niet samenwonend. Haar uitkering wordt niet gekort en zij ontvangt maximale huursubsidie.

Laten we aannemen dat dit een vrijwillige keuze is. Zij overtreden mijn normen van goed en kwaad. (Misschien zou ik in hun plaats net zo handelen.) Binnen onze weinig homogene maatschappij verschillen de normen van goed en kwaad van groep tot groep. Iedereen is bang zijn normen te vermelden. Keuzes, ook van anderen, worden beargumenteerd op grond van eigenbelang, macht en de mening van derden, niet op grond van normen.

Ik vind dat leraren hun leerlingen meer moeten wijzen op de voor hun geldende regels van goed en kwaad. Ik bedoel de regels van de leraren zelf - als ze die hebben. Dat is discutabele maar nuttige kennis.