George Bush ziet geen belang in steun aan de Koerden; Moraal is inopportuun geworden

Bij de Amerikaanse lijkschouwing van de Koerdische opstand gaat het niet om de vraag wat de Koerden van de Amerikanen hadden verwacht. Waar het om gaat is: wat hadden de Amerikanen van zichzelf verwacht? In de discussie over het uitblijven van Amerikaans optreden om de slachting onder Koerden en sji'ieten in Irak te voorkomen gaat men er veelal van uit dat de Amerikanen in hun buitenlands beleid de keus hebben tussen ethiek en eigenbelang. Maar dat is een oneigenlijke keus: de Amerikaanse keus wat betreft Irak gaat tussen een verstandig beleid dat ethiek en nationaal belang in zich verenigt en de averechts werkende politiek die Washington nu voert.

De Verenigde Staten streven naar bedrieglijk succes op de korte termijn, zoals al zo vaak in hun optreden jegens Saddam Hussein - alias Adolf Hitler, tijdens de Golfoorlog, thans herboren als zijne excellentie de president van Irak.

Doordat de beleidsmakers in het Witte Huis de discussie presenteren als een afweging tussen ethiek en belangen, kunnen ze met een vroom gezicht zeggen dat het lot van de Koerden en sjiieten ze reuze dwars zit, om ver volgens uit te leggen dat ze Amerikaanse belangen te beschermen hadden.

Dit soort verantwoording doet denken aan de werkdefinitie van de aan Henry Kissinger toegeschreven Realpolitik waarmee de V.S. de Koerden in 1975 verraadde: beleidsmakers hebben het te druk om rekening te houden met mensenrechten of Koerdische vluchtelingen. Maar Koerden en sji'ieten zijn uit het door Saddam voor hen gegraven graf herrezen om opnieuw een Amerikaanse president in verlegenheid te brengen en een smet te werpen op de glorie van operatie Desert Storm.

Dat eerste verraad van de Amerikanen jegens de Koerden versterkte Saddams positie en hielp hem de Iraakse regering geheel aan zich te onderwerpen. Het resultaat was de verzwakking van de sjah in Iran tegenover zijn eigen strijdkrachten en bevolking. Voor een succesje op de korte termijn, dat te niet werd gedaan toen Saddam het verdrag met Iran uit 1975 verscheurde, hielp Washington in het Golfgebied de wind te zaaien die het nu als woestijnstorm heeft geoogst. En opnieuw riskeert de regering van Bush onbedoelde consequenties van haar beleid: Washington houdt staande dat het een politiek van non-interventie bedrijft om de territoriale integriteit van Irak niet in gevaar te brengen, maar onbewust werkt de regering hiermee datgene in de hand wat ze het meest zegt te vrezen.

De grootscheepse slachting onder sji'itische en Koerdische burgers die door de VS wordt getolereerd, geeft een sterke impuls aan de krachten die het uiteenvallen van Irak bevorderen. Een Iraaks leger dat schiet op iedere sji'itische tulband die zich vertoont, is nooit meer te vertrouwen als beschermer van de sji'itische bevolking. Koerden die enkele weken geleden nog streden voor autonomie hebben ondervonden hoe weinig bescherming autonomie biedt tegen aanvalshelicopters.

George Bush heeft het Iraakse leger er vorige week opnieuw toe opgeroepen Saddam af te zetten. Hij stelde Saddams opvolgers betere betrekkingen met Washington in het vooruitzicht. Maar Bush sluit daarbij de ogen voor het feit dat dat zelfde Iraakse leger het bloedbad aanricht dat hij zegt te betreuren.

Washington berust in gebeurtenissen die Iran beter in staat stellen en sterker motiveren dan ooit tevoren om de Koerden en de sji'ieten aan te zetten tot langdurige, bloedige guerrillacampagnes met als doel de versplintering van Irak. “Vroeger dacht ik dat het uiteenvallen van Irak het ergste was wat er gebeuren kon,” zei een Iraakse nationalist tegen me. “Nu zie ik dat als het op een na ergste. Het ergste zou zijn dat het bloedvergieten en de onderdrukking blijft voortduren, onder Saddam of Saddam de Tweede.”

Het hoogstaande morele streven naar een nieuwe wereldorde dat president Bush tijdens de oorlog zo veelvuldig verwoordde, is nu als inopportuun ter zijde geschoven. Hetzelfde geldt voor de verwijzingen naar Hitler en de plechtige beloften dat in een nieuwe wereld van wederzijdse afhankelijkheid misdaden tegen de menselijkheid niet langer ongestraft zouden blijven.

De Iraakse militairen die op hun vlucht uit Koeweit Koeweitse burgers hebben vermoord en ontvoerd, werden bedreigd met vervolging voor oorlogsmisdaden. Maar nu krijgen Iraakse militairen die Koerden en sji'ieten vermoorden en ontvoeren, van Bush te horen dat alleen maar Saddam Hussein aan hun dodenlijst hoeven toevoegen en ze zullen worden beloond. De Verenigde Staten haasten zich met voedselhulp naar de Turks-Iraakse grens. Dat voedsel houdt Koerden in leven die straks door Saddams strijdkrachten zullen worden doodgeschoten omdat ze Amerikaanse hulp hebben aanvaard.

President Bush had de gelegenheid en de fysieke middelen om een dictator te beletten zijn tegenstanders in eigen land af te slachten.

Maar hij krabbelde terug en bracht nog minder tot stand dan destijds in Panama, waar hij een eind maakte aan de heerschappij van een tiran die de Amerikanen in politieke verlegenheid bracht. Uiteindelijk behandelt hij Irak dus als zijnde van minder belang dan Panama.

De ineenstorting van het Sovjet-streven naar een wereldimperium, het binnendringen van de moderne communicatiemiddelen en -media in de internationale politiek en het afwerpen van het Vietnamsyndroom door Amerika hebben samen geleid tot het ontstaan van een nieuwe wereldorde, zoals president Bush nog maar enkele weken geleden suggereerde. Maar opeens is hij teruggedeinsd voor de stoutmoedigheid van zijn eigen visie. Misschien heeft de president de Koerden misleid, misschien ook niet; maar in elk geval heeft hij zichzelf misleid.

Washington Post-NRC Handelsblad.