GEENGAGEERDE VROUWELIJKE KUNST IN NEW YORK; Een jurk van schilderslinnen

'Back Room' is te zien in de Simon Watson Gallery, 241 Lafayette Street t-m 27 april. Op 20 april worden daar video's getoond van vrouwelijke kunstenaars, op 27 april wordt er voorgelezen. Aanvang 19u. In juni verschijnt er een boek met teksten, illustraties en documentatie over de installatie in Artist Space. Inl 09-1212 925 1955.

In 1971 publiceerden Simone de Beauvoir en 342 andere vrouwen een manifest in Le Nouvel Observateur, waarin ze bekenden een abortus te hebben ondergaan. Ter herdenking van dit feit organiseerden de kunstenaars Kathe Burkhart en Chrysanne Stathacos 'The A(bortion) Project'. Voor een installatie in de non-profit galerie Artist Space lieten ze - ook buiten Amerika - een stencil rondgaan om het dubbele aantal handtekeningen van abortus-veteranen te verzamelen. Anno 1991 zou dit gemakkelijk zijn, dachten ze. Maar bij opening van de installatie - vergrote handtekeningen in rode verf op de muur - kwamen ze er nog ongeveer honderd tekort. Zelfs in de eigen parochie werd aarzelend gereageerd: kunstenaressen tekenden, en belden later op om de naam weer door te strepen. Dit illustreert het taboe dat hier nog steeds rust op abortus. De 'Pro Life'-beweging heeft grote politieke en financiele macht. Een tweede uitvloeisel van The A Project was een groepstentoonstelling ('Back Room') van 29 vrouwelijke kunstenaars, onder wie Lorna Simpson, Nancy Spero, Ida Applebroog, Kiki Smith, Sue Coe, en Barbara Kruger. Niet alleen abortus, ook andere zaken die betrekking hebben op het lijf en leed van vrouwen komen hier aan de orde. Het gevolg is dat een gedeelte van het werk van-dik-hout-zaagt-men-planken-feminisme is, zoals bijvoorbeeld 'Try to be more accomodating' van Sue Williams, een grof acrylschilderijtje van een vrouwengezicht met mond, oog, oor en neus vol penissen.

Subtieler is het werk van de kunstenaars die de vrouwelijke handwerken gebruikten voor hun argumenten: Chrysanne Stathacos bijvoorbeeld naaide een jurk van schilderslinnen en bekleedde die met haar; Robin Kahn borduurde een lapje met menselijke en dierlijke achterwerken in profiel. Slechts tien procent van de opbrengst van het werk is bestemd voor WHAM, 'Women's Health Action and Mobilization', een organisatie die onder meer vrouwen begeleidt naar abortusklinieken die belegerd worden door soms gewelddadige 'Pro Life' activisten. Het op zichzelf begrijpelijke argument van de organisatrices is dat vrouwelijke kunstenaars bij de verkoop van hun werk al zo achter liggen bij hun mannelijke collega's, dat het hun hier vergund moet worden wat te verdienen. Het lijkt echter op een poging twee verschillende vijanden tegelijk te lijf te gaan. Het is onwaarschijnlijk dat dit Abortus Project zo'n opschudding zal veroorzaken als het 'Manifeste de 343'

twintig jaar geleden. Maar alle beetjes helpen in dit land, waar twee weken geleden in de krant een extreem maar geenszins uitzonderlijk bericht stond, over een twaalfjarige die na een verkrachting zonder hulp alleen thuis een baby ter wereld bracht en die vervolgens op weg naar school in een vuilniscontainer deponeerde. Het handtekeningenproject zal nog een vervolg hebben, er zijn onderhandelingen gaande met galeries in Los Angeles en Toronto. Meer handtekeningen zijn nodig: te verzenden aan A PROJECT, P.O. Box 464, New York, NY 10002-0484.

    • Reineke Hollander