GALERIES EN WINKELS IN HET OUDE HANDELSBLAD-COMPLEX; De mentaliteit van het zelf doen

De winkel- en expositieruimtes van Galerie KIS - Kunst in Serie - doen denken aan de stroming in het hedendaags design die zo treffend wordt aangeduid als 'Neo-Ruinist'. KIS is gevestigd in het voormalige Handelsblad-complex, schuin achter het Paleis op de Dam. De stoere ruwheid van inrichting en afwerking herinneren in de verte aan de tijd dat dit een van de bekendste krakerscomplexen van Amsterdam was. Maar daar mocht ik het juist niet over hebben: veel van de mensen die hier in de galerie en winkels werken, willen nu eens eindelijk van dat krakersimago af.

Niet dat het complex door yups is overgenomen, integendeel. De werkruimtes aan de Paleis- en de Spuistraat zijn wat functie betreft nog wel degelijk terug te voeren op het jarenlange gevecht dat met de gemeente is gevoerd om op deze 'A1-binnenstadslocatie' goedkope woon- en werkruimtes te vestigen. Dat is gelukt, en het siert Amsterdam dat er een compromis is bereikt waarin plaats is voor zowel het marktgerichte als het alternatieve.

Zo zitten aan de representatieve kant van het complex het uitzendburo Coloured Holland en binnenkort grand cafe Verbunt (jawel, wijn van).

Om de hoek zitten een winkel met Belgische biersoorten, de homo- lesbische boekhandel Vrolijk en Firma Spruitjes, de groentezaak die met bewonderenswaardige volharding tijdens de jarenlange verbouwing is blijven draaien.

De rest van het complex heeft zich ontwikkeld tot een centrum voor alternatieve mode en vormgeving. Van grote invloed op het straatbeeld is Spullaria. De winkel zelf is van onderen tot boven volgestouwd met 'design en cadeaux' van vooral huishoudelijke aard, maar tijdens openingsuren wordt het trottoir geannexeerd als een openlucht-etalage voor het bestand aan tweedehands meubels.

Twee deuren verderop zit sinds een jaar Chapeau!, een gezamenlijke onderneming van hoedenontwerpsters Mickey Roelse (37) en Monica van Dam (39). Van Dam heeft elders een eigen winkel en atelier, Cachet, maar Chapeau! heeft een heel andere bedoeling. “We willen hier jonge hoedenontwerpers een plek bieden om met het publiek in contact te komen en tegelijkertijd hun gedachten de vrije loop te laten. Hun werk nemen we in consignatie aan, dat is de enige manier om dit te kunnen doen zonder ons in de schulden te steken.” Behalve van Nederlanders is er hier ook werk te zien van Duitse, Engelse en Argentijnse ontwerpers. Om de twee maanden mag een ontwerper werk tentoonstellen en de winkel tijdelijk naar zijn of haar idee inrichten; momenteel (t- m 11 mei) is dat Marion Boot.

Monica van Dam omschrijft de collectie van de winkel als “tegen het draagbare aan”. Aan sommige hoofddeksels is te zien dat ze behalve unica, tevens proefstuk zijn, dat moet Van Dam toegeven. “Het zijn beginnende mensen, en de prijzen zijn daar ook naar.” Er zitten veel grappige en mooie exemplaren bij, zoals pothoeden en baretten van vilt, kunstig gevouwen en gestikte stukjes stof, een diadeem van stro met zwiepende veren en andere creaties die in het personenverkeer een ruim areaal vereisen.

Hiernaast beheren Schilling & Denijs Decor de kleinste winkel van het hele complex, 20,3 vierkante meter om precies te zijn. Aan de wand hangt een verfomfaaide tutu, eronder staat een tweedelig krokodillepak, verspreid door de kleine ruimte staan een toneellamp en een piedestal van ijzer. Terwijl ik er ben komt een mevrouw binnen die zonder nadere verklaring informeert naar een tutu voor een man van een meter negentig lang.

Voor amateurdanser Oep Schilling (27) en acteur - regisseur Erik Denijs (31) heeft de winkel een koersverandering teweeggebracht.

Schilling: “Net toen we dit huurden begonnen we opdrachten te krijgen voor het bouwen van decors. Dat bracht ons op het idee om er gebruikte theaterdecors en -attributen te verkopen. Maar na een speurtocht van een half jaar bleek daar moeilijk aan te komen te zijn: gezelschappen willen ze of bewaren of ze hadden net een week eerder twee containers vol afgevoerd naar het groot vuil.”

In de praktijk is de winkel dus etalage voor de werkplaats. Binnen het Handelsblad-complex ligt dat een beetje gevoelig, zegt Schilling.

Sommige betrokkenen hebben een voorkeur voor mensen die zelf wat maken, anderen zien er liever socio-culturele functies. “Maar wat kun je in redelijkheid verwachten van 20,3 vierkante meter?” vraagt Schilling retorisch. “Veel meer dan een etalage is het ook niet.”

620 mHeel anders is dat bij Galerie Kunst in Serie, die na een ingrijpende verbouwing 620 m groot is. Op de begane grond zit de winkel, waar ontwerpers hun werk - mits goed van kwaliteit en redelijk van prijs - in consignatie kunnen geven; een trapje af ligt de expositieruimte, waar aan de hand van een thema werk met een experimenteler karakter wordt tentoongesteld. De bovenverdiepingen zijn verhuurd aan vijf studio's op het gebied van mode, interieur en architectonische vormgeving.

Na exposities gewijd aan 'licht' en aan ontwerpers uit Rotterdam opent zondag 'Q.E.D.', Quod Erat Demonstrandum, rondom wiskunde in de vormgeving. Samensteller is ontwerper en meubelmaker Peter Overdijk, die betrokken is bij de totstandkoming van KIS; hij is een van de tien mensen die de hout- en metaalwerkplaats in het sousterrain gebruiken.

Volgende maand is het thema 'Het tweede gebruik' en in juli zal eindexamenwerk te zien zijn van de Rietveld Akademie, de Meubelvakschool en D'Witte Leli.

Initiatiefnemer Jan Muller, die niet alleen in het complex werkt maar er ook jarenlang woonde, was de enige gegadigde voor de reusachtige hal waar vroeger de persen stonden. “Toen ik anderhalf jaar geleden die ruimte inderdaad kreeg, dacht ik: ben ik nu helemaal gek geworden?” Samen met Peter Overdijk en nog een handjevol gedreven mensen die bereid waren tijd en zwaar werk bij te dragen hebben ze die hal en de ruimtes eromheen verbouwd. “Het idee is,” zegt Muller, “dat zowel particulieren als bedrijven hier terecht kunnen voor alles op het gebied van het interieur, van textiel tot en met verlichting, meubels en architectonische vormgeving. Iedereen die hier over de vloer loopt, heeft die intentie.”

Op de uitnodiging voor de Q.E.D.-tentoonstelling staat: “Bewaar dit blad als onderdeel van de binnenkort verschijnende KIS-klapper”. Die klapper is er nog niet en aan de nieuwsbrief wordt ook nog gewerkt. Er is geen geld voor, want noch de verbouwing, noch het beheer van winkel en galerie worden volgens Muller gesubsidieerd. “We hebben nog niet het punt bereikt dat het niet meer stuk kan,” zegt Muller. “We zitten nog op de schopstoel. Maar elke schroef en elke lasnaad is van onszelf. Voor zover er nog iets te bespeuren is van de krakersideologie van vroeger is het de mentaliteit van zelf doen.”