Eed in openbaar moet bordesfoto vervangen

DEN HAAG, 11 april - Welke betekenis hebben de eden (beloften) die volksvertegenwoordigers en bewindslieden bij hun ambtsaanvaarding afleggen? Diezelfde vraag geldt voor de eedsaflegging door de koning bij zijn inhuldiging in de verenigde vadering van de Staten-Generaal alsmede voor de verklaring en eden die de leden der Staten-Generaal afleggen jegens de nieuwe koning.

Bij de grondwetsherziening van 1983 werden de eedsformuleringen gedeconstitutionaliseerd, dat wil zeggen niet meer in de Grondwet zelf vermeld, maar ter regeling overgelaten aan de gewone wetgever, al bleven krachtens een overgangsbepaling de oude teksten tot dusverre van kracht. Gisteren behandelde en aanvaardde de Tweede Kamer twee wetvoorstellen tot uitvoering van de Grondwet van 1983 inzake de eedsaflegging; het werd na acht jaar wel tijd, om met minister Dales (binnenlandse zaken) te spreken.

Enkele interessante kwesties kwamen gisteren aan de orde, in de eerste plaats de vraag of beediging van ministers en staatssecretarissen voortaan niet in het openbaar zou moeten plaatshebben. De koning wordt in het openbaar beedigd, dus waarom ook niet de ministers en de staatssecretarissen, aldus de VVD-er Wiebenga, en ook de GPV-er Schutte achtte een openbare beediging van dienaren der Kroon beter dan een plaatje achteraf op het bordes van het paleis. Minister Dales reageerde positief op de suggestie; zij had twee maal - in 1981 als staatssecretaris en in 1989 als minister - de “zeer besloten”

beedigingsplechtigheid meegemaakt en toonde zich bereid deze kwestie bij het staatshoofd aan de orde te stellen. Ongetwijfeld gaf de minister hiermee blijk van grote hoffelijkheid jegens de koningin, maar het is constitutioneel gezien de vraag of de verantwoordelijke minister het onschendbare staatshoofd ter sprake kon brengen in deze discussie.

Hoe zit het met de eed die extreem-rechtse (lees: racistische) volksvertegenwoordigers afleggen op de Grondwet? Volgens artikel 1 van de Grondwet is discriminatie op welke grond dan ook niet toegestaan.

Het is volgens de minister de bedoeling dat men zich aan de eed houdt. Bij een evidente meineed zou strafvervolging kunnen plaatshebben, maar in het algemeen zou ook een rechtse extremist de eed op de Grondwet kunnen afleggen.

Een andere vraag: kunnen Kamerleden om politieke (dus niet om cijfermatige) redenen tegen de begroting van het Huis der Koningin stemmen of komen zij dan in strijd met hun eed van trouw aan de koning en aan de Grondwet. Volgens de minister zou dit alleen het geval zijn als men zich bedient van ongrondwettige middelen. Overigens bevat de Grondwet geen verplichting voor Kamerleden tot aanneming van uitvoeringwetgeving.

Niet ter sprake kwam gisteren de vraag of ministers en staatssecretarissen in het openbaar met elkaar van mening mogen verschillen. Artikel 45 van de Grondwet zegt dat de ministerraad de eenheid van het algemeen regeringsbeleid bevordert. Handelden de ministers Alders (milieubeheer) en Bukman (landbouw) vorige week in strijd met hun eed op de Grondwet door hun tegenstrijdige uitspraken over de omvang van de veestapel? En hoe zit het met de kritiek van staatssecretaris van Voorst tot Voorst (defensie) op voorstellen van minister Kok (financien)?

Gisteren kwam wel vast te staan dat de Koning niet, zoals in Belgie, om politieke redenen tijdelijk kan terugtreden; in het Nederlandse stelsel is dat uitgesloten. Verder kwam gisteren tot uiting dat de eden en verklaringen ter gelegenheid van de inhuldiging van een nieuwe koning geen juridisch karakter hebben. Geen exact antwoord was verder te geven op de vraag of een financiele verplichting van kandidaat-Kamerleden tegenover hun partij strijdig is met de zogenaamde zuiveringseed.

    • Mr. B.C.L. Waanders